ZAKBOEKEN POLITIE 2019

WETSWIJZIGING COMPUTERCRIMINALITEIT III

Versie 01-03-2019

Auteur M.G.M. Hoekendijk

 

Vooraf

-       Helaas ruim na inlevering van de teksten voor de papieren edities 2019 van de zakboeken politie werd bekend dat de wetswijziging op zeer korte termijn in werking zou treden. 

-       Zie voor de complete wetswijziging https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2018-322.html en voor de inwerkingtreding per 01-03-19  https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2019-67.html.

-       Zie voor het bijbehorende Besluit onderzoek in een geautomatiseerd werk https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2018-340.html.

-       Voor zover de wetswijziging zelf wordt geraadpleegd: let op dat ingevolge art. IV van de wetswijziging een aantal artikelnummers is gewijzigd (uiteraard verwerkt in de zakboeken en in dit bestand).

-       Inwerkingtreding van de wetswijziging heeft geleid tot een meer omvangrijke bespreking van enkele wetsartikelen. Deze bespreking staat uiteraard (binnenkort) in de digitale versies van de zakboeken op https://www.navigator.nl/home van WoltersKluwer (ook bereikbaar via interne kennissystemen politie/justitie).

-       Voor de gebruikers van de papieren zakboeken (en andere belangstellenden) heb ik onderdelen van de aangepaste bespreking in dit bestand verwerkt (zie hierna). Het bestand kan geprint en in de zakboeken gevoegd worden.

-       Zie voor de verkrijgbaarheid van de papieren zakboeken https://www.wolterskluwer.nl/shop/serie/zakboeken-politie/ZakboekenPolitie/.

 

Overzicht bespreking in dit bestand (als voorstel verwerkt in de zakboeken)

1.  Zakboek Strafvordering voor de HulpOvJ

o  9.32 Overzicht wetswijziging computercriminaliteit III

o  9.3 Overzicht bijzondere opsporingsbevoegdheden

o  9.18 Onderzoek in geautomatiseerd werk

2.  Zakboek Strafrecht voor de HulpOvJ

o  4.2  Geautomatiseerd werk (art. 80sexies Sr)

o  5.17 Overnemen van opgeslagen niet-openbare gegevens (art. 138c Sr)

o  5.20  Gebruik verborgen camera (art. 139f Sr)

o  5.21 Heling gegevens (art. 139g Sr)

o  10.13  Verleiding van <18jarige tot ontucht (art. 248a Sr)

o  10.17  Grooming (art. 248e Sr)

o  18.5  Online handelsfraude (internetoplichting) (art. 326e Sr)

 

 

1. ZAKBOEK STRAFVORDERING VOOR DE HULPOVJ

 

9.32  Overzicht wetswijziging computercriminaliteit III

De per 01-03-19 inwerking getreden wetswijziging computercriminaliteit III[1] beoogt het juridische instrumentarium voor opsporing en vervolging van computercriminaliteit te versterken en bevat onder meer de volgende wijzigingen in Sv en Sr.

1.      Ontoegankelijk maken gegevens geautomatiseerd werk (art. 126cc en 126dd Sv).

2.      Bevel ontoegankelijk maken gegevens, gericht aan aanbieder telecommunicatiedienst (art. 125p Sv).

3.      Geheimhouding over vordering 125k Sv (art. 125m lid 5 Sv).

4.      Art. 126la Sv (begripsomschrijving aanbieder en gebruiker communicatiedienst) wordt vervangen door art. 138g en 138h Sv (identieke omschrijving).

5.      Heimelijk binnendringen geautomatiseerd werk bij verdachte in gebruik en onderzoek doen met het oog op:

a.  vaststelling kenmerken geautomatiseerd werk en gebruiker;

b.  opnemen vertrouwelijke communicatie;

c.  tappen;

d.  observatie met technisch hulpmiddel en

e.  vastlegging / ontoegankelijk maken gegevens.

Zie art. 126nba (Titel IVa: opsporing), art. 126uba (Titel V: georganiseerd verband en art. 126zpa Sv (Titel Va: terroristische misdrijven).

6.      Bewaring en vernietiging van pv’s en andere voorwerpen; gebruik maken van gegevens voor een ander doel; ontoegankelijkmaking en vernietiging van gegevens (art. 126cc e.v. Sv).

7.      Opgeslagen niet openbare gegevens overnemen (art. 138c Sr).

8.      Wijziging gebruik verborgen camera in woning, enz. (art. 139f Sr).

9.      Strafbaarstelling heling van gegevens (art. 139g Sr, eveneens genoemd als vh-misdrijf in art. 67 Sv).

10.  Verruiming strafbaarstelling verleiden van minderjarigen tot ontucht en grooming (art. 248a en 248e Sr) (opsp. ambt. als lokpuber).

11.  Verruiming strafbaarstelling online handelsfraude (op internet aanbieden van goederen/diensten, zonder bedoeling te leveren) (art. 326e Sr, ook genoemd als grond voor vh in art. 67a Sv).

De omvangrijke wetswijziging is verwerkt in de zakboeken.

 

9.3  Overzicht bijzondere opsporingsbevoegdheden

1.  Bijzondere bevoegdheden tot opsporing (‘klassieke’ opsporing) (Sv, eerste boek, titel IVa).

a.  Stelselmatige observatie (art. 126g Sv, zie 9.6 e.v.).

b.  Infiltratie (art. 126h Sv, zie 9.9).

c.  Pseudokoop of pseudodienstverlening (art. 126i Sv, zie 9.10).

d.  Undercover stelselmatig inwinnen van informatie (art. 126j Sv, zie 9.11).

e.  Betreden van en bevoegdheden in een besloten plaats (art. 126k Sv, zie 9.12).

f.    Opnemen vertrouwelijke communicatie (art. 126l Sv, zie 9.13).

g.  Onderzoek van communicatie d.m.v. geautomatiseerde werken (art. 126m, 126ma, 126n, 126na en 126nb Sv, zie 9.14 e.v.).

h.  Onderzoek in geautomatiseerd werk (art. 126nba Sv, zie 9.18).

i.    Vordering verstrekking gegevens (art. 126nc, 126nd, 126ne, 126nf, 126ng, 126nh en 126ni Sv, zie 9.19).

2.  Bijzondere bevoegdheden tot opsporing voor het onderzoek naar het beramen of plegen van ernstige misdrijven in georganiseerd verband (Sv, eerste boek, titel V).

a.  Stelselmatige observatie (art. 126o Sv, zie 9.6 e.v.).

b.  Infiltratie (art. 126p Sv, zie 9.9).

c.  Pseudokoop of pseudodienstverlening (art. 126q Sv, zie 9.10).

d.  Undercover stelselmatig inwinnen van informatie (art. 126qa Sv, zie 9.11).

e.  Betreden van en bevoegdheden in een besloten plaats (art. 126r Sv, zie 9.12).

f.    Opnemen vertrouwelijke communicatie (art. 126s Sv, zie 9.13).

g.  Onderzoek van communicatie d.m.v. geautomatiseerde werken (art. 126t, 126ta, 126u, 126ua en 126ub Sv, zie 9.14 e.v.).

h.  Onderzoek in geautomatiseerd werk (art. 126uba Sv, zie 9.18).

i.    Vordering verstrekken gegevens (art. 126uc, 126ud, 126ue, 126uf, 126ug, 126uh en 126ui Sv, zie 9.19).

Inderdaad zijn de onder dit punt 2 genoemde bevoegdheden identiek aan

die onder punt 1. Aan de toepassing van de bevoegdheden uit titel V worden

echter zwaardere eisen gesteld, zie hierover 9.4.

3.  Bijstand aan opsporing door burgers (Sv, eerste boek, titel Va).

a.  Verzoek stelselmatige informatie-inwinning (art. 126v Sv, zie 9.20).

b.  Burgerinfiltratie (art. 126w en 126x Sv, zie 9.9).

c.  Burgerpseudokoop of pseudodienstverlening (art. 126ij en z Sv, zie 9.10).

4.  Bijzondere bevoegdheden tot opsporing van terroristische misdrijven (Sv, eerste boek, titel Vb) (zie 9.21).
Deze titel bevat dezelfde bevoegdheden als in voorgaande bespreking onder 1 en 2 vermeld (titel IVa en V), maar kunnen al toegepast worden in geval van aanwijzingen van een terroristisch misdrijf. Tevens is een drietal extra bevoegdheden opgenomen, te weten:

a.  Onderzoek van voorwerpen (art. 126zq Sv, zie 9.21).

b.  Onderzoek van vervoermiddelen (art. 126zr Sv, zie 9.21).

c.  Onderzoek aan kleding (art. 126zs Sv, zie 9.21).          

5.  Bijstand aan opsporing van terroristische misdrijven door burgers (Sv, eerste boek, titel Vc) (zie 9.21).

6.  Algemene regels betreffende de bevoegdheden in de voorgaande onder 1 t/m 5 genoemde titels IVa t/m Vc (titel Vd).

a.  Voeging bij processtukken (art. 126aa Sv, zie 9.22).

b.  Kennisgeving aan betrokkene (art. 126bb Sv, zie 9.23).

c.  Bewaring en vernietiging van pv's en andere voorwerpen en het gebruik van gegevens voor een ander doel (art. 126cc en 126dd Sv, zie 9.24).

d.  Technische hulpmiddelen (art. 126ee Sv) (zie het Besluit technische hulpmiddelen Sv).

e.  Verbod op doorlaten (art. 126ff Sv, zie 9.25).

f.    Uitstel melding kwetsbaarheden (art. 126ffa Sv, zie 9.18).

7.  Verkennend onderzoek (Sv, eerste boek, titel Ve) (art. 126gg, 126hh en 126ii Sv, zie 9.26).

 

9.18  Onderzoek in geautomatiseerd werk 

Art. 126nba Sv

1.  In geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in art. 67, eerste lid, dat gezien zijn aard of de samenhang met andere door de verdachte begane misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert, kan de OvJ, indien het onderzoek dit dringend vordert, bevelen dat een daartoe aangewezen opsporingsambtenaar binnendringt in een geautomatiseerd werk dat bij de verdachte in gebruik is en, al dan niet met een technisch hulpmiddel, onderzoek doet met het oog op:

a.  de vaststelling van bepaalde kenmerken van het geautomatiseerde werk of de gebruiker, zoals de identiteit of locatie, en de vastlegging daarvan;

b.  de uitvoering van een bevel als bedoeld in de artikelen 126l of 126m;

c.  de uitvoering van een bevel als bedoeld in art. 126g, waarbij de OvJ kan bepalen dat ter uitvoering van het bevel een technisch hulpmiddel op een persoon wordt bevestigd;

en, ingeval van een misdrijf, waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, dan wel een misdrijf dat bij algemene maatregel van bestuur is aangewezen:

d.  de vastlegging van gegevens die in het geautomatiseerde werk zijn opgeslagen, of die eerst na het tijdstip van afgifte van het bevel worden opgeslagen, voor zover redelijkerwijs nodig om de waarheid aan de dag te brengen;

e.  de ontoegankelijkmaking van gegevens, bedoeld in art. 126cc, vijfde lid. Art. 11.7a van de Telecommunicatiewet is niet van toepassing op handelingen ter uitvoering van een bevel als bedoeld in de eerste volzin.

2.   (Vereisten schriftelijk bevel).

3.   Het bevel, bedoeld in het eerste lid, wordt gegeven voor een periode van ten hoogste vier weken. Het kan telkens voor een periode van ten hoogste vier weken worden verlengd.

4.   Het bevel, bedoeld in het eerste lid, kan slechts worden gegeven na schriftelijke machtiging op vordering van de OvJ te verlenen door de RC. De machtiging vermeldt de onderdelen van het bevel en de periode waarvoor de machtiging van kracht is.

5.   (Wijziging, aanvulling, verlenging of beëindiging bevel).

6.   (Verwijdering technisch hulpmiddel).

7.   (Toezicht op uitvoering bevel).

8.   Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent:

a.  de autorisatie en deskundigheid van de opsporingsambtenaren die kunnen worden belast met het binnendringen en het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, en de samenwerking met andere opsporingsambtenaren;

b.  de geautomatiseerde vastlegging van gegevens over de uitvoering van het bevel, bedoeld in het eerste lid.

9.   Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de toepassing van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, in de gevallen waarin niet bekend is waar de gegevens zijn opgeslagen.[2]

 

Art. 126uba Sv (misdrijven in georganiseerd verband)

Zie voor het onderzoek in een geautomatiseerd werk in het kader van een onderzoek naar het beramen of plegen van ernstige misdrijven in georganiseerd verband (titel V) art. 126uba Sv.

 

Art. 127zpa (terroristisch misdrijf)

Zie voor het onderzoek in een geautomatiseerd werk in het kader van een onderzoek naar een terroristisch misdrijf (titel Vb) art. 126uba Sv.

 

Besluit onderzoek in een geautomatiseerd werk

Zie voor de in de artikelen 126nba, 126uba en 126zpa genoemde algemene maatregel van bestuur het Besluit onderzoek in een geautomatiseerd werk.[3]

 

Uitstel melding kwetsbaarheden

Ingevolge art. 126ffa Sv kan de OvJ op grond van een zwaarwegend opsporingsbelang bevelen dat het bekend maken aan de producent van een onbekende kwetsbaarheid voor het binnendringen in een geautomatiseerd werk, bedoeld in de artikelen 126nba, 126uba en 126zpa, wordt uitgesteld. Zie verder art. 126ffa.

 

Kamerstukken

Zie voor een omvangrijke bespreking de Kamerstukken 34372, nr. 3 (MvT), nr. 6 (Nota n.a.v. het verslag), nr. 7 (Nota van wijziging), Nr. D (MvA) en nr. G (Nadere MvA).

 

2. ZAKBOEK STRAFRECHT VOOR DE HULPOVJ

 

4.2  Geautomatiseerd werk (art. 80sexies Sr)

Onder geautomatiseerd werk wordt verstaan een apparaat of groep van onderling verbonden of samenhangende apparaten, waarvan er één of meer op basis van een programma automatisch computergegevens verwerken.

 

Algemeen

Inwerkingtreding van dit gewijzigde art. 80sexies per 01-03-19.[4]

 

Kamerstukken[5]

Het op basis van een programma automatisch verwerken van computergegevens is een essentieel vereiste. De definitie omvat computers, servers, modems, routers, smartphones en tablets en ook technische apparaten die in verbinding staan met een netwerk (zoals de SCADA-systemen die worden gebruikt bij industriële productiesystemen), navigatiesystemen, televisies, een digitaal fototoestel met Wifi-compatibiliteit of een pacemaker. Deze apparaten vallen ook onder de begripsomschrijving. In de gevallen waarin dergelijke apparaten worden gebruikt voor de verwerking van gegevens over ernstige strafbare feiten, kan het gebruik van bijzondere opsporingsbevoegdheden uit Sv noodza­kelijk zijn. ‘Het ligt niet voor de hand dat een pacemaker of een televisie in beslag wordt genomen omdat daarop gegevens zijn opgeslagen of verwerkt die kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen, bij voorbaat is dit echter evenmin uitgesloten. Dit is sterk afhankelijk van de ontwikkeling van zowel de techniek als de modus operandi van de misdaad’.

5.17  Overnemen van opgeslagen niet-openbare gegevens (art. 138c Sr)

Met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft degene die opzettelijk en wederrechtelijk niet-openbare gegevens die zijn opgeslagen door middel van een geautomatiseerd werk, voor zichzelf of voor een ander overneemt.

 

Algemeen

-      Inwerkingtreding van deze nieuwe strafbepaling per 01-03-19.[6]

-      Zie voor het overnemen van gegevens uit een geautomatiseerd werk door iemand die daarin is binnengedrongen art. 138ab, tweede lid, Sr.

-      Zie voor heling van gegevens art. 139g Sr.

-      Zie voor het overnemen van gegevens door een persoon die werkzaam is bij een aanbieder van een telecommunicatienetwerk of -dienst art. 273d Sr.

 

Kamerstukken[7]

-        Algemeen. ‘Met het voortschrijden van de informatie- en communicatietechnologie wordt het steeds eenvoudiger om gegevens uit een computer over te nemen en vervolgens op het internet te zetten. Daardoor kan het gebeuren dat vertrouwelijke gegevens snel worden verspreid en voor grote groepen mensen toegankelijk worden. Het is bovendien niet eenvoudig om via het internet verspreide gegevens daarvan volledig verwijderd te krijgen. De technologische ontwikkelingen nopen tot een verdere strafrechtelijke bescherming van gegevens. Het uit een computer overnemen van gegevens over personen, en die gegevens vervolgens op het internet zetten, zijn verwerpelijke gedragingen waartegen adequaat strafrechtelijk moet kunnen worden opgetreden, vooral met het oog op bescherming van de persoonlijke levenssfeer van degene wiens gegevens het betreft. De personen die zich aan dergelijke handelingen schuldig maken, kunnen weten dat het hier om verwerpelijke gedragingen gaat. Dit is niet alleen van belang voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. De strafbaarstelling van het voorhanden hebben van door misdrijf verkregen gegevens is ook van belang voor gevallen waarin een verdachte waardevolle gegevens voorhanden heeft, zoals bankrekeningnummers of wachtwoorden, die eerder door misdrijf zijn verkregen’.

-        Door art. 138c Sr wordt een betere bescherming geboden tegen het overnemen van gegevens uit een geautomatiseerd werk in de gevallen waarin de gegevens gekopieerd zijn en de rechthebbende dus de beschikking houdt over de gegevens. ‘De rechthebbende heeft echter geen invloed op het gebruik dat vervolgens van de overgenomen gegevens kan worden gemaakt, waardoor hij benadeeld kan worden’.

-        Binnendringen niet vereist. ‘Voor strafbaarheid van het wederrechtelijk overnemen van gegevens is niet (zoals in art. 138ab, tweede lid, Sr) vereist dat het geautomatiseerde werk waaruit de gegevens worden overgenomen, is binnengedrongen. Met andere woorden: de gegevens behoeven niet door computervredebreuk te zijn verkregen’.

-        Niet-openbaar. De gegevens die worden overgenomen moeten niet al openbaar zijn gemaakt, ‘waarbij in het bijzonder is gedacht aan het internet. Voorkomen moet worden dat het wederrechtelijk overnemen (door downloaden) van op het internet openbaar gemaakte gegevens in het algemeen strafbaar wordt gesteld. Van strafbaarheid van downloaden is alleen sprake als bijzondere bepalingen daarin voorzien. Zo is het downloaden van afbeeldingen van kinderporno strafbaar op grond van art. 240b Sr. En het downloaden van auteursrechtelijk beschermde gegevens is strafbaar op grond van de Auteurswet’.

-        Wederrechtelijk

o  Het overnemen van gegevens is alleen strafbaar voor zover dit wederrechtelijk is. De wederrechtelijkheid ‘ontbreekt in het geval dat aangenomen mag worden dat de gegevens met toestemming van de rechthebbende zijn overgenomen. Als een medewerker in het kader van het thuiswerken gegevens uit een computer van het werk mee naar huis neemt op een usb-stick, is dit niet wederrechtelijk en daarmee niet op grond van (…) art. 138c Sr strafbaar als dit gebeurt met toestemming van de werkgever en/of voldoet aan door de werkgever gestelde regels. Daarnaast ontbreekt de wederrechtelijkheid wanneer op rechtmatige wijze uitvoering wordt gegeven aan wettelijke bevoegdheden tot het overnemen van gegevens. Te denken valt aan de in art. 125i Sv omschreven bevoegdheid tot een doorzoeking ter vastlegging van gegevens’. Verwezen kan nog worden naar een uitspraak van de Rb Oost-Brabant in een straf­zaak rond computervredebreuk, strafbaar gesteld in art. 138ab Sr (ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ1157). In het vonnis stelt de Rb voorop dat elke inbreuk op een geautomatiseerd werk zonder toestemming van de rechthebbende strafbaar is, tenzij er onder zeer bijzondere omstandigheden hogere belangen zijn die een dergelijke inbreuk in volle omvang kunnen rechtvaardigen. Bij de beoordeling of in deze zaak sprake is van dergelijke bijzondere omstandigheden die het wederrechtelijk karakter aan het handelen van verdachte doen ontvallen, zijn naar het oordeel van de Rb, mede gelet op het bepaalde in art. 10 van het EVRM, drie factoren van belang. Ten eerste moet worden beoordeeld of verdachte heeft gehandeld in het kader van een wezenlijk maatschappelijk belang. Bij bevestigende beantwoording van deze vraag moet vervolgens worden bezien of het handelen van verdachte proportioneel was (ging verdachte niet verder dan noodzakelijk was om zijn doel te bereiken) en of er geen andere, minder vergaande, manier­(en) was/waren om het door verdachte beoogde doel te kunnen bereiken (subsidiariteit). In casu oordeelde de Rb dat het aantonen van gebreken bij de bescherming van vertrouwelijke, medische gegevens een wezenlijk maatschappelijk belang kan dienen en achtte de Rb het inloggen op een website en het vervolgens raadplegen van enkele dossiers niet wederrechtelijk. Wel achtte de rechtbank het verdere handelen van de verdachte, het meerdere malen inloggen en uitprinten van gegevens en het inschakelen van de media, in strijd met de proportionaliteit en subsidiariteit’.

o  Journalisten/klokkenluiders. Het kan gerechtvaardigd zijn dat  journalisten of klokkenluiders door misdrijf verkregen gegevens via de krant of het internet bekend maken. ‘Voorop gesteld kan worden dat van strafbaarheid van journalisten en klokkenluiders geen sprake behoort te zijn wanneer bekendmaking van de gegevens in het algemeen belang noodzakelijk is. Indien bekendmaking in het algemeen belang noodzakelijk is, zijn ook personen die betrokken zijn bij websites die informatie door middel van het internet openbaar maken, en de aanbieders die toegang bieden tot deze websites, van strafbaarheid uitgesloten’. Zie verder uitgebreid de MvT.

 

5.20  Gebruik verborgen camera (art. 139f Sr)

Met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft degene die, gebruik makende van een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt, opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon, aanwezig in een woning of op een andere niet voor het publiek toegankelijke plaats, een afbeelding vervaardigt.

Algemeen

-     Zie voor wederrechtelijk, technisch hulpmiddel, niet op duidelijke wijze kenbaar gemaakt en een afbeelding vervaardigen de bespreking van art. 441b Sr (gebruik verborgen camera in voor publiek toegankelijke plaats).

 

Niet voor publiek toegankelijke plaats

-     Ook dus het besloten erf of de tuin.[8]

-     Zie ook de bespreking van wél voor publiek toegankelijke plaatsen bij art. 441b Sr (gebruik verborgen camera in voor publiek toegankelijke plaats).

 

Opzettelijk en wederrechtelijk

-     Het opzet behoeft hier door tussenvoeging van het woordje ‘en’ niet gericht te zijn op de wederrechtelijkheid.

-     Net als bij art. 441b Sr moet degene die de afbeelding vervaardigt, het oogmerk hebben gehad een afbeelding van een persoon te vervaardigen. Dit wordt in art. 441b Sr tot uitdrukking gebracht door de woorden ‘daartoe aangebracht’. In art. 139f Sr wordt dit tot uitdrukking gebracht door het bestanddeel ‘opzettelijk’ te plaatsen voor de woorden ‘van een persoon, aanwezig in een woning of op een andere niet voor het publiek toegankelijke plaats, een afbeelding vervaardigt’.[9]

-     Een voorbeeld uit de jurisprudentie betreft het heimelijk installeren van verborgen camera’s door een gemeente in acht wijk- en jongerencentra, om via de d.m.v. deze verborgen camera's vervaardigde beelden meer duidelijkheid omtrent geconstateerde onregelmatigheden te kunnen krijgen.[10] De gemeente had hierbij verzuimd het personeel van het onderzoek in kennis te stellen en het plaatsen van de camera's aan de (voorzitter van de) Ondernemingsraad kenbaar te maken. Aldus had de gemeente op ontoelaatbare wijze inbreuk gemaakt op de privacy van haar werknemers.[11]

-     Zie voor het bestanddeel wederrechtelijk de bespreking van art. 441b Sr.

 

Bewijsgebruik van door derden onrechtmatig vastgelegde beelden. Zie het zakboek Sv HulpOvJ 3.15.

 

5.21 Heling gegevens (art. 139g Sr)

1.  Met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft degene die niet-openbare gegevens:

a.  verwerft of voorhanden heeft, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van deze gegevens wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze door misdrijf zijn verkregen;

b.  ter beschikking van een ander stelt, aan een ander bekend maakt of uit winstbejag voorhanden heeft of gebruikt, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat het door misdrijf verkregen gegevens betreft.

2.  Niet strafbaar is degene die te goeder trouw heeft kunnen aannemen dat het algemeen belang het verwerven, voorhanden hebben, ter beschikkingstellen, bekendmaken of gebruik van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, vereiste.

 

Algemeen

-      Inwerkingtreding van deze nieuwe strafbepaling per 01-03-19.[12]

-      Met art. 139g Sr is ‘een voorziening getroffen voor de gevallen waarin iemand gegevens voorhanden heeft die zijn verkregen uit een misdrijf dat door een ander is begaan of waarin niet kan worden bewezen dat degene die de gegevens voorhanden heeft deze zelf door misdrijf heeft verkregen, bijv. door het wederrechtelijk overnemen van de gegevens, al dan niet door middel van computervredebreuk. Zo worden personen strafbaar die gegevens, die uit de computer van anderen zijn ontvreemd, bekend maken aan een ander, verkopen of op internet plaatsen. Hiermee zal ook degene die zich erop beroept deze gegevens niet zelf te hebben ontvreemd maar van een derde te hebben verkregen, strafbaar zijn. Het is daarbij niet per sé noodzakelijk dat de dader weet dat de gegevens door misdrijf zijn verkregen; voldoende is dat hij redelijkerwijs moet vermoeden dat dit het geval is’. [13]

-      Zie ook de bespreking van art. 138c Sr (overnemen van opgeslagen niet-openbare gegevens).

-      Zie de bespreking van heling (art. 416 Sr e.v.) voor de daarmee overeenkomende bestanddelen van het hier besproken art. 139g Sr.

-      Zie voor het overnemen van gegevens uit een geautomatiseerd werk door iemand die daarin is binnengedrongen art. 138ab Sr, tweede lid, Sr.

-      Zie voor het overnemen van gegevens door een persoon die werkzaam is bij een aanbieder van een telecommunicatienetwerk of -dienst art. 273d Sr.

 

Aan een ander bekend maken

Daaronder valt ook het aan meerdere personen bekend maken en ook het openbaar maken van de gegevens op bijv. het internet.[14]

 

Niet-openbaar

-      Zie allereerst de bespreking van art. 138c Sr (overnemen van opgeslagen niet-openbare gegevens).

-      Het voorhanden hebben van gegevens die reeds openbaar gemaakt zijn, is niet strafbaar op grond van art. 139g Sr (maar mogelijk wel op grond van andere strafbepalingen, bijv. kinderporno). ‘Degene die door misdrijf verkregen gegevens via het internet openbaar maakt is op grond van deze bepaling strafbaar, maar niet de persoon die via het internet openbaar gemaakte gegevens download. Zonder deze beperking zou het van het internet downloaden van gegevens die eerder door misdrijf zijn verkregen en door een ander zijn geupload in het algemeen strafbaar worden’.[15]

 

Door misdrijf verkregen

Hoewel het niet uit maakt door welk misdrijf de gegevens zijn verkregen, kan er met name gedacht worden aan de artikelen 138ab, 139a, 139b, 139c en 139e Sr. ‘In bepaalde gevallen kunnen gegevens ook zijn verkregen door andere misdrijven. Gegevens die zijn ontleend aan een eerder gestolen laptop zijn evenzeer door misdrijf verkregen (te weten: het misdrijf dat in art. 310 Sr is omschreven)’.[16]

 

Strafuitsluitingsgrond 2e lid

-        Zie allereerst de bespreking van art. 138c Sr (Kamerstukken: journalisten/klokkenluiders).

-        De in het voorgestelde tweede lid opgenomen uitzondering van de strafbaarheid strekt zich uit tot de in het eerste lid strafbaar gestelde handelingen. Niet strafbaar is degene die te goeder trouw heeft kunnen aannemen dat het algemeen belang een in het voorgestelde eerste lid strafbaar gestelde handeling vereiste.[17]

 

10.13  Verleiding van <18jarige tot ontucht (art. 248a Sr)

Hij die door giften of beloften van geld of goed, misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of misleiding een persoon die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt of iemand die zich, al dan niet met een technisch hulpmiddel, waaronder een virtuele creatie van een persoon die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, voordoet als een persoon die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk beweegt ontuchtige handelingen te plegen of zodanige handelingen van hem te dulden, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.


Algemeen

-     De grens voor seksuele meerderjarigheid is in beginsel op zestien jaren gesteld. Ontucht met een kind beneden de leeftijd van zestien jaren is strafbaar. In art. 248e Sr, waarin grooming strafbaar is gesteld, wordt aangesloten bij deze leeftijdsgrens. In bepaalde omstandigheden strekt de strafrechtelijke bescherming tegen ontucht zich uit tot de leeftijd van achttien jaren. Dit is het geval in art. 248a Sr, waarin kinderen tot en met de leeftijd van achttien jaren beschermd worden tegen seksuele verleiding’.[18]

-     Let op art. 167a Sv: horen betrokken minderjarige bij bepaalde zedendelicten (art. 245, 247, 248a, 248d en 248e Sr). Zie hiervoor de bespreking van art. 245 onder algemeen.

 

Wetswijziging 01-03-19

-      De strafbepaling is verruimd per 01-03-19.[19]

o  Het bestanddeel ‘achttien jaar’ is nu geobjectiveerd: voor strafbaarheid is niet meer vereist dat de verdachte wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat  de persoon (het slachtoffer) tot wie hij zich richtte de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt (zie over objectivering ook 2.12).

o  De verleiding kan nu ook een persoon betreffen die zich (al dan niet met een technisch hulpmiddel, waaronder een virtuele creatie van een persoon die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt) voordoet als een persoon die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt. Aldus is de inzet van bijv. lokpubers mogelijk gemaakt.[20]

-      Kamerstukken wetswijziging 01-03-19 (over art. 248a en 248e Sr).[21]

o  De strafbaarstelling ziet nu ook op het benaderen voor seksuele doeleinden van iemand die zich voordoet als iemand die de leeftijd van zestien jaren (grooming) of achttien jaren (verleiding van een minderjarige tot ontucht) nog niet heeft bereikt.

o  De daadwerkelijke betrokkenheid van een minderjarige (bij grooming: beneden de leeftijd van zestien jaren) behoeft niet te worden bewezen. Ook als de persoon die betrokken is ouder is, kan sprake zijn van een strafbare gedraging, als bewezen kan worden dat deze zich voordeed als een minderjarige. Met de verruiming van de strafbaarstellingen wordt de inzet van de zogenaamde “lokpuber” mogelijk. Ook kan (…) tot een bewezenverklaring worden gekomen als degene die zich voordoet als de minderjarige een ouder of een oudere broer of zus is die, bijv. op verzoek van het onraad ruikende kind, de chat heeft overgenomen.

o  Vooropgesteld kan worden dat opsporingsambtenaren volgens bestendige rechtspraak van de HR op basis van algemene taakstellende bepalingen (art. 3 Politiewet 2012 en 141 Sv) onder voorwaarden bevoegd zijn tot het inzetten van “lokmiddelen”. Eén van de voorwaarden is dat de verdachte door het optreden van de opsporingsambtenaar niet wordt gebracht tot andere handelingen dan die waarop zijn opzet reeds tevoren was gericht (Tallon-criterium). In de praktijk betekent dit (wat betreft de inzet van de lokpuber) dat een opsporingsambtenaar in beginsel zelf de communicatie niet start, maar afwacht totdat iemand contact met hem legt voor seksuele doeleinden. Voor zover in de opsporingspraktijk gebruik gemaakt gaat worden van bewegende animaties waarachter een opsporingsambtenaar schuil gaat (…) zal het Tallon-criterium in acht genomen dienen te worden’.

 

Vereisten voor strafbaarheid

‘Voor de strafbaarheid van verleiding van een minderjarige tot ontucht is in de eerste plaats vereist dat sprake is van verleiding (giften of beloften van geld of goed), misbruik van uit feitelijke verhoudingen voorvloeiend overwicht of misleiding. In de tweede plaats dient de dader de minderjarige (of degene die zich als zodanig voordoet) door middel van voornoemde middelen opzettelijk te bewegen tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen. In de derde plaats dient het opzet gericht te zijn op het plegen van ontuchtige handelingen of het dulden van zodanige handelingen van de verdachte door de minderjarige of degene die zich als zodanig voordoet. Uit de bewijsmiddelen zal moeten blijken dat er tussen verdachte en de (zich als zodanig voordoende) minderjarige enigerlei voor het plegen van ontucht relevante interactie is geweest. Hierbij kan gedacht worden aan het zich naakt voor de webcam tonen of het verrichten van ontuchtige handelingen voor de camera’.[22]

 

Misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht / misleiding

-     Aanzienlijk leeftijdsverschil en/of verschil in positie.[23] Zie over leeftijdsverschil ook de bespreking van art. 242 en 247 Sr.

-     Een inwonende zoon die ontucht pleegt met een minderjarige dienstbode of een kostganger die een kind verleidt.[24]

-     Een 'oudere, bereisde en ontwikkelde huisvriend van de ouders' en een leraar.[25]

-     In woord en/of gedrag voorspiegelen van een onware stand van zaken, zoals het aannemen van een valse identiteit bij het chatten via de webcam.[26]

-     Verdachte heeft zich op internet voorgedaan ‘als een modelscout of als iemand die als fotomodel een goed woordje zou doen bij een modelscout. Hij benaderde meisjes in de leeftijd van 13 tot 17 jaar. Na hun vertrouwen te hebben gewonnen, verzocht hij de meisjes zich voor de webcam uit te kleden om hen beter te kunnen “keuren”. Hij nodigde ook meisjes bij hem thuis uit en maakte naaktfoto’s van hen. Bij sommigen gebruikte hij als dwangmiddel de publicatie van de door hem gemaakte foto’s om een (seks)­afspraak door te laten gaan of om hen voor de webcam seksuele handelingen te laten plegen’.[27]

-     Zie over misbruik van overwicht ook 10.6 (bedreiging met geweld / feitelijkheid) en 12.2 (mensenhandel).

 

Bewegen

-       Brengen van iemand tot iets, door het aanwenden van de in het artikel genoemde middelen; het beïnvloeden, niet het beheersen of dwingen van iemand. Er is wel sprake van een zekere drang, maar een drang die ruimte laat voor de vrije wilsbepaling’.[28]

-       Breken psychische weerstand is niet vereist. Voldoende is dat aannemelijk is dat het slachtoffer mede onder invloed van één van de genoemde middelen is overgegaan tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen.[29]

-       Het slachtoffer moet dus wel door één of meer van de middelen (giften of beloften van geld of goed, misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of misleiding) bewogen zijn tot de ontuchtige handelingen.

-       Uit de bewijsmiddelen zal moeten blijken dat er tussen verdachte en de (zich als zodanig voordoende) minderjarige enigerlei voor het plegen van ontucht relevante interactie is geweest. Hierbij kan gedacht worden aan het zich naakt voor de webcam tonen of het verrichten van ontuchtige handelingen voor de camera’.[30]

 

Ontuchtige handelingen

-     Zie de bespreking van art. 246 Sr.

-     Zie ook de bespreking van art. 248d Sr: de vertoning aan een kind beneden de leeftijd van 16 jaar van afbeeldingen (bewegend dan wel in gedrukte vorm) van seksuele aard valt (wanneer dat voor kinderen onder die leeftijd schadelijk is te achten) onder de reikwijdte van art. 248a Sr.

 

Poging onder oude wetgeving

-     Zie voor uitsluiting van strafbaarheid bij poging onder de oude wetgeving als het gaat om het benaderen van een persoon die zich voordeed als jonger dan de in de strafbepaling omschreven leeftijd, maar dat in werkelijkheid niet was (bijv. een lokpuber of een van de ouders) 10.17 (grooming).

-     Gesprek’ overgenomen door vader slachtoffer. Verdachte had aan het 10-jarige slachtoffer (die gebruik maakte van een profiel waarbij haar leeftijd was vermeld) in een chatgesprek de vraag gesteld ‘heb jij wel eens een piemel gezien en zou jij daar wel eens aan willen zitten?’ Vervolgens was het chatgesprek (zonder dat verdachte dit wist) overgenomen door de vader van het slachtoffer, van wie verdachte tegen betaling seksueel getinte foto's wenste te ontvangen. De PG[31] merkt op dat ‘als het chatgesprek niet was overgenomen door de vader van het slachtoffer, dan was de verdachte in de gelegenheid geweest om de gehele delictsinhoud te vervullen. Dit is anders (MH: onder de oude wetgeving) dan bij een zogenaamde “lokpuber”, waarbij vervulling van de delictsinhoud van meet af aan onmogelijk is’. De verdachte heeft zich in het betreffende geval bediend van een geschikt middel t.a.v. een in eerste instantie geschikt object. De verdere uitvoering was echter onmogelijk geworden door de van de wil van de verdachte onafhankelijke omstandigheid dat het chatgesprek niet door het slachtoffer maar door haar vader werd voortgezet. De HR is vrij kort: gelet op de vaststellingen in deze zaak (MH: begonnen bij slachtoffer en kort daarna voortgezet bij vader): poging.[32]

 

10.17  Grooming (art. 248e Sr)

Hij die door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst aan een persoon die de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt of iemand die zich, al dan niet met een technisch hulpmiddel, waaronder een virtuele creatie van een persoon die de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, voordoet als een persoon die de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt een ontmoeting voorstelt met het oogmerk ontuchtige handelingen met een persoon die de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt te plegen of een afbeelding van een seksuele gedraging waarbij een persoon die de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt is betrokken te vervaardigen, wordt, indien hij enige handeling onderneemt tot het verwezenlijken van die ontmoeting, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of een geldboete van de vierde categorie.

 

Algemeen

-     Wordt genoemd als misdrijf waarvoor vh is toegelaten (art. 67,1b Sv).

-     Let op art. 167a Sv: horen betrokken minderjarige bij bepaalde zedendelicten (art. 245, 247, 248a, 248d en 248e Sr). Zie hiervoor de bespreking van art. 245 Sr onder algemeen.

-     De strafbepaling stelt geen eisen aan de leeftijd van de dader. Ook minderjarige daders kunnen zich schuldig maken aan grooming’.[33]

 

Wetswijziging 01-03-19

-      De strafbepaling is verruimd per 01-03-19.[34]

o  Het bestanddeel ‘zestien jaar’ is nu geobjectiveerd: voor strafbaarheid is niet meer vereist dat de verdachte wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat de persoon (het slachtoffer) tot wie hij zich richtte de leeftijd van zestien jaar nog niet had bereikt (zie over objectivering 2.12).

o  Grooming kan nu ook een persoon betreffen die zich voordoet als een persoon die de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt (al dan niet met behulp van een technisch hulpmiddel, waaronder een virtuele creatie van een persoon die de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt). Aldus is de inzet van bijv. lokpubers mogelijk gemaakt.

o  Het voorstellen van een ontmoeting of het maken van een afbeelding behoeft nu niet meer de persoon die benaderd is te betreffen. Chatpartner en ontmoetingspartner behoeven niet dezelfde persoon te zijn.

-      Kamerstukken wetswijziging 01-03-19 (over art. 248a en 248e Sr).[35]

o  Zie allereerst de bespreking van art. 248a Sr.

o  Het oogmerk van de verdachte dient gericht te zijn op het plegen van ontuchtige handelingen waar een persoon bij is betrokken die de leeftijd van zestien jaren nog niet bereikt heeft. ‘De chatpartner en de beoogde ontmoetingspartner hoeven dus niet dezelfde persoon te zijn. Voor het bewijs van het oogmerk is voldoende dat de verdachte aantoonbaar zijn zinnen heeft gezet op willekeurig welke zestienminner’.

 

Vereisten voor strafbaarheid

‘Voor de strafbaarheid van grooming zijn de volgende elementen essentieel. In de eerste plaats dient de dader door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst in contact te komen met een kind beneden de leeftijd van zestien jaren of iemand die zich als zodanig voordoet. In de tweede plaats is bij de dader het oogmerk vereist om ontuchtige handelingen te plegen met een persoon die de leeftijd van zestien jaren nog niet bereikt heeft of een afbeelding van een seksuele gedraging te vervaardigen waarbij een persoon die de leeftijd van zestien jaren nog niet bereikt heeft is betrokken. In de derde plaats dient de dader enige handeling te ondernemen gericht op het verwezenlijken van een ontmoeting met een vorenbedoelde persoon’.[36]

 

Geautomatiseerd werk / communicatiedienst

-     Zie voor geautomatiseerd werk de bespreking van art. 80sexies Sr.

-     De betekenis van communicatietechnologie moet worden afgeleid van het bepaalde in art. 126la e.v. Sv. Gedacht moet worden aan pc’s, maar uitdrukkelijk ook aan mobiele telefoons (…). Feitelijk vallen alle technologieën waarmee verbinding kan worden gemaakt met het internet onder geautomatiseerd werk of communicatiedienst’.[37]

-     Zie ook art. 138g en 138h Sr.

 

Oogmerk

Kan uit feiten en omstandigheden worden afgeleid. ‘Zo kan het - zich als zodanig voordoende - kind onder de zestien aan de verdachte kenbaar hebben gemaakt dat hij of zij de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, maar dit kan ook uit de uitlatingen van de verdachte blijken, bijv. omdat hij door middel van handelingen of uitlatingen tot uitdrukking heeft gebracht op zoek te zijn naar een kind onder de zestien jaar. Voor het bewijs van het oogmerk is dus voldoende dat de verdachte aantoonbaar zijn zinnen heeft gezet op willekeurig welke zestienminner’.[38]

 

Ontuchtige handelingen. Zie de bespreking van art. 246 Sr (feitelijke aanranding van de eerbaarheid).

 

Afbeelding van een seksuele gedraging. Zie de bespreking van art. 240b Sr (kinderporno).

 

18.5  Online handelsfraude (internetoplichting) (art. 326e Sr)

Hij die een beroep of een gewoonte maakt van het door middel van een geautomatiseerd werk verkopen van goederen of verlenen van diensten tegen betaling met het oogmerk om zonder volledige levering zich of een ander van de betaling van die goederen of diensten te verzekeren, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.

 

Algemeen

De in de titel bedrog opgenomen misdrijven (incl. art. 326e dus) zijn relatieve klachtmisdrijven (art. 338 Sr i.v.m. art. 316 Sr). Zie de bespreking van art. 316 Sr.

 

MvT[39]

-     Vanwege de schaarse capaciteit voor opsporing en vervolging moeten het OM en de politie prioriteiten stellen en kan niet bij ieder geval van internetfraude worden overgegaan tot opsporing en vervolging’.

-      ‘Het kwalijke van deze gedraging betreft de moedwillige wanprestatie: het voornemen om niet te leveren, maar wel de betaling te incasseren’.

-     Beroep of gewoonte. ‘Voor een gewoonte is vereist het meermalen verrichten van gelijksoortige feiten. Onder gewoonte pleegt te worden verstaan een pluraliteit (MH: veelheid) van feiten die niet slechts toevallig op elkaar volgen, maar onderling in zeker verband staan en wel (objectief) wat de aard van de feiten betreft, en (subjectief) wat de psychische gerichtheid van de dader aangaat: de neiging om telkens weer zo’n feit te begaan (…). Dit kan aan de orde zijn als bij verschillende gelegenheden goederen of diensten worden aangeboden op een website. Dit kan ook aan de orde zijn als bij verschillende gelegenheden gebruik wordt gemaakt van een website om goederen of diensten aan te bieden. Niet uitgesloten is dat in het geval van een enkele website, met behulp waarvan gedurende korte tijd een groot aantal afzonderlijke transacties tot verkoop wordt aangegaan, sprake is van het meermalen verrichten van soortgelijke feiten, te weten het aanbieden van goederen of diensten zonder de intentie tot leveren. Het eenmalig te koop aanbieden van een voorwerp of aanbieden van een dienst valt hier echter niet onder’.

-     Door middel van een geautomatiseerd werk met gebruikmaking van een communicatiedienst aanbieden. ‘Dit betekent dat het aanbod van de verkoop via internet (inclusief e-mail) tot uitdrukking wordt gebracht. De verkoop aan de deur, in een winkel, in een kantoor of telefonische colportage valt hier niet onder’.

-     Het moet gaan om moedwillige wanprestatie. ‘De aanbieder die failliet is gegaan voor de levering van de verkochte goederen of diensten, valt niet onder de voorgestelde strafbaarstelling’.

-     Niet is vereist dat de koper daadwerkelijk heeft betaald (…). De strafbaarheid treedt in als nadeel kan ontstaan. Hiervoor is niet vereist dat daadwerkelijk betaling is gevolgd. Het oogmerk van de verkoper om niet of volledig te leveren en zichzelf of een ander van de betaling te verzekeren staat centraal. Zoveel mogelijk is aangesloten bij de formulering van (het spiegelbeeldige) art. 326a Sr (flessentrekkerij) waarin het oogmerk van de koper om niet of niet volledig te betalen en het voor zichzelf of een ander zekerstellen van een goed centraal staat. Anders dan bij de flessentrekkerij omvat de strafbaarstelling ook het aanbieden van goederen of diensten. De strafbaarstelling omvat het aanbieden van boeken, reizen, tickets voor concerten of treinkaartjes en cadeau- of verrassingspakketten’.

-     Poging. ‘In de gevallen waar de verkoper om betaling heeft verzocht maar de koper (nog) niet heeft betaald kan sprake zijn van een strafbare poging tot online handelsfraude’.

 

 

----------------------------------------

 

 



[1].     Stb. 2018, 322 en Stb. 2019, 67 (kamerstukken 34372).

[2].     In de toelichting op het Besluit onderzoek in een geautomatiseerd werk (Stb. 2018, 340) wordt vermeld dat vooralsnog van deze mogelijkheid geen gebruik wordt gemaakt, maar wordt gedacht aan uitwerking van het opsporingsbeleid in een Aanwijzing van het College van PG’s.

[3].     Stb. 2018, 340 (met toelichting).

[4].     Wetswijziging computercriminaliteit III, Stb. 2018, 322 en Stb. 2019, 67 (Kamerstukken 34372).

[5].     Kamerstukken 34372, nr. 3 (MvT).

[6].     Wetswijziging computercriminaliteit III, Stb. 2018, 322 en Stb. 2019, 67 (Kamerstukken 34372).

[7].     Kamerstukken 34372, nr. 3 (MvT).

[8].     T&C, art. 139f, aant. 8a.

[9].     Kamerstukken 27332, nr. 3 (MvT).

[10].    Rb Rotterdam 14-12-07, LJN BC0274.

[11].    Zie voor een niet-onrechtmatig door een politieorganisatie als werkgever verricht intern onderzoek, waarbij gebruik is gemaakt van heimelijk geplaatste camera’s Hof Leeuwarden 21-05-10, LJN BM6048.

[12].    Wetswijziging computercriminaliteit III, Stb. 2018, 322 en Stb. 2019, 67 (Kamerstukken 34372).

[13].    Kamerstukken 34372, nr. 3 (MvT).

[14].    Kamerstukken 34372, nr. 3 (MvT).

[15].    Kamerstukken 34372, nr. 3 (MvT).

[16].    Kamerstukken 34372, nr. 3 (MvT).

[17].    Kamerstukken 34372, nr. 3 (MvT).

[18].    Kamerstukken 34372, nr. 3 (MvT) (computercriminaliteit III).

[19].    Wetswijziging computercriminaliteit III, Stb. 2018, 322 en Stb. 2019, 67 (Kamerstukken 34372).

[20].    Kamerstukken 34372, nr. 3 (MvT) (computercriminaliteit III).

[21].    Kamerstukken 34372, nr. 3 (MvT) (computercriminaliteit III).

[22].    Kamerstukken 34372, nr. 3 (MvT) (computercriminaliteit III).

[23].    T&C, aant. 6a (onder verwijzing naar Rb Utrecht 09-10-06, LJN AY9665). Zie bijv. Hof Amster­dam 21-11-17, ECLI:NL:GHAMS:2017:4790 (31-jarige assistent filiaal­manager en 16 jarige cassière: zeer aanzienlijk leeftijdsverschil en ongelijke werk­situatie).

[24].    Remmelink, aant. 2 (onder verwijzing naar Kamerstukken).

[25].    Remmelink, aant. 2 onder verwijzing naar resp. HR, NJ 1938/959 en HR, NJ 1977/377 (met noot Van Veen).

[26].    Rb Arnhem 06-10-04, LJN AR3484.

[27].    Hof Arnhem 24-07-09, LJN BJ3736. Zie voor een soortgelijke zaak Hof Den Haag 25-10-17, ECLI:NL:GHDHA:2017:3099.

[28].    Remmelink, aant. 4 (mede onder verwijzing naar Kamerstukken).

[29].    HR 26-06-18, ECLI:NL:HR:2018:1013.

[30].    Kamerstukken 34372, nr. 3 (MvT) (computercriminaliteit III).

[31].    Conclusie PG, ECLI:NL:PHR:2017:206.

[32].    HR 04-04-17, ECLI:NL:HR:2017:579 (met noot Mevis in NJ 2017/290).

[33].    Kamerstukken 34372, nr. 3 (MvT) (computercriminaliteit III).

[34].    Wetswijziging computercriminaliteit III, Stb. 2018, 322 en Stb. 2019, 67 (Kamerstukken 34372).

[35].    Kamerstukken 34372, nr. 3 (MvT) (computercriminaliteit III).

[36].    Kamerstukken 34372, nr. 3 (MvT) (computercriminaliteit III).

[37].    T&C, aant. 8d.

[38].    Kamerstukken 34372, nr. 3 (MvT) (computercriminaliteit III).

[39].    Kamerstukken 34372, nr. 3 (MvT) (computercriminaliteit III).