ZAKBOEK STRAFRECHT HULPOVJ 2019

1.  Voorwoord

2.  Actualiteitenoverzicht

3.  Inhoudsopgave

 

1.  VOORWOORD

 

Voor Hulpofficieren en specialisten in de opsporing

Dit zakboek is geschreven voor hulpofficieren van justitie. Het zakboek bevat een handzame, overzichtelijke en praktijkgerichte bespreking van:

-     de juridische verwerking van veel voorkomende misdrijven (veel voorkomende criminaliteit en ZSM);

-     algemene leerstukken uit het Wetboek van Strafrecht (opzet, schuld, oorzakelijkheid, strafuitsluitingsgronden, poging, voorbereiding, deelneming, enz.);

-     misdrijven en overtredingen uit het Wetboek van Strafrecht, de Opiumwet, de Wet wapens en munitie en de Wegenverkeerswet.

Door de diepgang van de bespreking is dit zakboek ook zeer geschikt voor specialisten in de opsporing.

 

In ruim 2500 voetnoten wordt verwezen naar jurisprudentie, Kamerstukken en literatuur. Honderden dagelijks voorkomende praktijkvragen worden besproken en beantwoord. Ook dit zakboek is voorzien van een omvangrijk register. Zie voor de verwerkte actualiteiten het overzicht voorin dit zakboek.

 

Kwaliteit, tijdwinst en voorkoming vertraging

In het zakboek worden veel tips gegeven voor het opsporingsonderzoek, het proces-verbaal, beoordelaars van dat proces-verbaal en het maken van een tenlastelegging. Het opvolgen van deze tips zal de kwaliteit van werken verbeteren, tijdwinst opleveren in het vervolg van de keten en vertraging bij de verdere afhandeling van de strafzaak voorkomen. Aanbevolen dus voor kwaliteitsprojecten OM-Politie. Regelgeving, literatuur en jurisprudentie zijn bijgewerkt tot 21 januari 2019.

 

Speciaal zakboek voor overige opsporingsambtenaren

Voor de overige opsporingsambtenaren is er het zakboek Strafvordering en Strafrecht: een afgeslankte versie van de zakboeken Strafvordering en Strafrecht voor de hulpofficier in één boek.

 

Overige zakboeken

Zie daarvoor pagina 3 van het kaft van dit zakboek en wolterskluwer.nl/politie of zakboekenpolitie.com.

 

Zakboeken ook geactualiseerd online en verkrijgbaar als e-book

Alle zakboeken zijn voor de politie en justitie digitaal te raadplegen via de interne kennissystemen (links naar Kluwer Navigator) en worden maandelijks geactualiseerd (geen actualisatie zakboek Procesverbaal en Bewijsrecht).

 

Utrecht, 21 januari 2019

Mike Hoekendijk

 

 

2.  ACTUALITEITENOVERZICHT

 

Hierna worden kort de belangrijkste actualiteiten vermeld zoals verwerkt in deze nieuwe editie van het zakboek. Daarbij wordt verwezen naar de paragraaf waarin de actualiteit besproken wordt.

 

Wet- en regelgeving

Wetsvoorstel computercriminaliteit III

4.2      Wijziging geautomatiseerd werk (art. 80sexies Sr).

5.19    Wijziging gebruik verborgen camera in woning, enz. (art. 139f Sr).

5.19    Strafbaarstelling ‘heling’ van gegevens (art. 139g Sr, eveneens genoemd als vh-misdrijf in art. 67 Sv).

10.13 Verruiming strafbaarstelling verleiden van minderjarigen tot ontucht (art. 248a Sr).

10.17  Verruiming strafbaarstelling grooming (art. 248e Sr) (opsp. ambt. als lokpuber).

18.5    Verruiming strafbaarstelling online handelsfraude (op internet aanbieden van goederen/diensten, zonder bedoeling te leveren) (art. 326e Sr, ook genoemd als grond voor vh in art. 67a Sv).

 

Jurisprudentie

3.9 Medeplegen brandstichting, woninginbraak, woningoverval en poging moord

HR 03-04-18, ECLI:NL:HR:2018:499.

HR 03-04-18, ECLI:NL:HR:2018:487.

HR 03-04-18, ECLI:NL:HR:2018:494.

HR 31-10-17, ECLI:NL:HR:2017:2799.

3.9 Medeplegen art. 6 WVW: eindoordeel HR Nijmeegse scooterzaak

Nauwe en bewuste samenwerking tot het plegen van een misdrijf die vóór de vlucht is ontstaan, kan zich uitstrekken over de wijze waarop de vlucht is uitgevoerd, met inbegrip van alle desastreuze onderdelen/gevolgen.

HR 20-02-18, ECLI:NL:HR:2018:241.

3.9 Poging medeplegen woninginbraak door drie verdachten met onopgehelderde rolverdeling

Gezamenlijk aankomen op de plaats delict, aanwezig zijn bij het forceren van het slot en gezamenlijk vluchten op één scooter.

HR 24-04-18, ECLI:NL:HR:2018:662 (met noot Rozemond in NJ 2018/256).

3.15 Daderschap publiekrechtelijke rechtspersonen

Vervolgbaarheid van een gemeente ter zake het nalaten van het nemen van verkeersmaatregelen in de vorm van lokale snelheidsbeperking, wegafzetting of plaatsing van waarschuwingsborden en/of het nalaten van het plegen van onderhoud aan de weg.

HR 20-02-18, ECLI:NL:HR:2018:236 (met noot Wolswijk in NJ 2018/134).

4.4 Zwaar lichamelijk letsel (art. 82 Sr)

Overzichtsarrest HR.

HR 03-07-18, ECLI:NL:HR:2018:1051.

5.9 Uitlokken verspreiding discriminatie (art. 137e Sr)

Opzettelijk uitlokken van openbaar maken beledigende uitlatingen wegens ras door een voor een ieder toegankelijke internetsite te beginnen en daar anderen uit te nodigen al hun racistische opvattingen en uitlatingen de vrije loop te laten.

HR 13-02-18, ECLI:NL:HR:2018:322.

5.14 Kraken: gebouw (art. 138a Sr)

Onder ‘gebouw’ moet worden verstaan een bouwwerk dat (in tegenstelling tot een ‘woning’) niet is bestemd tot bewoning.

HR 27-03-18, ECLI:NL:HR:2018:445.

Deel van ‘een gebouw’ vormde ook een caravan die op het terrein behorende bij een gekraakte en te ontruimen loods werd aangetroffen.

HR 27-03-18, ECLI:NL:HR:2018:445.

Gebouw: een zogenoemd kraaiennest dat zich bevond op en was verbonden met het dak van één van de te ontruimen loodsen.

HR 27-03-18, ECLI:NL:HR:2018:439.

5.14 Kraken: beëindigd gebruik (art. 138a Sr)

Daarvan is niet pas sprake als dat gebruik feitelijk tot een einde is gekomen. Van een zo’n beëindigen kan ook sprake zijn in geval van voortgezet feitelijk gebruik na opzegging door de rechthebbende van de gebruiksovereenkomst.

HR 27-03-18, ECLI:NL:HR:2018:439.

5.18 Plaatsen opname/aftap/afluisterapparatuur (art. 139d Sr)

Plaatsen van zogenaamde gps-trackers onder auto’s juwelier.

Rb Limburg 23-06-17, ECLI:NL:RBLIM:2017:5995.

5.21 Deelneming aan terroristische organisatie (art. 140a Sr)

Oogmerk organisatie moet zijn gericht op plegen (specifieke) misdrijven die zijn opgesomd in art. 83 Sr, begaan met terroristisch oogmerk.
HR 08-10-19, ECLI:NL:HR:2019:12.

5.22 Openlijk geweld: openlijk (art. 141 Sr)

Overzichtsarrest HR.

HR 03-07-18, ECLI:NL:HR:2018:1008 (met noot Rozemond in NJ 2018/436).

5.26 Grafschennis (art. 149 Sr)

Graf: ook de bij een graf behorende, al dan niet onlosmakelijk daarop of daaraan, ter nagedachtenis aan de overledene, aangebrachte eerbetonen en versieringen zoals beelden, foto’s, planten en bloemen. Verdachte had twee kunstbloemen die zich in een vaas op het onderhavige graf bevonden, van hun steel getrokken (en daarmee grafschennis gepleegd).

HR 04-07-17, ECLI:NL:HR:2017:1224.

5.27 Onttrekken lijk aan nasporing (art. 151 Sr)

Verbergen omvat ook verborgen houden.

HR 13-02-18, ECLI:NL:HR:2018:321.

6.5 Hennepkwekerij: elektriciteitswerk (art. 161bis Sr)

Verijdelen van veiligheidsmaatregelen elektriciteitswerk terwijl daarvan levensgevaar voor een ander te duchten was.

HR 09-01-18, ECLI:NL:HR:2018:19.

6.5 Vernieling, enz. elektriciteitswerk: levensgevaar (art. 161bis Sr)

Levensgevaar moet ten tijde van het verijdelen van de veiligheidsmaatregel naar algemene ervaringsregels voorzienbaar zijn geweest. Daarvan zal in de regel geen sprake zijn als zich doorgaans geen personen in de nabijheid van het betreffende elektriciteitswerk bevinden.

HR 09-01-18, ECLI:NL:HR:2018:19.

7.8 Belemmeren ambtshandeling politie (uitschrijven bekeuring) (art. 184 Sr)

Door zeer nabij te filmen.

Hof Amsterdam 27-12-17, ECLI:NL:GHAMS:2017:5424.

7.13 Intrekken valse aangifte (art. 188 Sr)

Bij ‘intrekken’ van de valse aangifte blijft art. 188 Sr van toepassing.

HR 04-12-18, ECLI:NL:HR:2018:2245.

7.14 Hulp aan dader misdrijven (art. 189 Sr)

Niet vereist is dat blijkt ten aanzien van welk concreet misdrijf ten tijde van de behulpzaamheid een verdenking bestond tegen de persoon die de verdachte behulpzaam is geweest (verdenking van een misdrijf volstaat).

HR 19-09-17, ECLI:NL:HR:2017:2395.

7.14 Hulp aan dader misdrijven (art. 189 Sr) lid 1 onder 2°

Deze strafbaarstelling strekt ertoe te voorkomen dat politie en justitie worden tegengewerkt bij het opsporen van een misdrijf, door het buiten hun bereik stellen van iets wat als aanwijzing van schuld of een gepleegd misdrijf kan strekken. Bijv. bij het aanbrengen van zodanige wijzigingen in de aangetroffen situatie op de plaats van een misdrijf dat daardoor sporenonderzoek wordt bemoeilijkt of onmogelijk wordt gemaakt.

HR 27-03-18, ECLI:NL:HR:2018:438.

7.16 Aanmatiging van rechten (art. 189 Sr)

Niet het zich ten onrechte voordoen als strafrechtadvocaat, want geen ambt maar beroep. Valt mogelijk wel onder art. 436 lid 1 Sr (onbevoegd

beroep uitoefenen).

HR 19-09-17, ECLI:NL:HR:2017:2415.

8.2 Vals geld: oogmerk uitgeven (art. 208 Sr e.v.)

In de auto waarin de verdachte zat, waren 25 valse bankbiljetten van € 500,- aangetroffen. Verdachte had bekend dat het valse geld van hem

was, dat hij dat geld in zijn bezit had gekregen via een ander, dat hij wist dat het geld vals was, dat hij wist dat hij vals geld niet in zijn bezit mocht hebben en dat hij het geld op de bewuste dag had meegenomen en in zijn vest had gestopt. Aldus oogmerk uitgeven aanwezig, mede gelet op omstandigheid dat verdachte geen verklaring heeft gegeven waarom hij het valse geld bij zich had.

HR 16-01-18, ECLI:NL:HR:2018:45.

9.8 Identificerende persoonsgegevens van ander misbruiken (art. 231b Sr)

Gebruik van een foto van een ander op social media accounts.Rb Den

Haag 20-12-18, ECLI:NL:RBDHA:2018:15097.

10.4 Bescherming jeugdigen <16 jaar: vertonen (art. 240a Sr)

Ook d.m.v. daadwerkelijk contact tussen de verzender en ontvanger op programma’s zoals Whatsapp.

HR 31-10-17, ECLI:NL:HR:2017:2805.

10.13 Verleiding van <18jarige tot ontucht: bewegen (art. 248a Sr)

Breken psychische weerstand niet vereist. Voldoende is dat aannemelijk is dat het slachtoffer mede onder invloed van één van de genoemde middelen is overgegaan tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen.

HR-06-18, ECLI:NL:HR:2018:1013.

10.16 Seksuele corruptie (art. 248d Sr): ontuchtig oogmerk

HR 26-06-18, ECLI:NL:HR:2018:1001.

10.17 Poging grooming (art. 248e Sr)

Bij het ontbreken van concrete handelingen gericht op het verwezenlijken van een ontmoeting, kan er sprake zijn van een poging.

Hof ’s-Hertogenbosch 13-12-17, ECLI:NL:GHSHE:2017:5513.

10.19 Ontucht: iemand die zich als patiënt of cliënt aan zijn hulp of zorg heeft toevertrouwd (art. 249 lid 2 sub 3° Sr)

Formele behandelrelatie niet vereist. Kan ook van toepassing zijn als er in feitelijke zin sprake is van een relatie als bedoeld in deze wetsbepaling.

HR 05-12-17, ECLI:NL:HR:2017:3059 (met noot Rozemond in NJ 2018/197).

10.20 Koppelarij: bevorderen (art. 250 Sr)

Begunstigen, in de hand werken, behulpzaam zijn. Bijv. door het ter beschikking stellen van een deel van een woning voor ontucht.

Ook als het initiatief tot het plegen van die ontucht niet van de verdachte is uitgegaan.

HR 02-10-18, ECLI:NL:HR:2018:1824.

11.2 Smaadschrift (art. 261 Sr)

Een bericht, gekoppeld aan website stopkinderseks.com, bestaande uit een foto van aangever waarbij deze een zwarte balk over zijn ogen heeft en de tekst ‘Postcode [postcode] IJmuiden let op je kinderen. In of rond de [a-straat] te IJmuiden woont een man die niet van kleine kinderen af kan blijven. De politie is sinds Augustus 2013 op de hoogte maar doet er niets aan. Signalement: Lang, normaal postuur, donker haar’.

HR 13-03-18, ECLI:NL:HR:2018:331.

11.5 Strafbaarheid eenvoudige belediging (art. 266 lid 2 Sr): uitlating door politicus in kader van publiek/politiek debat

Bij de beoordeling van de vraag of een uitlating onnodig grievend is, dient onder ogen te worden gezien:

1.  het belang dat de betreffende politicus daadwerkelijk in staat moet zijn zaken van algemeen belang aan de orde te stellen ook als zijn uitlatingen kunnen kwetsen, choqueren of verontrusten;

2.  de verantwoordelijkheid die de politicus in het publieke debat draagt om te voorkomen dat hij uitlatingen verspreidt die strijdig zijn met de wet en met de grondbeginselen van de democratische rechtsstaat.

‘Daarbij gaat het niet uitsluitend om uitlatingen die aanzetten tot haat of geweld of discriminatie maar ook om uitlatingen die aanzetten tot onverdraagzaamheid’.

HR 10-04-18, ECLI:NL:HR:2018:541 (met noot Dommering in NJ 2018/283).

11.6 Belediging openbaar gezag: gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening (art. 267 Sr)

Bijv. op een politiebureau werkzaam zijn en een verdachte na diens aanhouding in de gaten houden.

Hof Den Haag 03-11-17, ECLI:NL:GHDHA:2017:3412.

11.6 Belediging openbaar gezag (art. 267 Sr)

Tussen de belediging en de uitoefening van de bediening moet een temporeel verband bestaan (MH: ‘gedurende de bediening’) of de belediging moet met betrekking tot de uitoefening van de bediening zijn gedaan (MH: ‘ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening’). Aldus moet de belediging niet alleen op de enkele hoedanigheid van de ambtenaar zijn gericht maar ook op de uitoefening van zijn bediening.

HR 19-09-17, ECLI:NL:HR:2017:2394 (met noot Rozemond in NJ 2017, 472).

11.7 Intrekken lasterlijke aanklacht (art. 268 Sr)

Bij ‘intrekken’ van de lasterlijke aanklacht blijft art. 268 Sr van toepassing.

HR 04-12-18, ECLI:NL:HR:2018:2245.

12.2 Mensenhandel, lid 1 onder 5º: uitbuiting (art. 273f Sr)

Geen impliciet bestanddeel van onderdeel 5°.

HR 02-10-2018, ECLI:NL:HR:2018:1823.

12.2 Mensenhandel, lid 1 onder 9º: uitbuiting (art. 273f Sr)

De onder 9º omschreven gedragingen zijn alleen strafbaar als deze zijn begaan onder omstandigheden waarbij uitbuiting kan worden verondersteld.

HR 16-10-18, ECLI:NL:HR:2018:1941.

12.4 Onttrekking van minderjarige aan instelling

Er kan ook sprake zijn van ‘onttrekken’ van een minderjarige aan het opzicht van de in art. 1:254, eerste lid, BW genoemde instelling. Daarvoor is niet vereist dat die instelling daarbij een schriftelijke aanwijzing heeft gegeven als bedoeld in art. 1:263 BW, waaraan de verdachte zich niet heeft gehouden.

HR 06-02-18, ECLI:NL:HR:2018:157 (met noot Kooijmans in NJ 2018/184).

12.9 Bedreiging (art. 285 Sr)

Tussen verdachte en aangevers bestond een zakelijk geschil. Verdachte had een computerspel gemaakt waarin aangevers figureerden als schietschijven en online geplaatst. Zonder bijkomende omstandigheden onvoldoende voor bedreiging.

HR 09-01-18, ECLI:NL:HR:2018:24.

12.11 Belaging: klachttermijn (art. 285b Sr)

Aangevers hadden overtuiging dat belaging tot op datum van doen aangifte voortduurde (terwijl dat al geruime tijd niet het geval was en de klachttermijn dus eigenlijk verstreken was). Geen feiten en omstandigheden waaruit zou moeten blijken dat aangevers in hun aangifte bewust en in strijd met de waarheid een onjuiste einddatum van de belaging hadden vermeld. Aldus tijdig klacht ingediend, mede gelet op aard delict.

HR 24-08-18, ECLI:NL:HR:2018:667.

13.1 Voorwaardelijk opzet: schieten op auto

Poging doodslag (meermalen gepleegd): schieten op een auto terwijl daar personen in zaten of zich in de directe nabijheid van de auto bevonden. De omstandigheid dat de auto slechts door drie kogels was geraakt, deed daaraan niet af.

HR 30-01-18, ECLI:NL:HR:2018:117.

14.1 Spugen geen mishandeling (art. 300 Sr)

Het spugen in iemands gezicht kan zonder twijfel en in hevige mate de emotie walging oproepen. Een dergelijke ervaring is weliswaar zeer onprettig, maar leidt niet tot een zelfstandige reactie van het lichaam, zoals het onderdompelen in koud water en het door het toedienen van roet belemmeren van de ademhaling dat doen. Het bespugen is dan ook, naar het oordeel van het Hof, niet als mishandeling te kwalificeren.

Hof Amsterdam 08-09-17, ECLI:NL:GHAMS:2017:4109.

14.5 Mishandeling: levensgezel (art. 304 Sr)

Verdachte en aangeefster hadden 6 maanden lang dag en nacht samen opgetrokken, verdachte had de zorg voor rolstoel gebruikende aangeefster op zich genomen, aangeefster moest zich bij verdachte verantwoorden over haar doen en laten en er was sprake van seksuele omgang tussen verdachte en aangeefster. Aldus gelet op aard en hechtheid relatie sprake van levensgezel.

HR 30-01-18, ECLI:NL:HR:2018:113.

14.5 Mishandeling: echtgenoot (art. 304 Sr)

Daarvan kan ook sprake zijn in geval van een buiten Nederland rechtsgeldig gesloten huwelijk, tenzij blijkt dat dit huwelijk ex art. 10:31 jo. 10:32

BW niet voor erkenning in Nederland in aanmerking komt.

HR 03-07-18, ECLI:NL:HR:2018:1053.

14.5 Ouderlijk tuchtigingsrecht / mishandeling kind door ouder (art. 304 Sr)

Niet van toepassing bij een meerderjarig kind.

HR 30-01-18, ECLI:NL:HR:2018:112 (met noot Reijntjes in NJ 2018/280).

15.1 Diefstal: res nullius (art. 310 Sr)

Een beeldje op een begraafplaats is als regel geen res nullius.

Hof Amsterdam 22-11-17, ECLI:NL:GHAMS:2017:4793.

15.1 Tanken zonder betaling (art. 310 Sr)

Diefstal, verduistering, oplichting, flessentrekkerij?

HR 20-03-18, ECLI:NL:HR:2018:367 (met noot Rozemond in NJ 2018/326).

18.1 Oplichting: samenweefsel van verdichtsels (art. 326 Sr)

Verdachte had bij de aflevering van eerder door hem bestelde fietsen in strijd met de waarheid gezegd dat hij het verschuldigde bedrag wilde

pinnen, maar dat zijn bankpas kapot was en toegezegd het verschuldigde bedrag over te maken op de bankrekening.

HR 09-01-18, ECLI:NL:HR:2018:27.

18.1 Oplichting: samenweefsel van verdichtsels en listige kunstgrepen (art. 326 Sr)

Verzwijgen dat moeder was overleden om te verhinderen dat dit feit ter kennis kwam van (onder meer: uitkerende) autoriteiten.

HR 03-07-18, ECLI:NL:HR:2018:1054.

21.2 Witwassen: afkomstig uit enig misdrijf (art. 420bis Sr)

Omvangrijke bespreking door AG.

Conclusie AG, ECLI:NL:PHR:2017:1379, kennelijk overgenomen door de

HR, 19-12-17, ECLI:NL:HR:2017:3207.

23.12 Strafbepaling art. 11 Opiumwet (misdrijf of overtreding?)

Art. 11 lid 6 is van belang voor de beantwoording van de vraag of de in art. 11 lid 2 bedoelde handelingen een misdrijf of een overtreding opleveren. Voor zover deze handelingen betrekking hebben op een hoeveelheid hennep van niet meer dan 30 gram zijn zij (ook ingeval van opzet) niet ingevolge art. 11 lid 2 als misdrijf strafbaar, maar worden zij bestreken door lid 1.

HR 07-11-17, ECLI:NL:HR:2017:2812 (onder verwijzing naar HR, NJ 1994/674).

23.13 Vergemakkelijking illegale hennepteelt (art. 11a Opiumwet)

Een veroordeling voor art. 11a Opiumwet vereist dat verdachte wist of ernstige reden had om te vermoeden dat de stoffen, voorwerpen, enz. bestemd waren tot het plegen van een van de in art. 11, derde en/of vijfde lid, strafbaar gestelde feiten (resp. het telen van hennep in de uitoefening van een beroep of bedrijf of op het telen van een grote hoeveelheid hennep). Art. 11a Opiumwet richt zich immers niet op de bestrijding van alle hennepteelt, maar nadrukkelijk op de bestrijding van professionele/ bedrijfsmatige teelt en/of grootschalige teelt.

Hof Den Haag 31-01-18, ECLI:NL:GHDHA:2018:134 en Hof Arnhem-Leeuwarden 21-09-18, ECLI:NL:GHARL:2018:9374.

23.18 Bewijs voor verboden stof Opiumwet

‘Het bewijs dat een bepaalde stof een bij de Opiumwet verboden stof is, kan worden geleverd zonder dat de stof is onderworpen aan een test. In het verlengde daarvan ligt dat een door de politie uitgevoerde indicatieve test kan bijdragen aan het bewijs dat een stof een verboden stof is. Een onderzoek door een laboratorium is dus niet (steeds) vereist’.

Conclusie PG, ECLI:NL:PHR:2017:1137 (onder 14).

24.3 Creditcardmes: blank wapen (WWM)

Een creditcardmes is een blank wapen dat uiterlijk gelijkt op een ander voorwerp dan een wapen (art. 2 lid 1, cat I onder 4 WWM).

HR 17-10-17, ECLI:NL:HR:2017:2641.

24.15 WWM/RWM en Speelgoedrichtlijn (Richtlijn 2009/48/EG)

-     CE-markering. Hoeft niet verplicht op voorwerp (‘speelgoed’) zelf

aangebracht te zijn.

-     Speelgoed en verzamelaars. Verdachte had een imitatie van een echt

vuurwapen voorhanden.

HR 13-11-18, ECLI:NL:HR:2018:2091.

24.15 WWM: sprekende gelijkenis: extra eis lucht-, gas- of veerdrukwapens

- Deze wapens vallen onder categorie IV, onder 4°, tenzij ze vallen onder categorie I, sub 7°: andere door Onze Minister aangewezen voorwerpen die een ernstige bedreiging van personen kunnen vormen of die zodanig op een wapen gelijken, dat zij voor bedreiging of afdreiging geschikt zijn.

- Art. 27, eerste lid, WWM verbiedt het in het openbaar dragen. Verdergaande juridisering vond de wetgever onwenselijk. Het binnen het grondgebied van Nederland doen komen van een luchtdrukgeweer levert daarom geen strafbaar feit op, tenzij het wapen wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoont met een vuurwapen.

- Gelet op de bedoeling van de wetgever ligt een ruime uitleg van de uitdrukking ‘een sprekende gelijkenis’ niet voor de hand. Onder ‘een sprekende gelijkenis’ moet daarom worden verstaan: een lucht-, gas- of veerdrukwapen dat wat betreft vorm en afmetingen niet of nauwelijks van een echt vuurwapen te onderscheiden is.

HR 06-02-18, ECLI:NL:HR:2018:153 (onder verwijzing naar conclusie PG,

ECLI:NL:PHR:2017:1196) (met noot Sackers in NJ 2018/218).

25.13 Roekeloosheid (art. 175 WVW)

Verdachte had (kort gezegd) ’s nachts in het kader van een verkeersruzie een voor hem rijdende auto dicht genaderd, met de lichten van zijn auto geseind en vervolgens rechts ingehaald en zijn auto plotseling tot stilstand gebracht op de rechterrijstrook van een onverlichte autosnelweg omdat hij ‘verhaal wilde halen’. Hij had daarbij zo abrupt geremd, dat de achter de verdachte rijdende auto werd gedwongen te stoppen. Als gevolg daarvan kon een derde achteropkomende auto de stilstaande auto’s niet meer ontwijken en was deze auto met beide stilstaande auto’s in botsing gekomen, waarbij een drietal personen gewond was geraakt.

HR 19-09-17, ECLI:NL:HR:2017:2414.

 

 

3.  INHOUDSOPGAVE

 

1 VEEL VOORKOMENDE CRIMINALITEIT / ZSM

 

1.1 Inleiding 23

1.2 ZSM 23

1.3 Studietips veel voorkomende misdrijven / dwangmiddelen 23

1.4 Dwangmiddelen/bevoegdheden en digitale zakboeken 24

1.5 Wetten.nl: actueel en terugkijken in geschiedenis 24

1.6 Bewijsrecht 24

1.7 Algemene tips voor beoordelen zaak 25

1.8 Voorvragen 26

1.9 Beeldmateriaal 28

1.10 Betreden woning 28

1.11 Vormverzuim (onrechtmatig verkregen bewijs) 28

1.12 Art. 63 Sr (in rekening brengen eerdere veroordeling) 29

1.13 Klachtmisdrijven 29

1.14 Check opsporingsbevoegdheid buitengewoon opsp. ambtenaar 30

1.15 Beoordeel welke tenlastelegging past bij casus/pv 31

1.16 Moeilijke tenlasteleggingen 31

1.17 Twijfel mogelijk over voltooid zijn feit? 31

1.18 Twijfel mogelijk over medeplegen? 31

1.19 Efficiënt ten laste leggen 32

1.20 Controleer de tenlastelegging 32

1.21 Maximaal vijf feiten uitgewerkt op dagvaarding 32

1.22 Leesbaarheid/begrijpelijkheid tenlastelegging en periodes 32

1.23 Poging verkeerd en goed tenlastegelegd 33

1.24 Meer overzicht in concept-tenlastelegging 33

1.25 Verfeitelijken 34

1.26 Diefstal/verduistering/heling 35

1.27 Opiumwet / hennepkwekerij 35

1.28 Ambtsdwang, verzet, niet voldoen bevel/vordering, beletten/enz. 35

 

2 INLEIDING (OPZET, SCHULD, OORZAKELIJKHEID, STRAFUITSLUITINGSGRONDEN, ENZ.)

2.1 Inleiding 36

2.2 Gevolgs- en gedragsdelicten 36

2.3 Commissie- en omissiedelicten 36

2.4 Aflopende en voortdurende delicten 37

2.5 Kwaliteitsdelicten 37

2.6 Tijd en plaats van het delict 37

2.7 Oorzakelijkheid (causaliteit/toerekenen) 38

2.8 Opzet 41

2.9 Schuld 55

2.10 Wederrechtelijk 55

2.11 Voorbedachte raad 56

2.12 Geobjectiveerde bestanddelen 59

2.13 Strafuitsluitingsgronden: inleiding 59

2.14 Noodweer(exces) / putatief noodweer (art. 41 Sr) 61

 

3 POGING, VOORBEREIDING EN DEELNEMING

3.1 Inleiding 70

3.2 Poging (art. 45 Sr) 70

3.3 Voorbereiding (art. 46 Sr) 72

3.4 Poging uitlokking / doen plegen (art. 46a Sr) 76

3.5 Vrijwillige niet-voltooiing (art. 46b Sr) 77

3.6 Deelneming 80

3.7 Plegen (art. 47 Sr) 81

3.8 Doen plegen (art. 47 Sr) 81

3.9 Medeplegen (art. 47 Sr) 81

3.10 Uitlokken (art. 47 Sr) 91

3.11 Medeplichtigheid (art. 48 Sr) 93

3.12 Verschillen tussen enige vormen van deelneming 96

3.13 Deelneming aan deelneming 97

3.14 Daderschap: rechtspersonen, opdracht-/leidinggever (art. 51 Sr) 97

3.15 Daderschap: publiekrechtelijke rechtspersoon 101

3.16 Functioneel daderschap 102

 

4 BETEKENIS VAN SOMMIGE UITDRUKKINGEN

4.1 Gegevens (art. 80quinquies Sr) 103

4.2 Geautomatiseerd werk (art. 80sexies Sr) 103

4.3 Plegen van geweld (art. 81 Sr) 104

4.4 Zwaar lichamelijk letsel (art. 82 Sr) 105

4.5 Van het leven beroven (art. 82a Sr) 110

4.6 Terroristisch misdrijf (art. 83 Sr) 111

4.7 Terroristisch oogmerk (art. 83a Sr) 111

4.8 Misdrijf ter voorb./makkelijk maken terr. misdrijf (art. 83b Sr) 111

4.9 Ambtenaren (art. 84 Sr) 111

4.10 Inklimming (art. 89 Sr) 112

4.11 Valse sleutels (art. 90 Sr) 113

4.12 Opkoper en opkopen (art. 90bis Sr) 113

4.13 Discriminatie (art. 90quater Sr) 114

4.14 Toepasselijkheid bepalingen uit eerste boek Sr (art. 91 Sr) 115

 

5 MISDRIJVEN TEGEN DE OPENBARE ORDE

5.1 Inleiding 116

5.2 Opruiing (art. 131 Sr) 116

5.3 Verspreiding opruiend geschrift (art. 132 Sr) 118

5.4 Aanbod tot medeplichtigheid (art. 133 Sr) 119

5.5 Verspreiding aanbod tot medeplichtigheid (art. 134 Sr) 120

5.6 Gelegenheid, enz. verschaffen tot terr. misdrijf (art. 134a Sr) 120

5.7 Belediging van een groep mensen (art. 137c Sr) 120

5.8 Aanzetten tot haat, discriminatie of geweld (art. 137d Sr) 125

5.9 Verspreiding discriminatie (art. 137e Sr) 126

5.10 Steunverlening discriminatie (art. 137f Sr) 129

5.11 Discriminatie in uitoefening ambt/beroep/bedrijf (art. 137g Sr) 130

5.12 Ontzetting uit beroep (art. 137h Sr) 130

5.13 Huisvredebreuk (woning, besloten lokaal of erf) (art. 138 Sr) 130

5.14 Kraken (art. 138a Sr) 137

5.15 Computervredebreuk (art. 138ab Sr) 140

5.16 Belemmering toegang/gebr. geautomatiseerd werk (art. 138b Sr) 142

5.17 Lokaalvredebreuk (lokaal openbare dienst) (art. 139 Sr) 142

5.18 Plaatsen opname/aftap/afluisterapparatuur (art. 139d Sr) 144

5.19 Gebruik verborgen camera/heling gegevens (art. 139f en g Sr) 145

5.20 Deelneming aan crim. org. / verboden rechtspers. (art. 140 Sr) 146

5.21 Deelneming aan terroristische organisatie (art. 140a Sr) 150

5.22 Openlijke geweldpleging (art. 141 Sr) 150

5.23 Gelegenheid/enz. verschaffen plegen geweld (art. 141a Sr) 159

5.24 Vals alarm, gebruik alarmnummer (art. 142 Sr) 160

5.25 Nepbom verzenden/plaatsen/achterlaten/melden (art. 142a Sr) 161

5.26 Grafschennis (art. 149 Sr) 162

5.27 Onttrekken lijk aan nasporing (art. 151 Sr) 163

 

6 MISDRIJVEN WAARDOOR DE ALGEMENE VEILIGHEID VAN PERSONEN OF GOEDEREN IN GEVAAR WORDT GEBRACHT

6.1 Inleiding 165

6.2 Brandstichting, ontploffing, overstroming (art. 157 Sr) 165

6.3 Brand enz. door schuld (art. 158 Sr) 167

6.4 Belemmeren blussen brand (art. 159 Sr) 168

6.5 Vernieling, enz. elektriciteitswerk (art. 161bis Sr) 169

6.6 Vernieling geautomatiseerd werk / werk telecom (art. 161sexies Sr) 171

6.7 Vernieling verkeerswerk (art. 162 Sr) 171

6.8 Vernieling verkeerswerk door schuld (art. 163 Sr) 173

6.9 Veroorzaken gevaar spoorweg- of luchtverkeer (art. 164 Sr) 173

6.10 Veroorzaken gevaar spoor/luchtverkeer schuld (art. 165 Sr) 175

6.11 Vernieling gebouw (art. 170 Sr) 175

6.12 Vernieling gebouw schuld (art. 171 Sr) 175

6.13 Verontreiniging bodem/lucht/oppervlaktewater (art. 173a Sr) 176

6.14 Verontr. bodem/lucht/oppervlaktewater schuld (art. 173b Sr) 176

6.15 Verkoop voor gezondheid schadelijke waren (art. 174 Sr) 176

6.16 Verkoop schadelijke waren door schuld (art. 175 Sr) 177

 

7 MISDRIJVEN TEGEN OPENBAAR GEZAG EN MEINEED

7.1 Poging tot omkoping ambtenaar (art. 177 Sr) 178

7.2 Gelijkstelling ambtenaren (art. 178a Sr) 180

7.3 Ambtsdwang (art. 179 Sr) 180

7.4 Wederspannigheid (art. 180 Sr) 181

7.5 Strafverzwaring ambtsdwang/wederspannigheid (art. 181 Sr) 187

7.6 Strafverzwaring ambtsdwang/wederspannigheid (art. 182 Sr) 187

7.7 Met ambtenaren gelijkgestelden (art. 183 Sr) 188

7.8 Niet voldoen aan bevel, beletten/belemm./verijd. (art. 184 Sr) 188

7.9 Opzettelijk handelen i.s.m. gedragsaanwijzing (art. 184a Sr) 195

7.10 Bemoeilijken ambtsverrichting (art. 185 Sr) 195

7.11 Met ambtenaren gelijkgestelde personen (art. 185a Sr) 197

7.12 Deelnemen aan samenscholing (art. 186 Sr) 197

7.13 Valse aangifte of klacht (art. 188 Sr) 199

7.14 Hulp aan daders van misdrijven (art. 189 Sr) 201

7.15 Bevrijding gedetineerde (art. 191 Sr) 204

7.16 Aanmatiging van rechten (art. 196 Sr) 205

7.17 Goederen onttrekken aan beslag (art. 198 Sr) 206

7.18 Verbreking zegel (art. 199 Sr) 207

7.19 Meineed (art. 207 Sr) 207

 

8 VALS GELD

8.1 Inleiding 210

8.2 Geld namaken / vervalsen (art. 208 Sr) 210

8.3 Vals geld uitgeven, ontvangen, enz. (art. 209 Sr) 211

8.4 Handelingen m.b.t. in omloop te brengen geld (art. 210 Sr) 212

8.5 Uitgeven vals geld te goeder trouw ontvangen (art. 213 Sr) 213

8.6 Stoffen/voorwerpen/gegevens tot vervalsen bestemd (art. 214 Sr) 213

 

9 VALSHEID MET GESCHRIFTEN, GEGEVENS EN BIOMETRISCHE KENMERKEN

9.1 Valsheid in geschrift (art. 225 Sr) 214

9.2 Valsheid met bijzondere geschriften (art. 226 Sr) 218

9.3 Valse opgave met authentieke akte (art. 227 Sr) 219

9.4 Niet naar waarheid gegevens verstrekken (art. 227a Sr) 219

9.5 Nalaten tijdig verstrekken van gegevens (art. 227b Sr) 220

9.6 Vals reisdocument/identiteitsbewijs; identiteitsfraude (art. 231 Sr) 221

9.7 Vervalsen biometr. kenmerken/persoonsgegevens (art. 231a Sr) 224

9.8 Identific. pers. gegevens van ander misbruiken (art. 231b Sr) 226

9.9 Valse betaalpas of waardekaart (art. 232 Sr) 226

9.10 Stoffen/voorw./gegevens tot vervalsen bestemd (art. 234 Sr) 229

 

10 MISDRIJVEN TEGEN DE ZEDEN

10.1 Inleiding 230

10.2 Schennis van de eerbaarheid (art. 239 Sr) 232

10.3 Afbeelding/voorwerp aanstotelijk voor eerbaarheid (art. 240 Sr) 235

10.4 Bescherming jeugdigen <16 jaar (art. 240a Sr) 235

10.5 Kinderpornografie (art. 240b Sr) 236

10.6 Verkrachting (art. 242 Sr) 246

10.7 Seksueel binnendr. bewusteloze/onmachtige/enz. (art. 243 Sr) 253

10.8 Seksueel binnendringen van iemand <12 jaar (art. 244 Sr) 256

10.9 Seksueel binnendringen van iemand <16 jaar (art. 245 Sr) 256

10.10 Feitelijke aanranding van de eerbaarheid (art. 246 Sr) 259

10.11 Ontucht met bewusteloze/onmachtige/16j/enz. (art. 247 Sr) 262

10.12 Strafverzwaring (art. 248 Sr) 265

10.13 Verleiding van <18jarige tot ontucht (art. 248a Sr) 266

10.14 Ontucht met prostituee 16-18j (art. 248b Sr) 268

10.15 Aanwezigheid bij seksshow <18j (art. 248c Sr) 269

10.16 Seksuele corruptie (art. 248d Sr) 270

10.17 Grooming (art. 248e Sr) 271

10.18 Teweegbr./bevorderen ontucht door persoon <18j (art. 248f Sr) 274

10.19 Ontucht met misbruik gezag/vertrouwen/enz. (art. 249 Sr) 275

10.20 Koppelarij (art. 250 Sr) 280

10.21 Bijkomende straf, ontzetting rechten/beroep (art. 251 Sr) 281

10.22 Bedwelmende drank (art. 252 Sr) 281

10.23 Ontuchtige handelingen met een dier (art. 254 Sr) 282

10.24 Porno tussen mens en dier (art. 254a Sr) 282

 

11 BELEDIGING

11.1 Inleiding 284

11.2 Smaad(schrift) (art. 261 Sr) 287

11.3 Laster (art. 262 Sr) 290

11.4 Bewijskracht vonnis (art. 265 Sr) 291

11.5 Eenvoudige belediging (art. 266 Sr) 291

11.6 Belediging openbaar gezag, enz. (art. 267 Sr) 293

11.7 Lasterlijke aanklacht (art. 268 Sr) 297

11.8 Belediging meestal klachtdelict (art. 269 Sr) 298

11.9 Smaad(schrift) jegens overledene (art. 270 Sr) 298

11.10 Verspreiding voor overledene beledigend geschrift (art. 271 Sr) 299

 

12 MISDRIJVEN TEGEN DE PERSOONLIJKE VRIJHEID

12.1 Inleiding 300

12.2 Mensenhandel (art. 273f Sr) 300

12.3 Misbruik prostituee slachtoffer mensenhandel (art. 273g Sr) 307

12.4 Onttrekking minderjarige aan gezag/opzicht (art. 279 Sr) 308

12.5 Opzettelijke vrijheidsberoving (art. 282 Sr) 311

12.6 Gijzeling (art. 282a Sr) 313

12.7 Vrijheidsberoving door schuld (art. 283 Sr) 313

12.8 Dwang (art. 284 Sr) 313

12.9 Bedreiging (art. 285 Sr) 315

12.10 Beïnvloeding getuige (art. 285a Sr) 322

12.11 Belaging (stalking) (art. 285b Sr) 324

12.12 Huwelijksdwang (art. 285c Sr) 328

 

13 MISDRIJVEN TEGEN HET LEVEN

13.1 Doodslag (art. 287 Sr) 330

13.2 Doodslag in combinatie met ander feit (art. 288 Sr) 336

13.3 Moord (art. 289 Sr) 337

13.4 Kinderdoodslag (art. 290 Sr) 338

13.5 Kindermoord (art. 291 Sr) 339

13.6 Deelneming aan kinderdoodslag/moord (art. 292 Sr) 340

13.7 Levensbeëindiging op verzoek; euthanasie (art. 293 Sr) 340

13.8 Aanzetten tot en/of hulp bij zelfdoding (art. 294 Sr) 340

 

14 MISHANDELING EN VEROORZAKEN DOOD OF ZWAAR

LICHAMELIJK LETSEL DOOR SCHULD

14.1 Eenvoudige mishandeling (art. 300 Sr) 342

14.2 Mishandeling met voorbedachte raad (art. 301 Sr) 344

14.3 Zware mishandeling (art. 302 Sr) 344

14.4 Zware mishandeling met voorbedachte raad (art. 303 Sr) 347

14.5 Strafverzwarende omstandigheden (art. 304 Sr) 347

14.6 Deelneming aan aanval of vechterij (art. 306 Sr) 349

14.7 Dood door schuld (art. 307 Sr) 351

14.8 Zwaar lichamelijk letsel door schuld (art. 308 Sr) 352

14.9 In uitoefening van ambt of beroep (art. 309 Sr) 355

 

15 DIEFSTAL EN STROPERIJ

15.1 Diefstal (art. 310 Sr) 356

15.2 Diefstal onder verzwarende omstandigheden (art. 311 Sr) 365

15.3 Diefstal met geweld (art. 312 Sr) 368

15.4 Stroperij (art. 314 Sr) 370

15.5 Gekwalificeerde stroperij (art. 315 Sr) 371

15.6 Diefstal niet of alleen op klacht vervolgbaar (art. 316 Sr) 371

 

16 AFPERSING EN AFDREIGING

16.1 Afpersing (art. 317 Sr) 373

16.2 Afdreiging (art. 318 Sr) 376

16.3 Afpersing/afdreiging niet of alleen op klacht vervolgbaar (art. 319 Sr) 376

 

17 VERDUISTERING

17.1 Verduistering (art. 321 Sr) 377

17.2 Verduistering in dienstbetrekking/beroep (art. 322 Sr) 381

17.3 Verduist. ter voorber./makkelijk maken terr. misdr. (art. 322a Sr) 382

17.4 Verduistering door voogd, enz. (art. 323 Sr) 382

17.5 Verduistering niet of alleen op klacht vervolgbaar (art. 324 Sr) 383

 

18 BEDROG

18.1 Oplichting (art. 326 Sr) 384

18.2 Flessentrekkerij (art. 326a) 397

18.3 Listig gebruik maken van telecomdienst (art. 326c Sr) 398

18.4 Acquisitiefraude (art. 326d Sr) 399

18.5 Online handelsfraude (art. 326e Sr) (wetsvoorstel) 400

18.6 Benadeling verzekeraar door brand/enz. (art. 328 Sr) 402

18.7 Bedrog met merken en handelsnamen (art. 337 Sr) 402

18.8 Bedrog niet of alleen op klacht vervolgbaar (art. 338 Sr) 403

 

19 VERNIELING

19.1 Inleiding 404

19.2 Vernieling (art. 350 Sr) 405

19.3 Vernieling computergegevens (art. 350a Sr) 407

19.4 Vernieling computergegevens door schuld (art. 350b Sr) 408

19.5 Vernieling werken openbaar nut/landsverdediging (art. 351 Sr) 408

19.6 Vernieling van gebouw of (lucht)vaartuig (art. 352 Sr) 410

19.7 Vernieling niet of alleen op klacht vervolgbaar (art. 353 Sr) 411

19.8 Strafverzwaringsgronden (art. 354 Sr) 411

19.9 Vern. ter voorbereiding/makkelijk maken terr. misdrijf (art. 354a Sr) 411

 

20 BEGUNSTIGING

20.1 Inleiding 412

20.2 Opzetheling (art. 416 Sr) 412

20.3 Gewoonteheling (art. 417 Sr) 418

20.4 Schuldheling (art. 417bis Sr) 418

 

21 WITWASSEN

21.1 Inleiding 422

21.2 Witwassen (art. 420bis Sr) 424

21.3 Eenvoudig witwassen (art. 420bis.1 Sr) 434

21.4 Gewoontewitwassen (art. 420ter Sr) 436

21.5 Schuldwitwassen (art. 420quater Sr) 437

21.6 Eenvoudig schuldwitwassen (art. 420quarter.1) 438

 

22 OVERTREDINGEN

22.1 Inleiding 440

22.2 Straatschenderij/baldadigheid (art. 424 Sr) 440

22.3 Gevaarlijk dier / aanhitsen dier (art. 425 Sr) 441

22.4 Handelingen in staat van dronkenschap (art. 426 Sr) 444

22.5 Hinderlijk volgen op openbare weg (art. 426bis Sr) 445

22.6 Veiligheid verkeer (art. 427 Sr) 445

22.7 Brand zonder verlof (art. 428 Sr) 446

22.8 Diverse gevaarzettingsdelicten (art. 429 Sr) 446

22.9 Discriminatie in uitoefening ambt/beroep/bedrijf (429quater Sr) 447

22.10 Burengerucht (art. 431 Sr) 449

22.11 Opgeven valse identificerende pers. gegevens (art. 435, 4 Sr) 450

22.12 Verzuim handelaar gebruikt/ongeregeld goed (art. 437 Sr) 451

22.13 Verboden handel (437bis Sr) 453

22.14 Overtreding gemeenteverordening tegen heling (art. 437ter Sr) 453

22.15 Namaken bankbiljet/munt/postzegel/reisdocu/enz. (art. 440 Sr) 453

22.16 Gebruik verborgen camera in publiek toeg. plaats (art. 441b Sr) 454

22.17 Weigering hulpbetoon (art. 446 Sr) 456

22.18 Niet voldoen aan identificatieplicht (art. 447e Sr) 457

22.19 Nalaten hulpverlening bij levensgevaar (art. 450 Sr) 458

22.20 Openbare dronkenschap (art. 453 Sr) 458

22.21 Zich bevinden op verboden grond (art. 461 Sr) 459

 

23 OPIUMWET

23.1 Inleiding 460

23.2 Definitiebepaling (art. 1 Opiumwet) 460

23.3 Verbodsbepalingen lijst I (art. 2 Opiumwet) 462

23.4 Verbodsbepalingen lijst II (art. 3 Opiumwet) 464

23.5 Verbod aanprijzing/uitzondering (art. 3b Opiumwet) 465

23.6 Recepten/bestellen middelen lijst I of II (art. 4 Opiumwet) 465

23.7 Toezichthouders (art. 8j Opiumwet) 466

23.8 Opsporingsambtenaren (art. 8k Opiumwet) 466

23.9 Bevoegdheden Opiumwet (art. 9 Opiumwet) 466

23.10 Strafbepaling (art. 10 Opiumwet) 466

23.11 Voorbereiden/bevorderen Ow-misdrijven (art. 10a Ow) 467

23.12 Strafbepaling (art. 11 Opiumwet) 470

23.13 Vergemakkelijking illegale hennepteelt (art. 11a Opiumwet) 471

23.14 Deelneming aan organisatie (art. 11b Opiumwet) 475

23.15 Overtr./misdr., toepasselijkheid strafwet NL (art. 13 Opiumwet) 475

23.16 Gemeentelijke strafbepalingen 476

23.17 Coffeeshops en sluiting lokalen/woningen 476

23.18 Jurisprudentie algemeen 476

23.19 Jurisprudentie hennepkwekerij/diefstal elektriciteit 481

 

24 WET WAPENS EN MUNITIE

24.1 Inleiding 484

24.2 Algemene bepalingen: definities (art. 1 WWM) 484

24.3 Alg. bepalingen: categorieën wapens/munitie (art. 2 WWM) 485

24.4 Onderdelen/hulpstukken (art. 3 WWM) 489

24.5 Art. 3a t/m 7a WWM 489

24.6 In bewaring geven/nemen wapens en munitie (art. 8 WWM) 489

24.7 Bepalingen voor wapens van categorie I (art. 13 WWM) 490

24.8 Binnenkomen/uitgaan wapens/munitie cat. II en III (art. 14 WWM) 494

24.9 Vervoer wapens/munitie cat. II en III (art. 22 WWM) 495

24.10 Verlof vervoer wapens/munitie van categorie III (art. 24 WWM) 495

24.11 Voorhanden hebben wapens/munitie cat. II-IV (art. 26 WWM) 495

24.12 Dragen wapens/munitie cat. II, III en IV (art. 27 WWM) 496

24.13 Bevoegdheden WWM (art. 49 e.v. WWM) 496

24.14 Strafbaarstellingen, misdrijf/overtreding (art. 54 t/m 56 WWM) 497

24.15 Regeling wapens en munitie (RWM)/Speelgoedrichtlijn 498

24.16 Overige jurisprudentie Wet wapens en munitie 501

24.17 Vuurwapenbezit en voorgeleiden bij de OvJ/RC 502

 

25 WEGENVERKEERSWET 1994

25.1 Inleiding WVW 503

25.2 Definities (weg) (art. 1 WVW 1994) 503

25.3 Gevaar en hinder (art. 5 WVW 1994) 504

25.4 Dood en letsel door schuld (art. 6 WVW 1994) 507

25.5 Verlaten plaats ongeval (art. 7 WVW 1994) 515

25.6 Rijden onder invloed (art. 8 WVW 1994) 520

25.7 Rijden tijdens OBM/ongeldigverkl./invord./enz. (art. 9 WVW 1994) 520

25.8 Wedstrijdverbod (art. 10 WVW 1994) 523

25.9 Joyriding (art. 11 WVW 1994) 523

25.10 Slecht zichtbaar of vals kenteken (art. 41 WVW 1994) 524

25.11 Rijbewijsplicht (art. 107 WVW 1994) 525

25.12 Informatieplicht eigenaar/houder motorrijtuig (art. 165 WVW 1994) 526

25.13 Strafbepaling art. 6 WVW 1994 (art. 175 WVW 1994)/vh 527

25.14 Ontz. besturen motorrijtuigen ter zake Sr (art. 179a WVW 1994) 530

 

REGISTER 531