ZAKBOEKENPOLITIE CONCEPTEN 2020

WETSWIJZIGING AANSCHERPING STRAFRECHTELIJKE AANSPRAKELIJKHEID ERNSTIGE VERKEERSDELICTEN

Versie 02-01-20

-     Complete wetswijziging: Stb. 2019/413

-     Inwerkingtreding 01-01-20: Stb. 2019/442

-     MvT

-     Nota n.a.v. verslag

 

KORT OVERZICHT

-      WVW 1994:

o  nieuw art. 5a (zeer gevaarlijk rijgedrag zonder gevolgen; voorbeelden rijgedragingen)

o  wijziging art. 7 (verlaten plaats ongeval, door wijziging vh toegelaten bij dood/letsel/hulpeloze toestand en dus bijv. aanhouding buiten heterdaad mogelijk, zie art. 67 Sv hierna)

o  wijziging art. 175 (strafbaarstelling art. 6: ruimere omschrijving roekeloosheid: daarvan is in elk geval sprake als het gedrag tevens als overtreding van art. 5a, lid 1 kan worden aangemerkt)

o  wijziging art. 176 (strafbaarstelling misdrijven)

o  wijziging art. 177 (strafbaarstelling overtredingen) en

o  wijziging art. 179 (ontzegging besturen motorrijtuigen)

-      Wijziging art. 43b Sr (omschrijving soortgelijke misdrijven)

-      Wijziging art. 67 Sv (misdrijven waarvoor vh is toegelaten):

o  art. 175 lid 2 onderdeel b WVW 1994 (6 WVW 1994: letsel gecombineerd met roekeloosheid)

o  art. 175 lid 3 in verbinding met lid 1, onderdeel b WVW 1994 (6 WVW 1994: letsel gecombineerd met alcohol, andere stof of niet voldaan aan bevel ademanalyse of bloedonderzoek)

o  art. 176 lid 2 voor zover dit betreft art. 7, eerste lid, onderdelen a en c WVW 1994 (verlaten plaats ongeval gecombineerd met dood, letsel of letsel en hulpeloze toestand)

 

CONCEPTEN ZAKBOEKEN EDITIE 2020

(papieren versie verschijnt eind februari 2020, online binnenkort beschikbaar)

 

25.4      Zeer gevaarlijk rijgedrag zonder gevolgen (art. 5a WVW 1994)

1.   Het is een ieder verboden opzettelijk zich zodanig in het verkeer te gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate worden geschonden, indien daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is. Als zodanige verkeersgedragingen kunnen de volgende gedragingen worden aangemerkt:

a.   onvoldoende rechts houden op onoverzichtelijke plaatsen;

b.   gevaarlijk inhalen;

c.   negeren van een rood kruis;

d.   over een vluchtstrook rijden waar dit niet is toegestaan;

e.   inhalen voor of op een voetgangersoversteekplaats;

f.    niet verlenen van voorrang;

g.   overschrijden van de krachtens deze wet vastgestelde maximumsnelheid;

h.   zeer dicht achter een ander voertuig rijden;

i.    door rood licht rijden;

j.    tegen de verkeersrichting inrijden;

k.   tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden;

l.    niet opvolgen van verkeersaanwijzingen van daartoe op grond van deze wet bevoegde personen;

m. overtreden van andere verkeersregels van soortgelijk belang als die onder a t/m l genoemd.

2.   Bij de toepassing van het eerste lid wordt mede in aanmerking genomen de mate waarin de verdachte verkeerde in de toestand, bedoeld in art. 8, eerste, tweede, derde, vierde of vijfde lid.

 

Algemeen

-      Inwerkingtreding van deze nieuwe strafbepaling 01-01-20.[1]

-      De verkeersregels moeten opzettelijk en in ernstige mate geschonden zijn, in combinatie met gevaarzetting als gevolg.[2]

-      Art. 5a WVW 1994 richt zich tot ‘een ieder’. 'Daarbij geldt uiteraard wel dat in de eerste plaats moet worden gedacht aan bestuurders van motorrijtuigen. Niet is echter uitgesloten dat andere verkeersdeelnemers de verkeersregels opzettelijk en in ernstige mate schenden terwijl daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is'.[3]

-      Zie voor de bij dit artikel behorende strafbedreiging art. 176 WVW 1994.

-      Zie art. 5 WVW 1994 voor gevaar en hinder in het verkeer zonder bijkomende omstandigheden.

-      Zie voor zeer gevaarlijk rijgedrag met gevolgen art. 6 WVW 1994.

-      Art. 5a WVW 1994 is een misdrijf, art. 5 WVW 1994 is een overtreding, (zie art. 176, 177 en 178 WVW 1994).

-      Art. 175 WVW 1994 (strafbaarstelling art. 6 WVW): van roekeloosheid is in elk geval sprake als het gedrag tevens als een overtreding van art. 5a, eerste lid, kan worden aangemerkt.

-      Art. 5a WVW 1994 heeft een aanvullende functie 'doordat dit voorschrift op het niveau van de wet expliciteert welk gedrag in elk geval onder roekeloosheid wordt verstaan. Het voorschrift krijgt daarmee ook belangrijke betekenis voor de toepassing van art. 6 WVW 1994 (zeer gevaarlijk rijgedrag met ernstige gevolgen)'.[4] Zie voor roekeloosheid verder art. 175 WVW 1994 hierna: strafbaarstelling art. 6 WVW 1994.

 

Opzet[5]

-      Het vertonen van de genoemde gedragingen, terwijl hierdoor levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander is te duchten, levert niet automatisch het opzettelijk en in ernstige mate schenden van de verkeersregels op.

-      'Het gedrag impliceert dat iemand welbewust en met groot gevaar voor andere medeweggebruikers in ernstige mate essentiële verkeersgedragsregels overtreedt'.

-      'Opzet is (...) gericht op het in ernstige mate schenden van de verkeersregels en niet op de verder liggende gevaren of gevolgen'.

-      'Een aantal van de genoemde gedragingen - overschrijding van de maximumsnelheid, zeer dicht achter een ander voertuig rijden of het vasthouden van een mobiele telefoon - kunnen (...) niet anders dan opzettelijk worden gepleegd'. MH: bij deze tekst kunnen kanttekeningen geplaatst worden: de verdachte kan een bord met een lagere maximumsnelheid over het hoofd hebben gezien (geen opzet), de persoon achter wie de verdachte zeer dicht reed kan net zijn ingevoegd (geen opzet, overmacht?), enz. Doorvragen tijdens het verhoor dus.

-      Bij gedragingen waarvan niet zonder meer kan worden aangenomen dat deze opzettelijk zijn gepleegd, 'komt de nadruk vooral te liggen op het volledige feitencomplex. Het bewijs van het opzettelijk in ernstige mate overtreden van de verkeersregels zal dan met name moeten worden afgeleid uit de feiten en omstandigheden die zicht bieden op de algehele instelling van de verdachte waar het in het concrete geval zijn deelname aan het verkeer betreft'.

 

In ernstige mate[6]

Bijv. 'het meerdere malen negeren van een rood kruis, het meerdere keren rijden door rood licht, voor een langere periode met een hoge snelheid rijden, continu over een vluchtstrook blijven rijden, terwijl dat niet is toegestaan. Wanneer de verdachte meerdere van deze gedragingen in één rit begaat kan het niet anders zijn (en mag dit ook worden aangenomen) dan dat hij de verkeersregels opzettelijk schendt en dat zijn opzet was gericht op het in ernstige mate schenden van de verkeersregels. De verdachte kan in dergelijke gevallen niet onder de werking uitkomen van het voorgestelde art. 5a WVW 1994 door te verklaren dat hij desbetreffende verkeersborden niet heeft gezien'.

 

Indien daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is[7]

-      Betreft geobjectiveerde bestanddelen (MH: opzet behoeft niet op gevaar gericht te zijn).

-      'Bepalend is of het gevaar naar algemene ervaringsregels voorzienbaar is'.

-      'Bij de beantwoording van deze vraag kan worden aangesloten bij de criteria uit de causaliteitstheorieën' (MH: zie Zb Sr 2.6).

-      'Strafbaarheid zou bijv. (...) kunnen worden aangenomen wanneer een verdachte tijdens het rijden zijn mobiele telefoon vasthoudt, de maximumsnelheid aanzienlijk overschrijdt, rode lichten negeert, zich op de verkeerde weg­helft begeeft, terwijl zeer goed voorstelbaar was dat een (dodelijk) ongeval kon plaatsvinden. Indien de verdachte ook nog onder invloed van alcohol en/of drugs verkeerde, zal de rechter hiermee rekening houden bij het bepalen van de strafmaat'.

-      'Een dronken vrachtwagenchauffeur die op enig moment veel te hard rijdt, terwijl hij tijdens de rit niemand tegenkomt, valt zeker niet zonder meer onder het bereik van art. 5a WVW 1994, maar zal veeleer worden aangepakt op grond van art. 5 en/of art. 8 WVW 1994.

 

De genoemde gedragingen[8]

-      'De dader moet door zo’n gedraging opzettelijk in ernstige mate de verkeersregels schenden terwijl daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is. Dat betekent dus niet dat met het verrichten van een of meer van de genoemde gedragingen al vaststaat dat opzettelijk in ernstige mate de verkeersregels zijn geschonden. Het enkele feit dat de bestuurder een telefoon vasthoudt of een bestuurder die onbewust door rood licht rijdt levert geen overtreding van art. 5a WVW 1994 op. Oftewel overtredingen van de in art. 5a WVW 1994 opgenomen gedragingen die uit simpele onachtzaamheid worden begaan worden niet automatisch een zwaar misdrijf zodra daardoor enig gevaar voor letsel ontstaat. Het gaat bij een overtreding van art. 5a WVW 1994 immers om het opzettelijk in ernstige mate schenden van de verkeersregels (en gevaar is te duchten)'.

-      'De lijst met gedragingen is niet-limitatief. Dit geeft de handhavingspraktijk de ruimte om ook andere gedragingen - van een vergelijkbare zwaarte als de reeds opgesomde gedragingen - die kunnen ontaarden in zeer gevaarlijk rijgedrag onder de delictsomschrijving te laten vallen mits uiteraard voldaan wordt aan de bestanddelen uit het voorgestelde artikel'.

-      'Met de term verkeersregels wordt gedoeld op de ruime betekenis van deze term oftewel «alle verkeersnormen die in de Nederlandse wet- en regelgeving zijn vervat»'.

-      Te hard rijdende bestuurder die de macht over het stuur verliest en op een naastgelegen fietspad belandt, waar hij op een haar na aldaar rijdende fiet­sers mist is op zich niet voldoende voor succesvolle vervolging. 'Daarvoor is meer nodig dan enkel een verkeersovertreding (MH: zie ook hierna). De voorgestelde strafbepaling heeft het oog op roekeloze rijders. Daarvoor moet worden vastgesteld dat de verdachte zich opzettelijk zodanig gedroeg dat de verkeersvoorschriften in ernstige mate werden overschreden. Te hard rijden, hoe ongewenst en onverantwoordelijk ook, is daarvoor op zichzelf (cursief MH) in het algemeen onvoldoende (MH: dat kan bij onverantwoord hard rijden anders liggen lijkt mij). Ook komt het voor dat de bestuurder de macht over het stuur verliest. Dat is een overtreding, maar zal meestal niet opzettelijk gebeuren. Het verlies van de macht over het stuur zal (...) worden beschouwd als een omstandigheid die de ernst van de snelheidsovertreding inkleurt en niet als een opzettelijke overtreding waardoor een verkeersregel in ernstige mate wordt geschonden. Los daarvan geldt bovendien, dat niet de vraag van welke van deze op zichzelf staande overtredingen het gevaar te duchten was beantwoording behoeft, maar de vraag of van het opzettelijk in ernstige mate schenden van de verkeersregels, dus de begane overtredingen in samenhang beschouwd, levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten was'.

-      Dat het bij art. 5a WVW 1994 'om één (type) gedraging zou kunnen gaan is niet uit te sluiten, maar ook dan zullen de aard en ernst van de overtreding (bij de vaststelling waarvan de herhaling of het voortduren ervan kunnen worden betrokken) in het licht van de overige feiten en omstandigheden in het concrete geval de conclusie moeten rechtvaardigen dat sprake was van het in ernstige mate schenden van de verkeersregels en dat daardoor levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten was'.[9]

-      Conclusie MH: de rechtspraak zal meer duidelijkheid moeten geven.

 

25.6     Verlaten plaats ongeval (art. 7 WVW 1994)

1.  Het is degene die bij een verkeersongeval is betrokken of door wiens

gedraging een verkeersongeval is veroorzaakt, verboden de plaats van het ongeval te verlaten indien:

a.   bij dat ongeval, naar hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, een ander is gedood dan wel letsel aan een ander is toegebracht;

b.   bij dat ongeval, naar hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, schade aan een ander is toegebracht;

c.   daardoor, naar hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, een ander aan wie bij dat ongeval letsel is toegebracht, in hulpeloze toestand wordt achtergelaten.

2.  Het eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, is niet van toepassing op degene die op de plaats van het ongeval behoorlijk de gelegenheid heeft geboden tot vaststelling van zijn identiteit en, voor zover hij een motorrijtuig bestuurde, tevens van de identiteit van dat motorrijtuig.

 

Algemeen

-      Dit artikel is per 01-01-20 gewijzigd (dood/letsel, schade en hulpeloze toestand nu verspreid over lid 1, onderdelen a, b en c) en sindsdien is er ook vh toegelaten op de onderdelen a en c van lid 1 (art. 67 lid 1 onder c Sv).[10]

-      Op het verlaten plaats ongeval met alleen schade is geen vh toegelaten (immers geen vierjaarsmisdrijf en ook niet met name genoemd in art. 67 Sv).

o  Aanhouding buiten heterdaad dus niet toegestaan en ook de bevoegdheid tot ibn kan beperkt zijn (zie voor die bevoegdheden art. 95 en 96 Sv).

o  Vh (en dus aanhouding buiten heterdaad) is uiteraard wel mogelijk als van verdachte geen vaste woon- of verblijfplaats vastgesteld kan worden: zie art. 67 lid 2 Sv en de bespreking in het zakboek Sv 4.7.

o  Bij een verdenking van art. 7 WVW 1994 kunnen ook de bevoegdheden van art. 160 WVW 1994 toegepast worden.

 

Zie voor verdere bespreking van art. 7 WVW het zakboek editie 2019

 

Overige van belang zijnde wetswijzigingen

(zie www.wetten.nl voor complete wetteksten)

 

Art. 175 WVW 1994

1.   Aan het tweede lid is na onderdeel b op een nieuwe regel een volzin toege­voegd: Van roekeloosheid is in elk geval sprake als het gedrag tevens als een overtreding van artikel 5a, eerste lid, kan worden aangemerkt.

2.   In het derde lid is vervallen «of indien het feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt doordat hij een krachtens deze wet vastgestelde maximumsnelheid in ernstige mate heeft overschreden, dan wel zeer dicht achter een ander voertuig is gaan rijden, geen voorrang heeft verleend of gevaarlijk heeft ingehaald».

 

Art. 176 WVW 1994 (strafbaarstelling misdrijven)

1.   Onder vernummering van het eerste tot en met vierde lid tot tweede tot en met vijfde lid is een lid ingevoegd, luidende:

1.   Overtreding van artikel 5a wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.

2.   In het tweede lid is «artikel 70m» vervangen door: de artikelen 7, eerste lid, onderdelen a en c, 8, 9, eerste, tweede, vierde, vijfde, zevende en negende lid en 70m.

3.   In het vijfde lid is «7, eerste lid, 8, 9, eerste, tweede, vierde, vijfde, zevende en negende lid,» vervangen door: 7, eerste lid, onderdeel b,.

 

Art. 177 WVW 1994 (strafbaarstelling overtredingen)

1.   Onder vernummering van het eerste en tweede lid tot tweede en derde lid is een lid ingevoegd, luidende:

1.   Overtreding van de artikelen 5 en 107, eerste en tweede lid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.

2.   In het tweede lid, onderdeel a, is vervallen «5» en «107, eerste en tweede lid».

 

Art. 179 WVW 1994 (ontzegging besturen motorrijtuigen)

In artikel 179, eerste lid, zijn «de artikelen 6,» vervangen door: de artikelen 5a, eerste lid, 6,.

 

Art. 67 Sv lid 1 onder c (misdrijven waarop vh is toegelaten) is komen te luiden:

c.  Met name genoemde misdrijven uit bijzondere wetten die een lager strafmaximum hebben dan vier jaar:

-     175 lid 2, onderdeel b WVW 1994 (6 WVW 1994: letsel gecombineerd met roekeloosheid; zie voor een mogelijke voorgeleiding ter ibs Zb Sv HulpOvJ 11.18!!);

-     175 lid 3 in verbinding met lid 1, onderdeel b WVW 1994 (6 WVW 1994: letsel gecombineerd met alcohol, andere stof of niet voldaan aan bevel ademanalyse of bloedonderzoek; zie voor een mogelijke voorgeleiding ter ibs Zb Sv HulpOvJ 11.18!!);

-     176 lid 2 voor zover dit betreft art. 7, eerste lid, onderdelen a en c, WVW 1994 (verlaten plaats ongeval gecombineerd met dood, letsel of letsel en hulpeloze toestand).

 

 

-----------------------------

 

 



[1].     Stb. 2019, 413, datum inwerkingtreding 01-01-20 (Stb. 2019, 442).

[2].     Kamerstukken 35086, nr. 3 (MvT).

[3].     Kamerstukken 35086, nr. 3 (MvT).

[4].     Kamerstukken 35086, nr. 3 (MvT).

[5].     Kamerstukken 35086, nr. 3 (MvT).

[6].     Kamerstukken 35086, nr. 3 (MvT).

[7].     Kamerstukken 35086, nr. 3 (MvT).

[8].     Kamerstukken 35086, nr. 3 (MvT), tenzij anders aangegeven.

[9].     Kamerstukken 35086, nr.  (Nota n.a.v. het verslag).

[10].    Stb. 2019, 413, datum inwerkingtreding 01-01-20 (Stb. 2019, 442).