ZAKBOEKENPOLITIE 2020

WETSWIJZIGING HERZIENING TENUITVOERLEGGING STRAFRECHTELIJKE BESLISSINGEN

Versie 09-01-20: eerste versie

Versie 13-01-20: aanpassing art. 6:1:9

-      Concepttekst Zakboek HulpOvJ 2020, par. 10.8.

-      Complete wetswijziging in Stb. 2017, 82, Stb. 2018, 228 (wijziging) en Stb. 2019, 504 (invoeringswet met nog meer wijzigingen).

-      Inwerkingtreding 01-01-20: Stb. 2019, 507 (en Stb. 2018, 312).

 

10.8     Tenuitvoerlegging rechterlijke beslissingen

Per 01-01-20 is de wetgeving over de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen ingrijpend gewijzigd. Boek 6 Sv (tenuitvoerlegging) is vervangen door een nieuw boek 6 (art. 6:1:1 Sv e.v.),[1] zie overheid.nl of (deels) het zakboek Wetteksten. Door deze wetswijziging zijn onder meer de artikelen 556 en 565 Sv komen te vervallen, daarvoor in de plaats zijn gekomen de artikelen 6:1:5 en 6:1:7 Sv (zie hierna en voor meer artikelen overheid.nl of het zakboek Wetteksten).

 

In deze paragraaf wordt allereerst de gang van zaken (inclusief aanhouden) bij niet naleven van een voorwaarde, maatregel of aanwijzing beschreven (met verwijzing naar wetgeving). Vervolgens worden de voor dit zakboek van belang zijnde wetsartikelen met waar nodig enkele opmerkingen weergeven.

 

 

Art. 6:1:1. Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen en straf­beschikkingen

1.   De tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen en strafbeschikkingen geschiedt door Onze Minister (MH: en niet meer zoals voorheen door het OM).

2.   Het OM verstrekt daartoe de beslissing aan Onze Minister, uiterlijk veertien dagen nadat deze voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden.

3.   Het OM voegt daarbij, in voorkomende gevallen, het advies van de rechter omtrent de tenuitvoerlegging.

 

Art. 6:1:4. Opdracht aan ambtenaar

1.   De uitoefening van een of meer bevoegdheden van Onze Minister kan schriftelijk door Onze Minister worden opgedragen aan een ambtenaar die werkzaam is onder zijn verantwoordelijkheid.

2.   De opgedragen bevoegdheid wordt in naam en onder verantwoordelijkheid van Onze Minister uitgeoefend.

3.   Afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.

 

 

Art. 6:1:5. Last aan deurwaarders, politie, KMar, enz. (MH: voormalig art. 556 lid 1 Sv)

1.   Onze Minister (MH: en niet meer zoals voorheen het OM) kan voor de tenuitvoerlegging de nodige algemene of bijzondere lasten geven aan de gerechtsdeurwaarders en aan de ambtenaren van politie, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, de militairen van de Koninklijke marechaussee, dan wel aan andere ambtenaren of functionarissen, voor zover zij door Onze Minister daartoe zijn aangewezen.

2.   (Tenuitvoerlegging aan boord van een Nederlands schip, enz.).

3.   (Tenuitvoerlegging van bevelen tot ibn van aandelen, effecten, enz.).

4.   Art. 146, tweede lid, is van toepassing ten aanzien van alle ambtenaren die de last geven en ten aanzien van alle ambtenaren die de gegeven last uitvoeren (MH: hulp inroepen van politie en/of KMar).

 

Art. 6:1:7. Bevoegdheden ter aanhouding en ter vaststelling verblijfplaats van aan te houden persoon (MH: voormalig art. 565 Sv)

1.   De met de tenuitvoerlegging belaste ambtenaar kan ter aanhouding elke plaats betreden en doorzoeken (MH: het gaat hier om de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen en strafbeschikkingen, zie art. 6:1:1, niet dus zoals voorheen ook van andere beslissingen van het OM).

2.   Met het oog op de vaststelling van de verblijfplaats van de aan te houden persoon kan de OvJ, of, indien de artikelen de hulpOvJ of de opsporingsambtenaar als bevoegd aanwijzen, deze ambtenaar, de in de artikelen 96 t/m 102a, 125i t/m 125m, 126g en 126j t/m 126ni en 126ui bedoelde bevoegdheden toepassen, en kan de RC op vordering van de OvJ de bevoegdheid van art. 110 toepassen, met dien verstande dat:

a.   een bevoegdheid slechts met het oog op de vaststelling van de verblijfplaats van de aan te houden persoon wordt toegepast in geval de aan te houden persoon wordt vervolgd (MH: zie voor de begripsomschrijving van vervolgen 3.2) of is veroordeeld tot een vrijheidsstraf dan wel hem een vrijheidsbenemende maatregel is opgelegd voor een misdrijf van dezelfde ernst als waarvoor de bevoegdheid in gevolge het desbetreffende artikel mag worden toegepast;

b.   een bevoegdheid die in gevolge het desbetreffende artikel alleen na een machtiging door de RC kan worden toegepast, met het oog op de vaststelling van de verblijfplaats van de aan te houden persoon eveneens slechts na schriftelijke machtiging, op vordering van de OvJ te verlenen door de RC, wordt toegepast;

c.   indien voor de toepassing van een bevoegdheid in gevolge het desbe­tref­fende artikel een bevel of vordering is vereist, in geval van toepassing met het oog op de vaststelling van de verblijfplaats van de aan te houden persoon het bevel of de vordering, voor zover relevant de gegevens bevat die daarin volgens de desbetreffende wetsartikelen moeten zijn opgenomen.

 

MH:

 

Art. 6:1:8. Vaststelling identiteit

De ambtenaar die is belast met de aanhouding van een persoon of met de tenuitvoerlegging van een straf of maatregel, stelt na aanhouding de identiteit van de persoon vast op de wijze bedoeld in art. 27a.

 

Art. 6:1:9. Vorderen inlichtingen

Onze Minister kan van een ieder vorderen de inlichtingen te verstrekken die redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor de tenuitvoerlegging van een vonnis, een arrest of een strafbeschikking. Art. 96a, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

 

Art. 6:3:14. Toezicht

1.   Het OM is belast met het toezicht op de naleving van:
a.    voorwaarden die zijn gesteld bij:

1°. uitstel van de beslissing of vervolging plaats moet hebben;

2°. een kennisgeving van niet verdere vervolging,

3°. schorsing van de vh;

4°. een veroordeling waarin de rechter heeft bepaald dat de straf of maatregel of een gedeelte daarvan niet zal worden tenuitvoergelegd;

5°. onderbreking of voorwaardelijke beëindiging van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsbenemende straf of maatregel;

6°. de last tot terbeschikkingstelling;

7°. verlening van gratie.

b.  maatregelen en aanwijzingen die het gedrag van de verdachte of de veroordeelde betreffen of diens vrijheid beperken;

c. de bijkomende straf van ontzetting van het recht om ambten of bepaalde ambten te bekleden en het recht om bepaalde beroepen uit te oefenen, indien de rechter opdracht tot het houden van toezicht heeft gegeven.

2.   (Reclassering).

3.   (Reclassering).

4.   (Reclassering).

5.   De OvJ kan van een ieder vorderen de inlichtingen te verstrekken die redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor het toezicht op de naleving, bedoeld in het eerste lid. Art. 96a, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

 

Art. 6:3:15. Aanhouden bij niet naleven voorwaarde, maatregel of aanwijzing

1.   Indien ernstige redenen bestaan voor het vermoeden dat een voorwaarde, maatregel of aanwijzing als bedoeld in art. 6:3:14 niet wordt nageleefd of anderszins het belang van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen zulks eist en aannemelijk is dat de rechter vrijheidsbeneming zal bevelen, kan het OM de aanhouding van de verdachte of veroordeelde bevelen (MH: geen bevoegdheid tot binnentreden dus, zie de aantekeningen onder art. 6:1:7 Sv).

2.   Indien het bevel van het OM niet kan worden afgewacht, kan de hulpOvJ de aanhouding bevelen. De hulpOvJ geeft van de aanhouding onverwijld schriftelijk of mondeling kennis aan het OM.

3.   Indien Onze Minister van oordeel is dat ernstige redenen bestaan voor het vermoeden dat een voorwaarde, maatregel of aanwijzing als bedoeld in art. 6:3:14 niet wordt nageleefd, informeert Onze Minister het OM hierover.

4.   Van de aanhouding wordt onverwijld kennis gegeven aan Onze Minister. Indien het de aanhouding betreft van een ter beschikking gestelde aan wie proefverlof is verleend, beslist Onze Minister zo spoedig mogelijk omtrent de vrijlating, dan wel de beëindiging van het proefverlof.

 

Tot slot

-      Zie 9.17 voor 'regulier' tappen met als doel de verdachte en/of in beslag te nemen goederen te lokaliseren.

-      Zie 3.23 voor herhaalde toepassing van dwangmiddelen (wederom aanhouden en vh na ontvluchting).

-      Zie in voorkomende gevallen ook de Aanwijzing executie (overheid.nl).

 

---------------------------------------------



[1].     Stb. 2017, 82, Stb. 2018, 228 en Stb. 2019, 504. Datum inwerkingtreding 01-01-20 (Stb. 2019, 507).

[2].     Kamerstukken 34086, nr. 3 (MvT).