ZAKBOEK STRAFRECHT HULPOVJ 2021

Voorwoord / Actualiteitenoverzicht / Inhoudsopgave

 

 

VOORWOORD

 

Voor hulpofficieren en specialisten in de opsporing

Het zakboek bevat een handzame, overzichtelijke, betrouwbare en praktijkgerichte bespreking van:

algemene leerstukken uit het Wetboek van Strafrecht (opzet, schuld, oorzakelijkheid, strafuitsluitingsgronden, poging, voorbereiding, deelneming, enz.);

misdrijven en overtredingen uit het Wetboek van Strafrecht, de Opiumwet, de Wet wapens en munitie en de Wegenverkeerswet.

Daarnaast worden in hoofdstuk 1 verbetertips gegeven voor de juridische ‘verwerking’ van veel voorkomende misdrijven. Zie voor een compleet overzicht de inhoudsopgave van dit zakboek.

 

Praktijkgericht

Door de verwerking van jurisprudentie, Kamerstukken en literatuur worden dagelijks voorkomende praktijkvragen beantwoord. Alle antwoorden op de vele vakvragen die de auteur de afgelopen decennia heeft ontvangen zijn voor zover van belang verwerkt in dit zakboek. Dat geldt ook voor de ervaringen die de auteur heeft opgedaan in het kader van kwaliteitsprojecten Politie-OM. Voor lezers die meer diepgang in de behandelde stof zoeken, wordt in ruim 2700 voetnoten verwezen naar jurisprudentie, Kamerstukken en literatuur.

 

Actualiteitenoverzicht en register

Regelgeving, literatuur en jurisprudentie in dit zakboek zijn bijgewerkt tot 21 januari 2021. Zie voor de verwerkte actualiteiten in deze 24e editie het actualiteitenoverzicht voorin dit zakboek. Het overzicht wordt maandelijks geactualiseerd voor de abonnees op navigator.nl van WoltersKluwer (zie hierna). Ook dit zakboek is voorzien van een omvangrijk register.

 

Kwaliteit, tijdwinst en voorkoming vertraging

In het zakboek worden veel tips gegeven voor het opsporingsonderzoek, het proces-verbaal, beoordelaars van dat proces-verbaal en het maken van een tenlastelegging. Het opvolgen van deze tips zal de kwaliteit van werken verbeteren, tijdwinst opleveren in het vervolg van de keten en vertraging bij de verdere afhandeling van de strafzaak voorkomen. Aanbevolen dus voor kwaliteitsprojecten OM-Politie.

 

Speciaal zakboek voor overige opsporingsambtenaren

Voor de overige opsporingsambtenaren is er het zakboek Strafvordering en Strafrecht: een afgeslankte versie van de zakboeken Strafvordering en Strafrecht voor de Hulpofficier in één boek.

 

Overige zakboeken

Zie voor de overige zakboeken pagina 3 van het kaft van dit zakboek en wolterskluwer.nl/politie of zakboekenpolitie.com.

 

Zakboeken ook geactualiseerd online en verkrijgbaar als e-book

Alle zakboeken zijn voor politie en justitie digitaal te raadplegen via de interne kennissystemen (link naar Kluwer Navigator) en worden maandelijks geactualiseerd (geen actualisatie zakboek Procesverbaal en Bewijsrecht).

 

Bijzondere dank is de auteur verschuldigd aan Rob van Dartel, officier van justitie. Van Dartel heeft de auteur de afgelopen jaren van veel verbeterpunten voorzien, is een kritisch en behulpzaam sparringpartner en heeft veel tekst compleet en diepgaand gescreend. Van Dartel is auteur van het zakboek Pv en Bewijsrecht.

 

Verschijningsfrequentie zakboeken

Alle zakboeken verschijnen jaarlijks eind februari, het zakboek Proces-verbaal en Bewijsrecht tweejaarlijks.

 

20 januari 2021

Mike Hoekendijk

 

 

OVERZICHT VERWERKTE ACTUALITEITEN

 

Hierna worden kort de belangrijkste actualiteiten vermeld zoals verwerkt in deze nieuwe editie van het zakboek. Daarbij wordt verwezen naar de paragraaf waarin de actualiteit besproken wordt.

 

Wet- en regelgeving

24.4  Wet en Besluit experiment gesloten coffeeshopketen.

 

Jurisprudentie

2.7    Voorwaardelijk opzet

Welbewust en doelgericht slachtoffer hard met vuist op kwetsbaar lichaamsdeel (hoofd) geslagen ten gevolge waarvan het slachtoffer ten val kwam. Dit terwijl verdachte wist dat slachtoffer op leeftijd was (en dus een fragieler gestel had dan de gemid­delde persoon) en ook wist dat slachtoffer net was opgestaan na een eerdere val ten gevolge van een duw van verdachte. Dat het door de verdachte toegepaste geweld aanzienlijk was, blijkt uit de aard en zwaarte van de verwondingen die het slachtoffer heeft opgelopen.
HR 15-05-18, ECLI:NL:HR:2018:710.

2.12  Strafuitsluitingsgrond afwezigheid van alles schuld

Verontschuldigbaar dwalen (bijv. door een politieambtenaar) over het bestaan van een rechtvaardigingsgrond.

Rb. Gelderland 01-07-20, ECLI:NL:RBGEL:2020:3201.

2.13  Noodweer tegen noodweer (art. 41 Sr)
Er is geen ‘wederrechtelijke’ aanranding wanneer de verdachte zich op zijn beurt verdedigt tegen iemand die zelf uit noodweer handelt als reactie op een daarvóór gepleegde aanranding.
HR 11-02-20, ECLI:NL:HR:2020:235.

2.13  Noodweer: hevige gemoedsbeweging (art. 41 Sr)
‘Bewust handelen’ is niet altijd onverenigbaar met 'een hevige gemoedsbeweging'.
HR 04-02-20, ECLI:NL:HR:2020:195 (met noot Jörg in NJ 2020/262).

3.3    Samenspanning: 'bestemd tot begaan van dat misdrijf' (art. 46 Sr)
Met 'dat misdrijf' wordt gedoeld op het misdrijf dat is voorbereid en dus niet op de voorbereiding zelf.

         HR 07-07-20, ECLI:NL:HR:2020:1198.

4.4    Zwaar lichamelijk letsel (art. 82 Sr)

-      Verlies ongeboren kind door verkeersongeval.
Rb Midden-Nederland 07-02-20, ECLI:NL:RBMNE:2020:433.

-      COVID-19.
Hof Amsterdam 12-06-20, ECLI:NL:GHAMS:2020:1659.

5.7    Belediging groep mensen (art. 137c Sr)
Veroordeling politicus voor groepsbelediging.
Hof Den Haag 04-09-20, ECLI:NL:GHDHA:2020:1606.

5.8    Aanzetten tot haat, discriminatie of geweld (art. 137d Sr)
Vrijspraak politicus.
Hof Den Haag 04-09-20, ECLI:NL:GHDHA:2020:1606.

5.8    Aanzetten tot geweld (art. 137d Sr)

         Als spreker tijdens een demonstratie ten overstaan van publiek bij herhaling in de Turkse taal roepen “Karabağ Ermeniye mezar olacak”, welke woorden in de Nederlandse vertaling luiden “Karabach zal het graf van de Armeniërs worden” en waren aldus gericht tegen alle Armeniërs.

         HR 14-04-20, ECLI:NL:HR:2020:638.

5.13  Huisvredebreuk (art. 138 Sr)

         Gemeente bevoegd tot nemen besluit tot sluiting en overname van beheer campingterrein (art. 13b Woningwet) en kon daarom toegang aan verdachte ontzeggen.
Hof 's-Hertogenbosch 20-08-20, ECLI:NL:GHSHE:2020:2613.

5.25  Openlijke geweldpleging (art. 141 Sr)
Schade benadeelde partij: hoofdelijke aansprakelijkheid.
HR 03-11-20, ECLI:NL:HR:2020:1726 (met noot Vellinga in NJ 2020/439).

6.14  Verontreiniging bodem/lucht/oppervlaktewater: asbest (art. 173b Sr)

         Het ontgraven en ruimen van een oude stortplaats door een asbestsaneringsbedrijf, waarbij een hoeveelheid asbestvezels in de lucht werd gebracht, terwijl daarvan gevaar voor de openbare gezondheid te duchten was. Ook in gevallen waarin niet of nog niet kon worden vastgesteld dat het gevaar zich ook daadwerkelijk heeft verwezenlijkt, maar waarin wel een reële kans bestond op die verwezenlijking.
HR 08-09-2020, ECLI:NL:HR:2020:1368.

7.14  Hulp aan daders van misdrijven (art. 189 Sr)

Tegenwerken bij opsporen en aanhouden van voortvluchtige verdachte (filmpjes, vlogs, onjuiste infocontacten en verblijfplaats voortvluchtige).

         Hof Arnhem-Leeuwarden 12-03-20, ECLI:NL:GHARL:2020:2129.

9.6            Vals reisdocument (art. 231 Sr)
Documenten die de functie hebben om de houder ervan het reizen van en naar het buitenland, alsmede zijn verblijf daar te vergemakkelijken. Ook buitenlandse reisdocumenten.
HR 17-03-20, ECLI:NL:HR:2020:451.

9.6            Valse identiteitskaart EU (art. 231 Sr)
Identiteitskaart Slovenië (lidstaat EU) is ‘reisdocument’ in de zin van art. 231 Sr.
HR 17-03-20, ECLI:NL:HR:2020:451.

10.5  Kinderpornografie: gebruikmaken van clouddienst

         Geen 'bezit' bij bezoeken van een digitale opslagruimte in de cloud. MH: wel kan er aldus sprake zijn van het 'zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen' in de zin van art. 240b Sr.
HR 12-05-20, ECLI:NL:HR:2020:799.

10.5  Kinderpornografie

Op door verdachte als ‘selfie’ vervaardigde afbeeldingen was de penis van verdachte zichtbaar en te zien dat deze stijf was of door de verdachte in zijn hand werd gehouden. Verder waren op deze foto’s telkens een of twee van de jonge kinderen van verdachte (die zich in zijn directe nabijheid bevonden) herkenbaar in beeld gebracht. Aldus bevatten de foto's een seksuele gedraging van de verdachte en hadden een seksuele strekking waarvan de kinderen deel uitmaakten. De enkele omstandigheid dat de kinderen op deze foto’s niet naakt waren afgebeeld en daarop zelf geen seksuele handelingen verrichten, maakt dit niet anders.

         HR 01-09-20, ECLI:NL:HR:2020:1347.

10.6  Verkrachting: binnendringen (art. 242 Sr)

Niet binnendringen lichaam van verdachte door slachtoffer.
Hof Amsterdam 08-07-20, ECLI:NL:GHAMS:2020:1908.

10.11 Ontucht met bewusteloze/onmachtige/<16j/enz. (art. 247 Sr)

Uitkleden van 11 jarig kind tot het geheel naakt was door een tevens ontklede meerderjarige man zonder dat voor dat uitkleden een functionele reden bestond en het dicht tegen elkaar aan naakt op de bank zitten: uitkleden onder deze omstandigheden ontuchtige handeling.
HR 24-11-20, ECLI:NL:HR:2020:1871.

12.2  Smaad(schrift): kennelijke doel van ruchtbaarheid (art. 261 Sr)

Daarvan kan ook sprake zijn als de mededeling aan niet meer dan één persoon is gedaan. Bij de beoordeling kan van belang zijn of verwacht mocht worden dat de ontvanger van de (smadelijke) mededeling daar vertrouwelijk mee omging. Als de ontvanger een ambt bekleedt dat met discretie pleegt te worden uitgeoefend, behoeft het oordeel dat is gehandeld met het kennelijke doel om aan de mededeling ruchtbaarheid te geven al snel nadere motivering. Onder omstandigheden kan ook een nadere motivering vereist zijn als de relatie met de ontvanger zodanig is dat de verdachte in redelijkheid mag verwachten dat de ontvanger de mededeling niet zal verspreiden in een bredere kring van betrekkelijk willekeurige derden.

HR 07-04-20, ECLI:NL:HR:2020:511.

12.5  Eenvoudige belediging (art. 266 Sr) door toegezonden/aangeboden geschrift/afbeelding

WhatsApp bericht.

         HR 27-10-20, ECLI:NL:HR:2020:1681.

12.6  Belediging openbaar gezag (politieambtenaar) (art. 267 Sr)

-      ACAB
Verdachte zong in voetbalstadion meermalen de leus ‘ACAB’ (All Cops Are Bastards) op korte afstand van politieambtenaren en keek tijdens het zingen naar die politieambtenaren. Het is onaannemelijk dat de verdachte een leus richting de politie zingt waarvan hij de betekenis of strekking niet kent.
HR 24-03-20, ECLI:NL:HR:2020:501.

-      Gedurende of ter zake rechtmatige uitoefening bediening
Uitsluitend van toepassing als tussen belediging en uitoefening bediening:

o   een temporeel verband bestaat (belediging op moment uitoefening bediening) of

o   de belediging met betrekking tot de uitoefening van de bediening is gedaan (belediging behoeft niet op moment bediening gedaan te zijn).

Daarbij is ook vereist dat de belediging betrekking moet hebben op de uitoefening van de bediening (en niet op de enkele hoedanigheid van de ambtenaar).
HR 27-10-20, ECLI:NL:HR:2020:1686.

13.1  Mensenhandel: dwingen/bewegen tot bevoordelen uit opbrengst seksuele handelingen (art. 273f, lid 1 onderdeel 9 Sr)
Daarvan kan sprake zijn

-      als het verrichten van seksuele handelingen plaatsvindt onder omstandigheden waarbij uitbuiting kan worden verondersteld;

-      als de wijze waarop degene die een ander dwingt/beweegt hem te bevoordelen uit de opbrengst van (vrijwillig) verrichte seksuele handelingen meebrengt dat die bevoordeling plaatsvindt onder omstandigheden waarbij uitbuiting kan worden verondersteld.
HR 04-02-20, ECLI:NL:HR:2020:191 (met noot Kooijmans in NJ 2020/155).

13.1  Mensenhandel door kinderen in te zetten bij winkeldiefstallen (art. 273f Sr)?
HR 21-04-20, ECLI:NL:HR:2020:672.

13.3  Onttrekking minderjarige aan gezag/opzicht (art. 279 Sr)

         De minderjarigheid is niet geobjectiveerd zodat het opzet op de minderjarigheid moet worden bewezen.
HR 16-06-20, ECLI:NL:HR:2020:1032.

13.7  Dwang: feitelijkheid (art. 284 Sr)

         Ook door uitspreken van woorden.
     HR 07-04-20, ECLI:NL:HR:2020:568.

13.8  Bedreiging met COVID-19 (art. 285 Sr)
Bedreiging met zware mishandeling politie/beveiliger door bedreiging met COVID-19.
Hof 's-Hertogenbosch 20-04-20, ECLI:NL:GHSHE:2020:1393, Hof 's-Hertogenbosch 02-06-20, ECLI:NL:GHSHE:2020:1723 en Hof Arnhem-Leeuwarden, ECLI:NL:GHARL:2020:4123.

         Tevens opsomming mogelijk andere van toepassing zijnde misdrijven.

13.10        Belaging (art. 285b Sr)

Van belaging kan ook sprake zijn als het slachtoffer pas na de gedragin-gen op de hoogte is gekomen van die gedragingen. Bijv. als verdachte bewust en gedurende langere tijd heimelijk en onopgemerkt heeft ge-filmd en aldus heeft bewerkstelligd dat de gefilmde zich niet kon verzet-ten tegen het gefilmd worden en aldus werd gedwongen dat filmen te dulden.
HR 21-04-20, ECLI:NL:HR:2020:673 (met noot Kooijmans in NJ 2020/228).

14.1  Medeplegen doodslag (opzet) (art. 287 Sr)

         Het voor medeplegen vereiste opzet van een verdachte op (poging tot) doodslag kan niet uitsluitend worden aangenomen op de gronden dat bij het dwingen van personen om waardevolle spullen af te staan dan wel het daartoe oplichten van personen binnen een crimineel milieu het in de lijn der verwachting ligt dat over en weer wapens worden meegebracht en zo nodig worden ingezet en dat het niet voor de hand ligt dat het meebrengen van een wapen niet bekend is bij of bekend wordt gemaakt aan een mededader.
HR 18-02-20, ECLI:NL:HR:2020:281 (met noot Vellinga in NJ 2020/174).

15.1  Eenvoudige mishandeling, zwaar lichamelijk letsel tengevolge hebbende
Verdachte deed zich voor als chirurg, terwijl hij gynaecoloog was. Bij een aantal patiënten zijn infecties aan de borsten ontstaan, die verdachte afdeed als niet ongebruikelijk. Na infecties moesten implantaten worden ver­wijderd. Bij anderen hebben hersteloperaties door andere artsen plaatsgevonden.

         HR 23-06-20, ECLI:NL:HR:2020:1093.

18.1  Verduistering (art. 321 Sr)

         De enkele omstandigheid dat de verdachte op grond van een civielrechtelijke veroordeling tot nakoming van een huurkoopovereenkomst was gehouden een goed aan de huurkoper af te geven, brengt nog niet mee dat dit goed aan de huurkoper ‘toebehoorde’.
HR 23-06-20, ECLI:NL:HR:2020:1033.

21.4  Schuldheling: kopen op straat / via Marktplaats.nl

Het kopen van een voorwerp op straat van een particulier tegen een prijs waarvan niet vaststaat dat deze opvallend laag was, betekent nog niet dat de koper redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het voorwerp van misdrijf afkomstig was. Daarvoor is meer nodig. Niet voldoende is bijv. het ontbreken van een nota van de aankoop door de verkoper, het niet verstrekken van een aankoopbon door de verkoper of het op een fiets ontbreken van een sticker van een rijwielhandelaar. Bij de aankoop van goederen via Marktplaats.nl is het niet vreemd om af te spreken op een andere locatie dan bij de verkoper thuis en ook niet ongebruikelijk dat de verkopende partij om privacy- en veiligheidsredenen zoveel mogelijk zijn adres- en persoonlijke gegevens probeert af te schermen voor de buitenwereld.
Conclusie PG, ECLI:NL:PHR:2020:294 en HR 23-06-20, ECLI:NL:HR:2020:1097.

21.4  Schuldheling: fiets / algemene bekendheid
Het is 'een feit van algemene bekendheid dat een fiets afkomstig is uit enig misdrijf als deze in goede staat verkeert en een open slot heeft waarbij de sleutel ontbreekt. Deze omstandigheid had de verdachte tot voorzichtigheid en nader onderzoek moeten nopen. Nu de verdachte geen enkel onderzoek heeft gedaan en op dit punt ook geen navraag heeft gedaan bij degene van wie hij de fiets geleend had, is hij tekort geschoten in zijn onderzoeksplicht en had hij minst genomen redelijkerwijs moeten vermoeden dat de fiets was gestolen, zodat sprake is van schuldheling'.
Hof Den Haag 23-07-20, ECLI:NL:GHDHA:2020:1421.

22.2  Witwassen

-      Afkomstig uit enig misdrijf

o   Vermogensbestanddelen waarover men de beschikking heeft doordat belasting is ontdoken.
HR 15-09-20, ECLI:NL:HR:2020:1377.

o   Voorwerpen ‘met behulp waarvan’ een misdrijf is begaan, zijn niet reeds daardoor ‘afkomstig’ uit enig misdrijf.
HR 21-04-20, ECLI:NL:HR:2020:572.

o   Bitcoins (onder genoemde omstandigheden).
Rb Rotterdam 13-03-19, ECLI:NL:RBROT:2019:2408.

-      Gedogen en/of toezeggingen
De omstandigheid dat de overheid met het oog op de opsporing een praktijk heeft gedoogd waarin (onder meer) de verdachte door middel van strafbare gedragingen in het kader van het invoeren, doorvoeren en afleveren van drugs opbrengsten kon behalen, ontneemt niet het strafbare karakter aan die gedragingen en kan nog steeds bewezen worden dat opbrengsten ‘uit enig misdrijf’ afkomstig zijn. Wel kan in uitzonderlijke gevallen vervolging onverenigbaar zijn met beginselen van een goede procesorde. Zo’n uitzonderlijk geval kan zich bijv. voordoen bij 'toezeggingen'.
HR 07-04-20, ECLI:NL:HR:2020:619 (met noot Kooijmans in NJ 2020/205).

-      Voorhanden hebben in verborgen ruimte onder auto (art. 420bis lid 1 Sr)
Vereist dat de verdachte het voorwerp opzettelijk aanwezig had. Verdachte moet zich bewust zijn geweest van de (waarschijnlijke) aanwezigheid van het voorwerp, zonder dat die bewustheid zich hoeft uit te strekken tot de precieze eigenschappen en kenmerken van dat voorwerp of de exacte locatie daarvan. Van die bewustheid kan ook sprake zijn in een geval dat het niet anders kan dan dat de verdachte zulke bewustheid heeft gehad.
HR 21-04-20, ECLI:NL:HR:2020:570.

24.19  Opiumwet

         Aanwezig hebben. Niet doorslaggevend is aan wie de verdovende middelen toebehoren. Ook hoeft geen sprake te zijn van enige beschikkings- of beheersbevoegdheid ten aanzien van die verdovende middelen. De verdovende middelen moeten zich wel in de machtssfeer van de verdachte bevinden. Daarvoor is vereist dat de verdachte wetenschap heeft van de aanwezigheid van de verdovende middelen, althans van de aanmerkelijke kans daarop.
HR 15-09-20, ECLI:NL:HR:2020:1376 (verwijzing naar Conclusie PG, ECLI:NL:PHR:2020:587).

         Medeplegen aanwezig hebben. Daarvoor is een ‘gezamenlijke machtsuitoefening’ noodzakelijk. 'Het accent ligt daarbij op de samenwerking en de bijdrage van de verdachte. De machtsuitoefening dient bovendien van voldoende gewicht te zijn. De verdachte en de mededaders dienen "tezamen af te weten" van de aanwezigheid van verdovende middelen. Indien de mededaders daarover niets (willen) verklaren kan dergelijke wetenschap eventueel met toepassing van algemene ervaringsregels uit de omstandigheden van het geval worden afgeleid'. De enkele wetenschap van de aanwezigheid van verdovende middelen in een bepaalde ruimte en de omstandigheid dat de verdachte zich daarvan niet heeft gedistantieerd is niet zonder meer voldoende voor medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van verdovende middelen.
HR 15-09-20, ECLI:NL:HR:2020:1376 (verwijzing naar Conclusie PG, ECLI:NL:PHR:2020:587).

24.20  Drugslab

         'Het is een feit van algemene bekendheid dat het regelmatig voorkomt dat personen zich wenden tot eigenaren van grond en of schuren en loodsen met het verzoek daar gebruik van te mogen maken. Het is evenzeer een feit van algemene bekendheid dat in leegstaande schuren en of loodsen vaak laboratoria voor de productie van drugs worden geïnstalleerd. Als uitgangspunt geldt dat de eigenaar van deze schuren en loodsen bewust het risico neemt dat in zijn ruimten een dergelijk laboratorium wordt gevestigd wanneer niet bekend is wie de gebruikers zijn en de eigenaar geen of gebrekkig toezicht houdt op het gebruik van die ruimten. Minst genomen mag van de eigenaar worden verwacht dat hij zich op de hoogte stelt van de identiteit van de huurder en of gebruiker, dat de huurpenningen via de bank worden overgemaakt en dat hij zich regelmatig op de hoogte stelt van het daadwerkelijk gebruik van de aan hem toebehorende, althans zich op zijn terrein bevindende ruimten'. Aldus voldoende ernstige bezwaren voor vh.
Hof 's-Hertogenbosch 24-09-20, ECLI:NL:GHSHE:2020:2981.

25.7  WWM: verdere invulling begrip voorhanden hebben

         Aanwezigheid wapen en bewustheid van die aanwezigheid.

HR 31-03-20, ECLI:NL:HR:2020:504 (met noot Sackers in NJ 2020/252).

25.7  WWM: doen binnenkomen

Onder ‘doen binnenkomen’ wordt niet uitsluitend begrepen het doen overschrijden van de landsgrens zelf. Onder ‘doen binnenkomen’ kan ook worden begrepen het vanuit het buitenland naar een bestemming in Nederland doen vervoeren (MH: ook dus in etappes waaraan verschillende verdachten een bijdrage hebben geleverd, mits verdachten uiteraard wisten dat e.e.a. uit het buitenland afkomstig was).

         HR 19-05-20, ECLI:NL:HR:2020:905.

25.7    WWM: doen uitgaan

Onder ‘doen uitgaan’ wordt niet uitsluitend begrepen het doen overschrijden van de landsgrens, maar ook het vanuit Nederland naar een bestemming in het buitenland doen vervoeren.

         HR 30-06-20, ECLI:NL:HR:2020:1153.

25.17  WWM: strafbaarstelling messen in Apv

Mogelijkheid van en problemen bij strafbaarstelling van messen in Apv’s
HR 15-12-20, ECLI:NL:HR:2020:1993 (incl. Conclusie PG).

26.3    Verkeer op weg hinderen (art. 5 WVW)

-      Voertuig zodanig op de weg laten staan, dat fietsers aan de verkeerde kant van de weg moesten fietsen.
Hof Arnhem-Leeuwarden 27-08-20, ECLI:NL:GHARL:2020:6723.

-      Stilstaan op een drukke weg om passagiers in- en uit te laten stappen, waardoor ander verkeer genoodzaakt wordt van rijstrook te wisselen.
Hof Arnhem-Leeuwarden 19-08-20, ECLI:NL:GHARL:2020:6517.

26.5  Dood/letsel door schuld in verkeer (art. 6 WVW 1994): branche­richtlijn geen recht

         Prio 1-melding (overval op bedrijf), met 50 km/u kruising oprijden met alleen optische signalen. Strikte toepassing van Brancherichtlijn ver­houdt zich niet tot de aard van de politietaak zoals die zich in de betreffende zaak heeft voorgedaan. De plicht van een politieagent in een zaak als deze, om zich met spoed naar een melding met de hoogste prioriteit te begeven, brengt een kans op risicovol rijgedrag mee, hetgeen de wetgever in zekere mate heeft aanvaard door politieagenten in dergelijke zaken vrij te stellen van het opvolgen van bepaalde verkeersregels. Rb ziet Brancherichtlijn als handreiking voor bestuurders voorrangsvoertuigen die zich leent voor interne, disciplinaire doelen. Geen art. 6 of 5 WVW.
Rb Zeeland-West-Brabant 23-09-20, ECLI:NL:RBZWB:2020:4433.

26.6  Verlaten plaats ongeval (art. 7 WVW 1994)

         Ook anders dan door doorrijden of wegrijden.
HR 11-02-20, ECLI:NL:HR:2020:223.

26.6  Verlaten plaats ongeval (art. 7 WVW 1994)

         De opvatting dat geen sprake kan zijn van het in ‘hulpeloze toestand’ achter­laten als ter plaatse omstanders aanwezig zijn is in haar algemeenheid onjuist.
HR 10-03-20, ECLI:NL:HR:2020:394.

 

Nieuw hoofdstuk 11: Verlating van hulpbehoevenden

11.1  In hulpeloze toestand brengen of laten (art. 255 Sr).

11.2  Te vondeling leggen (art. 256 Sr).

11.3  Strafverzwarende omstandigheden (art. 257 Sr).

11.4  Strafverzwaring voor ouders (art. 258 Sr).

 

Nieuwe paragrafen

23.19        Politievoorschrift in buitengewone omstandigheden (art. 443 Sr).

25.13        Verbodsbepalingen overdragen cat. II, III en IV (art. 31 WWM).

 

Herschreven

Alhoewel het hele zakboek grondig is herzien, kunnen met name de volgende paragrafen genoemd worden.

2.7    Opzet.

3.1 e.v. Poging, voorbereiding en deelneming.

4.4    Zwaar lichamelijk letsel.

5.7 e.v. Discriminatiebepalingen.

5.25          Openlijke geweldpleging.

15.1          Eenvoudige mishandeling.

19.1          Oplichting.

22.1 e.v. Witwassen.

24.1 e.v. Opiumwet.


 

 

 

INHOUDSOPGAVE

 

VOORWOORD 5

OVERZICHT VERWERKTE ACTUALITEITEN 7

GEBRUIKTE LITERATUUR 23

GEBRUIKTE AFKORTINGEN 24

 

1 ENKELE VERBETERTIPS

1.1 Inleiding 25

1.2 ZSM 25

1.3 Studietips veel voorkomende misdrijven / dwangmiddelen 25

1.4 Dwangmiddelen/bevoegdheden en digitale zakboeken 26

1.5 Wetten.nl: actueel en terugkijken in geschiedenis 26

1.6 Bewijsrecht 26

1.7 Beeldmateriaal 28

1.8 Betreden woning 28

1.9 Check opsporingsbevoegdheid buitengewoon opsp. ambtenaar 28

1.10 Ambtsdwang, verzet, niet voldoen bevel/vordering, beletten/enz. 29

 

2 OPZET, SCHULD, OORZAKELIJKHEID, STRAFUITSLUITINGSGRONDEN, ENZ.

2.1 Gevolgs- en gedragsdelicten 30

2.2 Commissie- en omissiedelicten 30

2.3 Aflopende en voortdurende delicten 30

2.4 Kwaliteitsdelicten 31

2.5 Tijd en plaats van het delict 31

2.6 Oorzakelijkheid (causaliteit/toerekenen) 31

2.7 Opzet 34

2.8 Schuld 48

2.9 Wederrechtelijk 49

2.10 Voorbedachte raad 49

2.11 Geobjectiveerde bestanddelen 52

2.12 Strafuitsluitingsgronden: inleiding 52

2.13 Noodweer(exces) / putatief noodweer (art. 41 Sr) 54

 

3 POGING, VOORBEREIDING EN DEELNEMING

3.1 Inleiding 63

3.2 Poging (art. 45 Sr) 63

3.3 Voorbereiding (art. 46 Sr) 65

3.4 Poging uitlokking / doen plegen (art. 46a Sr) 69

3.5 Vrijwillige niet-voltooiing (art. 46b Sr) 70

3.6 Deelneming (daders en medeplichtigen) 73

3.7 Plegen (art. 47 Sr) 74

3.8 Doen plegen (art. 47 Sr) 74

3.9 Medeplegen (art. 47 Sr) 75

3.10 Uitlokken (art. 47 Sr) 84

3.11 Medeplichtigheid (art. 48 Sr) 86

3.12 Verschillen tussen enige vormen van deelneming 89

3.13 Deelneming aan deelneming 90

3.14 Daderschap: rechtspersonen, opdracht-/leidinggever (art. 51 Sr) 91

3.15 Daderschap: publiekrechtelijke rechtspersoon 93

3.16 Functioneel daderschap 95

 

4 BETEKENIS VAN SOMMIGE UITDRUKKINGEN

4.1 Gegevens (art. 80quinquies Sr) 96

4.2 Geautomatiseerd werk (art. 80sexies Sr) 96

4.3 Plegen van geweld (art. 81 Sr) 97

4.4 Zwaar lichamelijk letsel (art. 82 Sr) 97

4.5 Van het leven beroven (art. 82a Sr) 102

4.6 Terroristisch misdrijf (art. 83 Sr) 103

4.7 Terroristisch oogmerk (art. 83a Sr) 103

4.8 Misdrijf ter voorb./makkelijk maken terr. misdrijf (art. 83b Sr) 103

4.9 Ambtenaren (art. 84 Sr) 104

4.10 Inklimming (art. 89 Sr) 104

4.11 Valse sleutels (art. 90 Sr) 105

4.12 Opkoper en opkopen (art. 90bis Sr) 106

4.13 Discriminatie (art. 90quater Sr) 106

4.14 Toepasselijkheid bepalingen uit eerste boek Sr (art. 91 Sr) 107

 

5 MISDRIJVEN TEGEN DE OPENBARE ORDE

5.1 Inleiding 108

5.2 Opruiing (art. 131 Sr) 108

5.3 Verspreiding opruiend geschrift (art. 132 Sr) 111

5.4 Aanbieden medeplichtigheid (art. 133 Sr) 111

5.5 Verspreiding aanbod tot medeplichtigheid (art. 134 Sr) 112

5.6 Gelegenheid, enz. verschaffen tot terroristisch misdrijf (art. 134a Sr) 112

5.7 Belediging groep mensen (art. 137c Sr) 112

5.8 Aanzetten tot haat, discriminatie of geweld (art. 137d Sr) 118

5.9 Verspreiding discriminatie (art. 137e Sr) 119

5.10 Steunverlening discriminatie (art. 137f Sr) 122

5.11 Discriminatie in uitoefening ambt/beroep/bedrijf (art. 137g Sr) 122

5.12 Ontzetting uit beroep (art. 137h Sr) 123

5.13 Huisvredebreuk (woning, besloten lokaal of erf) (art. 138 Sr) 123

5.14 Kraken (art. 138a Sr) 130

5.15 Computervredebreuk (art. 138ab Sr) 133

5.16 Belemmering toegang/gebr. geautomatiseerd werk (art. 138b Sr) 134

5.17 Overnemen opgeslagen niet-openbare gegevens (art. 138c Sr) 135

5.18 Lokaalvredebreuk (lokaal openbare dienst) (art. 139 Sr) 137

5.19 Plaatsen opname/aftap/afluisterapparatuur (art. 139d Sr) 138

5.20 Gebruik verborgen camera (art. 139f Sr) 139

5.21 Heling gegevens (art. 139g Sr) 140

5.22 Misbruik van seksueel beeldmateriaal (art. 139h Sr) 141

5.23 Deelneming aan crim. org. / verboden rechtspersoon (art. 140 Sr) 144

5.24 Deelneming aan terroristische organisatie (art. 140a Sr) 147

5.25 Openlijke geweldpleging (art. 141 Sr) 147

5.26 Gelegenheid/enz. verschaffen tot plegen geweld (art. 141a Sr) 156

5.27 Vals alarm, gebruik alarmnummer (art. 142 Sr) 157

5.28 Nepbom verzenden/plaatsen/achterlaten/melden (art. 142a Sr) 158

5.29 Grafschennis (art. 149 Sr) 159

5.30 Onttrekken lijk aan nasporing (art. 151 Sr) 160

 

6 MISDRIJVEN WAARDOOR DE ALGEMENE VEILIGHEID VAN PERSONEN OF GOEDEREN IN GEVAAR WORDT GEBRACHT

6.1 Inleiding 162

6.2 Brandstichting, ontploffing, overstroming (art. 157 Sr) 162

16 Inhoudsopgave

6.3 Brand enz. door schuld (art. 158 Sr) 165

6.4 Belemmeren blussen brand (art. 159 Sr) 165

6.5 Vernieling, enz. elektriciteitswerk (art. 161bis Sr) 166

6.6 Vernieling, enz. geautom. werk / werk telecom (art. 161sexies Sr) 168

6.7 Vernieling, versperring enz. verkeerswerk/weg (art. 162 Sr) 169

6.8 Vernieling, enz. verkeerswerk door schuld (art. 163 Sr) 170

6.9 Veroorzaken gevaar spoorweg- of luchtverkeer (art. 164 Sr) 170

6.10 Veroorzaken gevaar spoor/luchtverkeer schuld (art. 165 Sr) 172

6.11 Vernieling gebouw (art. 170 Sr) 172

6.12 Vernieling gebouw schuld (art. 171 Sr) 173

6.13 Verontreiniging bodem/lucht/oppervlaktewater (art. 173a Sr) 173

6.14 Verontr. bodem/lucht/oppervlaktewater schuld (art. 173b Sr) 174

6.15 Verkoop voor gezondheid schadelijke waren (art. 174 Sr) 174

6.16 Verkoop schadelijke waren door schuld (art. 175 Sr) 175

 

7 MISDRIJVEN TEGEN OPENBAAR GEZAG EN MEINEED

7.1 Omkoping ambtenaar (art. 177 Sr) 176

7.2 Gelijkstelling ambtenaren (art. 178a Sr) 177

7.3 Ambtsdwang (art. 179 Sr) 178

7.4 Wederspannigheid (art. 180 Sr) 179

7.5 Strafverzwaring ambtsdwang/wederspannigheid (art. 181 Sr) 185

7.6 Strafverzwaring ambtsdwang/wederspannigheid (art. 182 Sr) 185

7.7 Met ambtenaren gelijkgestelden (art. 183 Sr) 186

7.8 Niet voldoen aan bevel, beletten/belemmeren/verijdelen (art. 184 Sr) 186

7.9 Opzettelijk handelen in strijd met gedragsaanwijzing (art. 184a Sr) 193

7.10 Bemoeilijken ambtsverrichting (art. 185 Sr) 194

7.11 Met ambtenaren gelijkgestelde personen (art. 185a Sr) 196

7.12 Blijven deelnemen aan samenscholing (art. 186 Sr) 196

7.13 Valse aangifte of klacht (art. 188 Sr) 198

7.14 Hulp aan daders van misdrijven (art. 189 Sr) 200

7.15 Bevrijding gedetineerde (art. 191 Sr) 203

7.16 Aanmatiging van rechten (art. 196 Sr) 204

7.17 Goederen onttrekken aan beslag (art. 198 Sr) 205

7.18 Verbreking zegel (art. 199 Sr) 206

7.19 Meineed (art. 207 Sr) 206

 

8 VALS GELD

8.1 Inleiding 209

8.2 Geld namaken / vervalsen (art. 208 Sr) 209

8.3 Vals geld uitgeven, ontvangen, enz. (art. 209 Sr) 210

8.4 Handelingen m.b.t. in omloop te brengen geld (art. 210 Sr) 211

8.5 Uitgeven vals geld te goeder trouw ontvangen (art. 213 Sr) 212

8.6 Stoffen/voorwerpen/gegevens tot vervalsen bestemd (art. 214 Sr) 212

 

9 VALSHEID MET GESCHRIFTEN, GEGEVENS EN BIOMETRISCHE KENMERKEN

9.1 Valsheid in geschrift (art. 225 Sr) 213

9.2 Valsheid in bijzondere geschriften (art. 226 Sr) 217

9.3 Valse opgave in authentieke akte (art. 227 Sr) 218

9.4 Niet naar waarheid gegevens verstrekken (art. 227a Sr) 218

9.5 Nalaten tijdig verstrekken van gegevens (art. 227b Sr) 219

9.6 Vals reisdocument/identiteitsbewijs; identiteitsfraude (art. 231 Sr) 219

Inhoudsopgave 17

9.7 Vervalsen biometr. kenmerken/persoonsgegevens (art. 231a Sr) 222

9.8 Identific. persoonsgegevens van ander misbruiken (art. 231b Sr) 224

9.9 Valse betaalpas of waardekaart (art. 232 Sr) 225

9.10 Stoffen/voorw. /gegevens tot vervalsen bestemd (art. 234 Sr) 227

 

10 MISDRIJVEN TEGEN DE ZEDEN

10.1 Inleiding 228

10.2 Schennis van de eerbaarheid (art. 239 Sr) 230

10.3 Afbeelding/voorwerp aanstotelijk voor eerbaarheid (art. 240 Sr) 233

10.4 Bescherming jeugdigen <16 jaar (art. 240a Sr) 234

10.5 Kinderpornografie (art. 240b Sr) 235

10.6 Verkrachting (art. 242 Sr) 246

10.7 Seksueel binnendr. bewusteloze/onmachtige/enz. (art. 243 Sr) 252

10.8 Seksueel binnendringen van iemand <12 jaar (art. 244 Sr) 255

10.9 Seksueel binnendringen van iemand <16 jaar (art. 245 Sr) 256

10.10 Feitelijke aanranding van de eerbaarheid (art. 246 Sr) 259

10.11 Ontucht met bewusteloze/onmachtige/<16j/enz. (art. 247 Sr) 262

10.12 Strafverzwaring (art. 248 Sr) 265

10.13 Verleiden van <18jarige tot ontucht (art. 248a Sr) 266

10.14 Ontucht met prostituee 16-18j (art. 248b Sr) 269

10.15 Aanwezigheid bij seksshow <18j (art. 248c Sr) 270

10.16 Seksuele corruptie (art. 248d Sr) 271

10.17 Grooming (art. 248e Sr) 272

10.18 Teweegbr./bevorderen ontucht door persoon <18j (art. 248f Sr) 276

10.19 Ontucht met misbruik gezag/vertrouwen/enz. (art. 249 Sr) 276

10.20 Koppelarij (art. 250 Sr) 282

10.21 Bijkomende straf, ontzetting rechten/beroep (art. 251 Sr) 283

10.22 Bedwelmende drank (art. 252 Sr) 283

10.23 Ontuchtige handelingen met een dier (art. 254 Sr) 284

10.24 Porno tussen mens en dier (art. 254a Sr) 284

 

11 VERLATING VAN HULPBEHOEVENDEN

11.1 In hulpeloze toestand brengen of laten (art. 255 Sr) 285

11.2 Te vondeling leggen of verlaten (art. 256 Sr) 286

11.3 Strafverzwarende omstandigheden (art. 257 Sr) 288

11.4 Strafverzwaring voor ouders (art. 258 Sr) 288

 

12 BELEDIGING

12.1 Inleiding 289

12.2 Smaad(schrift) (art. 261 Sr) 291

12.3 Laster (art. 262 Sr) 295

12.4 Bewijskracht vonnis (art. 265 Sr) 295

12.5 Eenvoudige belediging (art. 266 Sr) 296

12.6 Belediging openbaar gezag, enz. (art. 267 Sr) 299

12.7 Lasterlijke aanklacht (art. 268 Sr) 303

12.8 Belediging meestal klachtmisdrijf (art. 269 Sr) 305

12.9 Smaad(schrift) jegens overledene (art. 270 Sr) 305

12.10 Verspreiding beledigend geschrift (art. 271 Sr) 305

 

13 MISDRIJVEN TEGEN DE PERSOONLIJKE VRIJHEID

13.1 Mensenhandel (art. 273f Sr) 307

13.2 Misbruik prostituee slachtoffer mensenhandel (art. 273g Sr) 317

13.3 Onttrekking minderjarige aan gezag/opzicht (art. 279 Sr) 318

18 Inhoudsopgave

13.4 Opzettelijke vrijheidsberoving (art. 282 Sr) 321

13.5 Gijzeling (art. 282a Sr) 322

13.6 Vrijheidsberoving door schuld (art. 283 Sr) 323

13.7 Dwang (art. 284 Sr) 323

13.8 Bedreiging (art. 285 Sr) 325

13.9 Beïnvloeding getuige (art. 285a Sr) 333

13.10 Belaging (stalking) (art. 285b Sr) 335

13.11 Huwelijksdwang (art. 285c Sr) 340

 

14 MISDRIJVEN TEGEN HET LEVEN

14.1 Doodslag (art. 287 Sr) 342

14.2 Doodslag in combinatie met ander feit (art. 288 Sr) 346

14.3 Moord (art. 289 Sr) 348

14.4 Kinderdoodslag (art. 290 Sr) 349

14.5 Kindermoord (art. 291 Sr) 350

14.6 Deelneming aan kinderdoodslag/moord (art. 292 Sr) 350

14.7 Levensbeëindiging op verzoek; euthanasie (art. 293 Sr) 350

14.8 Aanzetten tot en/of hulp bij zelfdoding (art. 294 Sr) 351

 

15 MISHANDELING EN VEROORZAKEN DOOD OF ZWAAR LICHAMELIJK LETSEL DOOR SCHULD

15.1 Eenvoudige mishandeling (art. 300 Sr) 353

15.2 Mishandeling met voorbedachte raad (art. 301 Sr) 356

15.3 Zware mishandeling (art. 302 Sr) 356

15.4 Zware mishandeling met voorbedachte raad (art. 303 Sr) 358

15.5 Strafverzwarende omstandigheden (art. 304 Sr) 359

15.6 Deelneming aan aanval of vechterij (art. 306 Sr) 361

15.7 Dood door schuld (art. 307 Sr) 363

15.8 Zwaar lichamelijk letsel door schuld (art. 308 Sr) 365

15.9 In uitoefening van ambt of beroep (art. 309 Sr) 368

 

16 DIEFSTAL EN STROPERIJ

16.1 Diefstal (art. 310 Sr) 369

16.2 Diefstal onder verzwarende omstandigheden (art. 311 Sr) 378

16.3 Diefstal met geweld (art. 312 Sr) 381

16.4 Stroperij (art. 314 Sr) 383

16.5 Gekwalificeerde stroperij (art. 315 Sr) 384

16.6 Diefstal niet of alleen op klacht vervolgbaar (art. 316 Sr) 384

 

17 AFPERSING EN AFDREIGING

17.1 Afpersing (art. 317 Sr) 386

17.2 Afdreiging (art. 318 Sr) 389

17.3 Afpersing/afdreiging niet of alleen op klacht vervolgbaar (art. 319 Sr) 390

 

18 VERDUISTERING

18.1 Verduistering (art. 321 Sr) 391

18.2 Verduistering in dienstbetrekking/beroep (art. 322 Sr) 396

18.3 Verduist. ter voorber./makkelijk maken terr. misdr. (art. 322a Sr) 397

18.4 Verduistering door voogd, enz. (art. 323 Sr) 397

18.5 Verduistering niet of alleen op klacht vervolgbaar (art. 324 Sr) 397

 

19 BEDROG

19.1 Oplichting (art. 326 Sr) 398

19.2 Flessentrekkerij (art. 326a) 408

19.3 Listig gebruik maken van telecomdienst (art. 326c Sr) 409

19.4 Acquisitiefraude (art. 326d Sr) 410

19.5 Online handelsfraude (internetoplichting) (art. 326e Sr) 411

19.6 Benadeling verzekeraar door brand/enz. (art. 328 Sr) 413

19.7 Bedrog met merken en handelsnamen (art. 337 Sr) 413

19.8 Bedrog niet of alleen op klacht vervolgbaar (art. 338 Sr) 415

 

20 VERNIELING

20.1 Inleiding 416

20.2 Vernieling (art. 350 Sr) 417

20.3 Vernieling computergegevens (art. 350a Sr) 419

20.4 Vernieling computergegevens door schuld (art. 350b Sr) 420

20.5 Vernieling werken openbaar nut/landsverdediging (art. 351 Sr) 420

20.6 Vernieling van gebouw of (lucht)vaartuig (art. 352 Sr) 422

20.7 Vernieling niet of alleen op klacht vervolgbaar (art. 353 Sr) 423

20.8 Strafverzwaringsgronden (art. 354 Sr) 423

20.9 Vern. ter voorbereiding/makkelijk maken terr. misdrijf (art. 354a Sr) 423

 

21 BEGUNSTIGING

21.1 Inleiding 425

21.2 Opzetheling (art. 416 Sr) 425

21.3 Gewoonteheling (art. 417 Sr) 430

21.4 Schuldheling (art. 417bis Sr) 431

 

22 WITWASSEN

22.1 Inleiding 435

22.2 Opzettelijk witwassen (art. 420bis Sr) 436

22.3 Eenvoudig witwassen (art. 420bis.1 Sr) 446

22.4 Gewoontewitwassen (art. 420ter Sr) 448

22.5 Schuldwitwassen (art. 420quater Sr) 449

22.6 Eenvoudig schuldwitwassen (art. 420quarter.1) 451

 

23 OVERTREDINGEN

23.1 Inleiding 452

23.2 Straatschenderij/baldadigheid (art. 424 Sr) 452

23.3 Gevaarlijk dier / aanhitsen dier (art. 425 Sr) 453

23.4 Handelingen in staat van dronkenschap (art. 426 Sr) 456

23.5 Hinderlijk volgen op openbare weg (art. 426bis Sr) 457

23.6 Hinderen hulpverlener (art. 426ter Sr) 457

23.7 Veiligheid verkeer (art. 427 Sr) 459

23.8 Eigen onroerende zaak in brand steken (art. 428 Sr) 460

23.9 Diverse gevaarzettingsdelicten (art. 429 Sr) 461

23.10 Verboden voorwerp brengen binnen inrichting/enz. (art. 429a Sr) 462

23.11 Discriminatie in uitoefening ambt/beroep/bedrijf (429quater Sr) 463

23.12 Burengerucht (art. 431 Sr) 465

23.13 Opgeven valse identificerende pers. gegevens (art. 435,4 Sr) 466

23.14 Verzuim handelaar gebruikt/ongeregeld goed (art. 437 Sr) 466

23.15 Verboden handel (437bis Sr) 468

23.16 Overtreding gemeenteverordening tegen heling (art. 437ter Sr) 469

23.17 Namaken bankbiljet/munt/postzegel/reisdocu/enz. (art. 440 Sr) 469

23.18 Gebruik verborgen camera op publieke plaats (art. 441b Sr) 470

23.19 Politievoorschrift in buitengewone omstandigheden (art. 443 Sr) 472

20 Inhoudsopgave

23.20 Weigering hulpbetoon (art. 446 Sr) 473

23.21 Niet voldoen aan identificatieplicht (art. 447e Sr) 473

23.22 Nalaten hulpverlening bij levensgevaar (art. 450 Sr) 474

23.23 Openbare dronkenschap (art. 453 Sr) 475

23.24 Zich bevinden op verboden grond (art. 461 Sr) 475

 

24 OPIUMWET

24.1 Inleiding 477

24.2 Definitiebepaling (art. 1 Opiumwet) 477

24.3 Verbodsbepalingen lijst I (art. 2 Opiumwet) 478

24.4 Verbodsbepalingen lijst II (art. 3 Opiumwet) 482

24.5 Verbod aanprijzing/uitzondering (art. 3b Opiumwet) 483

24.6 Recepten/bestellen middelen lijst I of II (art. 4 Opiumwet) 484

24.7 Toezichthouders (art. 8j Opiumwet) 484

24.8 Opsporingsambtenaren (art. 8k Opiumwet) 485

24.9 Bevoegdheden Opiumwet (art. 9 Opiumwet) 485

24.10 Strafbaarstelling (art. 10 Opiumwet) 485

24.11 Voorbereiden/bevorderen Opiumwet-misdrijven (art. 10a Ow) 486

24.12 Strafbaarstelling (art. 11 Opiumwet) 488

24.13 Vergemakkelijking illegale hennepteelt (art. 11a Opiumwet) 489

24.14 Deelneming aan organisatie (art. 11b Opiumwet) 493

24.15 Overtreding/misdrijf; toepasselijkheid in NL (art. 13 Opiumwet) 493

24.16 Bestuursdwang (art. 13b en 13c Opiumwet) 493

24.17 Gemeentelijke strafbepalingen 494

24.18 Coffeeshops en sluiting lokalen/woningen 494

24.19 Overige jurisprudentie algemeen 494

24.20 Jurisprudentie hennepkwekerij / diefstal elektriciteit / drugslab 499

 

25 WET WAPENS EN MUNITIE

25.1 Inleiding 502

25.2 Definities (art. 1 WWM) 502

25.3 Categorieën wapens/munitie (art. 2 WWM) 503

25.4 Onderdelen/hulpstukken (art. 3 WWM) 507

25.5 Art. 3a t/m 7a WWM 507

25.6 In bewaring geven/nemen (art. 8 WWM) 507

25.7 Verbodsbepalingen categorie I (art. 13 WWM) 507

25.8 Verbodsbepalingen binnenkomen/uitgaan cat. II en III (art. 14 WWM) 512

25.9 Verbodsbepalingen vervoer cat. II en III (art. 22 WWM) 513

25.10 Verlof vervoer wapens/munitie cat. III (art. 24 WWM) 513

25.11 Verbodsbepalingen voorhanden hebben cat. II, III en IV

(art. 26 WWM) 514

25.12 Verbodsbepalingen dragen cat. II, III en IV (art. 27 WWM) 514

25.13 Verbodsbepalingen overdragen cat. II, III en IV (art. 31 WWM) 515

25.14 Bevoegdheden WWM (art. 49 e.v. WWM) 515

25.15 Strafbaarstellingen, misdrijf/overtreding (art. 54 t/m 56 WWM) 515

25.16 Regeling wapens en munitie / Speelgoedrichtlijn 517

25.17 Overige jurisprudentie Wet wapens en munitie 520

25.18 Vuurwapenbezit en voorgeleiden bij de OvJ/RC 521

 

26 WEGENVERKEERSWET 1994

26.1 Inleiding WVW 522

26.2 Definities (weg) (art. 1 onder b WVW 1994), geen definitie verkeer 522

26.3 Gevaar en hinder (art. 5 WVW 1994) 523

26.4 Zeer gevaarlijk rijgedrag zonder gevolgen (art. 5a WVW 1994) 526

26.5 Dood en letsel door schuld in het verkeer (art. 6 WVW 1994) 529

26.6 Verlaten plaats ongeval (art. 7 WVW 1994) 539

26.7 Besturen onder invloed (art. 8 WVW 1994) 543

26.8 Besturen tijdens OBM/ongeldigverkl./invord./enz. (art. 9 WVW 1994) 543

26.9 Wedstrijdverbod (art. 10 WVW 1994) 546

26.10 Joyriding (art. 11 WVW 1994) 547

26.11 Slecht zichtbaar of vals kenteken (art. 41 WVW 1994) 547

26.12 Rijbewijsplicht (art. 107 WVW 1994) 549

26.13 Informatieplicht eigenaar/houder motorrijtuig (art. 165 WVW 1994) 549

26.14 Strafbaarstelling art. 6 WVW 1994 (art. 175 WVW 1994) / vh 550

26.15 Ontz. besturen motorrijtuigen ter zake Sr (art. 179a WVW 1994) 553

 

REGISTER 554

------------------------------