STRAFRECHT
VOOR DE
HULPOFFICIER
2025
Mr. M.G.M.
Hoekendijk
Voorwoord
Voor hulpofficieren en
specialisten in de opsporing. Het zakboek (28e
editie) bevat een actuele, handzame, overzichtelijke, betrouwbare en
praktijkgerichte bespreking van:
-
algemene
leerstukken uit het Wetboek van Strafrecht (opzet, schuld, wederrechtelijkheid,
oorzakelijkheid, strafuitsluitingsgronden, poging, voorbereiding, deelneming,
enz.);
-
misdrijven
en overtredingen uit het Wetboek van Strafrecht, de Opiumwet, de Wet wapens en
munitie en de Wegenverkeerswet.
Daarnaast worden in hoofdstuk 1 studie- en verbetertips
gegeven voor de opsporing. Zie voor een compleet overzicht van de inhoud van
dit zakboek de inhoudsopgave.
Praktijkgericht. Door
bespreking van wet- en regelgeving, jurisprudentie, Kamerstukken en literatuur
worden dagelijks voorkomende praktijkvragen beantwoord. Alle antwoorden op de
vele vakvragen die ik de afgelopen decennia heb gekregen zijn voor zover van
belang verwerkt in dit zakboek. En dat geldt ook voor de ervaringen die ik als
(hoofd)agent, (hoofd)inspecteur en (hulp)officier van justitie heb opgedaan.
Voor lezers die meer diepgang in de behandelde stof zoeken, wordt in ruim 3000
voetnoten verwezen naar overige wet- en regelgeving, jurisprudentie,
Kamerstukken en literatuur.
Nieuwe én oude
zedenwetgeving. Per 01-07-24 is ter vervanging van de
zedenwetgeving de Wet seksuele misdrijven in werking getreden, zie de
bespreking in hoofdstuk 11. Daarnaast is de bespreking van
de oude misdrijven niet alleen gehandhaafd maar ook geactualiseerd, want deze
zal de komende jaren nog toegepast moeten worden bij voor 01-07-24 gepleegde
zedendelicten, zie hoofdstuk 10.
Ook voor specialisten
in de opsporing. Door de diepgang van de
bespreking en voornoemde verwijzingen is dit zakboek ook zeer geschikt voor
specialisten in de opsporing.
Actualiteitenoverzicht en register. Wet en regelgeving, literatuur en jurisprudentie is bijgewerkt
tot 14 januari 2025. Zie voor de verwerkte actualiteiten het hierna volgende
actualiteitenoverzicht. Het overzicht wordt maandelijks geactualiseerd voor de
abonnees op Inview.nl van WoltersKluwer (zie hierna). Het zakboek is voorzien
van een omvangrijk register.
Kwaliteit,
tijdwinst en voorkoming vertraging. Gebruik
van het zakboek kan vertraging voorkomen bij de afhandeling van strafzaken,
doordat er minder werk opnieuw of alsnog gedaan moet worden of voor niets is
gedaan. Actuele kennis over het strafrecht voorkomt ook vrijspraken of
niet-ontvankelijkheden.
Speciaal
zakboek voor overige opsporingsambtenaren. Voor de
overige opsporingsambtenaren is er het zakboek Strafvordering en Strafrecht:
een afgeslankte versie van de zakboeken Strafvordering voor de Hulpofficier én
Strafrecht voor de Hulpofficier in één zakboek.
Overige zakboeken. Zie voor de overige zakboeken pagina 3 van het kaft van dit
zakboek of zakboekenpolitie.com (met complete inhoudsopgave).
Zakboeken online, maandelijks geactualiseerd. Alle
zakboeken zijn online te raadplegen op Inview.nl en voorzien van vele
zoekfuncties en links naar bijv. wet- en regelgeving, jurisprudentie,
Kamerstukken en paragrafen uit de overige zakboeken waarnaar verwezen wordt.
Bovendien worden de online uitgaven elke maand geactualiseerd (behalve het
zakboek Pv en Bewijsrecht), zodat altijd over recente informatie beschikt kan
worden. Politie en justitie hebben een abonnement, de zakboeken zijn daardoor
voor iedere politie- en justitieambtenaar te raadplegen.
Met dank
voor de gegeven verbetertips aan Kees van den Pol,
inspecteur van politie en financieel rechercheur, Eenheid Zeeland-West-Brabant.
Bijzondere
dank ben ik verschuldigd aan Rob van Dartel,
Advocaat-Generaal (voorheen werkzaam bij de politie en als officier van
justitie). Van Dartel heeft mij de afgelopen 17 jaren van veel verbeterpunten
voorzien, is een kritisch en behulpzaam sparringpartner en heeft vele teksten
diepgaand gescreend. Van Dartel is auteur van het zakboek Pv en Bewijsrecht en
beoogd opvolger voor de overige zakboeken.
Verschijningsfrequentie
zakboeken. Alle zakboeken verschijnen jaarlijks eind februari,
het zakboek Proces-verbaal en Bewijsrecht tweejaarlijks (oneven jaren).
Verbetertips voor de
zakboeken kunt U mailen naar zakboekenpolitie@gmail.com. Tips die verwerkt
worden in de zakboeken worden tot nader order beloond met een gratis zakboek
naar keuze (inclusief verzending).
23
januari 2025
Overzicht
verwerkte actualiteiten
Hierna
worden kort de belangrijkste actualiteiten vermeld zoals verwerkt in deze
nieuwe editie van het zakboek. Daarbij wordt verwezen naar de paragraaf waarin
de actualiteit besproken wordt.
Wet- en regelgeving
7.15 Wetsvoorstel
versterking strafrechtelijke aanpak ondermijnende criminaliteit II. Strafbaarstelling verborgen ruimte in vervoermiddel
in art. 189a Sr en opname art. 189a Sr als vh-misdrijf in art. 67 Sv.
Kamerstukken 36463.
11 Wet seksuele
misdrijven. Stb. 2024, 59,
inwerkingtreding 01-07-24 (Stb. 2024, 61).
11.20 Wet
bestuursrechtelijke aanpak online kinderpornografisch materiaal. Bestuursrechtelijk instrumentarium om op te treden
tegen aanbieders van communicatiediensten: geven van bindende aanwijzing om
online kinderpornografisch materiaal binnen een korte termijn ontoegankelijk te
maken. Naleving kan worden afgedwongen met een last onder dwangsom en een
bestuurlijke boete. Ook kunnen aanbieders van hostingdiensten die regelmatig
met online kinderpornografisch materiaal worden geconfronteerd worden verplicht
passende en evenredige maatregelen te treffen om de opslag en doorgifte van dit
materiaal te beperken. Stb. 2024, 162, gedeeltelijke inwerkingtreding 01-07-24
(Stb. 2024, 186).
11.22 Strafbaarstelling
kindersekspoppen (art. 253a Sr). Stb.
2024, 162, inwerkingtreding 01-01-25 (Stb. 2024, 363).
27.1 e.v. Wetsvoorstel tegengaan productie van
en de handel in nieuwe psychoactieve stoffen en enkele andere wijzigingen. Kamerstukken
36159, nr. A.
29.8 Wetsvoorstel
digitale melding vermissing rijbewijs. Stb. 2021, 262.
Jurisprudentie
5.2 Opruiing
(art. 131 Sr)
-
Besloten groep
/ openbaarheid. Uitlatingen binnen
een besloten groep op social media leiden niet per definitie tot de conclusie
dat die uitlatingen niet in de openbaarheid zijn gedaan, maar slechts in de
beslotenheid van de huiskamer. Ook besloten groepen kunnen immers bestaan uit
vele leden. Zelfs bij een kleine groep deelnemers kan sprake zijn van het
plaatsen van berichten in het openbaar. Hof ‘s-Hertogenbosch 02-02-24,
ECLI:NL:GHSHE:2024:314.
-
Oproepen om
langzaam te rijden over de snelweg (protestactie). Hof Arnhem-Leeuwarden
26-04-24, ECLI:NL:GHARL:2024:2933.
5.16 Computervredebreuk
(art. 138ab Sr). Verdachte had met de
aan hem gegeven autorisatie ten behoeve van zijn functie als politieagent
bevragingen gedaan in de politiesystemen zonder dat daartoe vanuit de
uitoefening van de politietaak enige aanleiding bestond. Hof Amsterdam
14-03-24, ECLI:NL:GHAMS:2024:654.
5.24 Criminele
organisatie: leider(s) (art. 140 Sr).
Bij de vraag of een deelnemer aan een organisatie kan worden aangemerkt als
leider, gaat het erom of die deelnemer binnen de organisatie een bepaalde macht
heeft of een bepaald gezag bezit. Daarvoor kan van belang zijn dat de deelnemer
dwingende aanwijzingen aan andere deelnemers kan geven of dat de deelnemer
binnen de organisatie belangrijke initiatieven ontplooit, waarnaar andere
deelnemers zich richten. Het is onder omstandigheden mogelijk om binnen een
organisatie meerdere deelnemers als leider aan te merken. Aan het aanmerken van
een deelnemer als leider staat niet in de weg dat de betreffende deelnemer
binnen de organisatie zelf ondergeschikt is aan een of meer andere deelnemers
aan de organisatie. HR 23-04-24, ECLI:NL:HR:2024:619.
5.24 Voortzetting criminele/verboden organisatie
(art. 140 Sr). Verdachte reed op een motor en droeg kleding van de Bandidos en op zijn
motor zat een sticker met daarop de tekst ‘BANDIDOS 1% MC WORLDWIDE’ en het
logo van Bandidos. Aldus had verdachte deelgenomen aan de voortzetting van de
werkzaamheid van de verboden organisatie BMC Holland. Hof ‘s-Hertogenbosch 17-07-24,
ECLI:NL:GHSHE:2024:2288.
5.25 Terroristische
organisatie (art. 140a Sr). Niet
vereist is dat de organisatie het oogmerk had om gedurende enige tijd meerdere
terroristische misdrijven te plegen. HR 11-06-24, ECLI:NL:HR:2024:814 (met noot
Machielse in NJ 2024/288).
5.29 Nepbom
verzenden/achterlaten/plaatsen/melden (art. 142a Sr): oogmerk
-
Lid 1
o Van oogmerk is sprake als de dader met het (op een al
dan niet voor het publiek toegankelijke plaats) achterlaten van een voorwerp de
bedoeling heeft om een ander ten onrechte te doen geloven dat daardoor een
ontploffing kan worden teweeggebracht. Of als dat achterlaten als noodzakelijk
en dus door verdachte gewild gevolg met zich brengt of kan brengen dat
verdachte hierdoor een ander ten onrechte doet geloven dat een ontploffing kan
worden teweeggebracht.
o Of in een concreet geval moet worden aangenomen dat
sprake is van dit oogmerk zal (als de verklaringen van de verdachte en/of bijv.
eventuele getuigenverklaringen geen inzicht geven over wat ten tijde van de
gedraging in de verdachte is omgegaan), afhangen van de feitelijke
omstandigheden van het geval. Daarbij zijn van belang
-
het uiterlijk en
de inhoud van het betreffende voorwerp,
-
de locatie waar
het voorwerp wordt achtergelaten,
-
de persoon die
het voorwerp achterlaat, zijn (eventuele) uitlatingen die verband hielden met
het voorwerp of het achterlaten of aantreffen daarvan, en
-
de overige
omstandigheden van het geval.
Bepaalde
gedragingen kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als
zozeer gericht op het een ander ‘doen geloven dat een ontploffing kan worden
teweeggebracht’ dat het (behalve als sprake is van contra-indicaties) niet
anders kan zijn dan dat de verdachte dat oogmerk had.
-
Lid 2. Bij
ontkennende verdachten kan het oogmerk ook uit de omstandigheden worden
afgeleid. ‘Als het opsporingsonderzoek bijv. aantoont dat het de verdachte is
geweest die de valse bommelding heeft gedaan, en op de aangegeven plaats is
geen bom aangetroffen, dan is het oogmerk daarmee min of meer gegeven’.
HR 26-11-24, ECLI:NL:HR:2024:1727.
7.5 Strafverzwaring
ambtsdwang/wederspannigheid (art. 181/182 Sr). De zwaardere strafbedreigingen die in art. 181 en 182
lid 2 Sr zijn opgenomen, zijn alleen van toepassing op de verdachte die zelf
het bewezenverklaarde lichamelijk letsel heeft toegebracht of de dood heeft
veroorzaakt. De verdachte kan niet op grond van deze bepaling strafrechtelijk
verantwoordelijk worden gehouden voor het door eventuele mededader(s)
veroorzaakte letsel of de dood. HR
25-06-24, ECLI:NL:HR:2024:934.
7.8 Niet
voldoen aan bevel/vordering (art. 184 Sr). Ook uitlatingen die gelet op de omstandigheden van het geval moeilijk
anders kunnen worden begrepen dan als een bevel of vordering. Conclusie PG,
ECLI:NL:PHR:2024:1091, in stand gelaten door HR 07-01-25, ECLI:NL:HR:2025:19.
9.6 Gebruik maken
vals reisdocument/identiteitsbewijs (art. 231 Sr). Ook het tonen van een vals identiteitsbewijs op een
mobiele telefoon. Hof Arnhem-Leeuwarden 27-08-2024, ECLI:NL:GHARL:2024:5443.
9.8 Misbruik
identificerende persoonsgegevens (art. 231b Sr). Ook misbruik van een reisdocument of identiteitsbewijs
als bedoeld in art. 231.1 Sr dat op naam staat van een ander. Art. 231 Sr is
ook geen bijzondere strafbepaling ten opzichte van art. 231b Sr. HR 25-06-24,
ECLI:NL:HR:2024:808.
11.20 Kinderporno:
toestemming/instemming (art. 252 Sr). De
instemming van een minderjarige met de vervaardiging en verspreiding van
kinderporno neemt de schadelijke effecten ervan niet weg. Hetzelfde geldt als
door de minderjarige toestemming is gegeven voor het filmen van seksuele
handelingen. Uitsluitend als de minderjarige op geen enkele wijze in haar of
zijn belangen is geschaad kan mogelijk justitieel ingrijpen achterwege blijven,
bijv. bij het vervaardigen in de privésfeer tussen oudere minderjarige
leeftijdsgenoten. Hof ‘s-Hertogenbosch 09-10-24, ECLI:NL:GHSHE:2024:3156.
13.6 Belediging
politieambtenaar tijdens uitoefening functie (art. 267 Sr). Ambtenaren moeten in het publieke debat blootgesteld
kunnen worden aan kritiek op de uitoefening van hun functie, maar hun functie
ongehinderd kunnen uitoefenen. Het kan daarom noodzakelijk zijn dat zij tijdens
die uitoefening worden beschermd tegen opruiende of beledigende uitlatingen. In
het betreffende geval was de uitlating van de verdachte beledigend voor de
betrokken motoragent en kon niet worden aangemerkt als een bijdrage aan het
publieke debat over het volgens de verdachte ‘institutionele racisme’ binnen de
politie. Daarbij werd in aanmerking genomen dat onder meer was vastgesteld dat
de verdachte, terwijl hij langsreed op de fiets, in de richting van de
motoragent riep ‘Hey hey ho ho racist police has to go’, toen deze een persoon bekeurde die door de
verdachte was aangeduid als een persoon van kleur, waarbij de verdachte geen
kennis droeg van de reden van die (rustig verlopende) bekeuring. Ook voor het
toekijkende publiek zal niet duidelijk zijn geweest waarom de verdachte de
motoragent van racisme betichtte. HR 23-01-24, ECLI:NL:HR:2024:71.
14.1 Schending van ambts/beroepsgeheim: klacht (art. 272 lid 2 Sr) door BIBOB-advies dat vertrouwelijke gegevens bevatte
met betrekking tot derden (veroordelingen van twee medewerkers van de verdachte
en een investeerder) te verstrekken aan een journalist (klachtvereiste van lid
2 niet van toepassing). HR 05-03-24,
ECLI:NL:HR:2024:308 (met omvangrijke motivering).
15.1 Mensenhandel
(art. 273f Sr): laten afsluiten telefoonabonnementen en seksuele exploitatie. HR 03-09-24, ECLI:NL:HR:2024:1106.
15.7 Dwang (art.
284 Sr). Kortdurend filmen van personen met smartphone in openbare ruimte zonder hun medeweten of toestemming valt niet
zonder meer onder de strafbaarstelling van art. 284 Sr (dwang). Bij het voor
een ieder zichtbaar filmen met een smartphone van personen in de openbare
ruimte is nog geen sprake van zodanig onverhoeds handelen dat van dwingen in de
zin van deze bepaling kan worden gesproken. Niet uitgesloten is dat het
opzettelijk filmen in de openbare ruimte van anderen onder omstandigheden wel
dwang kan opleveren maar daarvan was in de betreffende zaak niet gebleken. Hof
Arnhem-Leeuwarden 16-04-24, ECLI:NL:GHARL:2024.
15.8 Bedreiging
(art. 285 Sr)
-
Bedreiging met
brandstichting is niet beperkt tot de bedreiging van een natuurlijk persoon of een
rechtspersoon. ‘Van zo’n bedreiging kan ook sprake zijn als de bedreiging is
gericht tegen een met voldoende mate van concretisering omschreven organisatie
of instelling. Daarbij is van belang of bij die organisatie of instelling -
waaronder ook de daarbij betrokken natuurlijke personen - in redelijkheid de
vrees kon ontstaan dat de verdachte tot brandstichting zou overgaan’. HR 07-01-25, ECLI:NL:HR:2025:24.
-
Bedreiging met
terroristisch misdrijf door in
penitentiaire inrichting te zeggen dat hij, verdachte, op de Dam iedereen met
een AK-47 zou doodschieten. Bij degenen tegen wie verdachte dit gezegd had kon
daardoor in redelijkheid de vrees ontstaan dat ‘de verdachte een misdrijf zou
plegen dat erop was gericht (een deel van) de Nederlandse bevolking ernstige
vrees aan te jagen’. Niet van belang is of diegenen tegen wie het in de
bedreiging bedoelde terroristisch misdrijf zou worden gepleegd, met deze
bedreiging bekend waren geworden en of het opzet van de verdachte ook op dit
bekend worden was gericht. HR
22-10-2024, ECLI:NL:HR:2024:1508.
17.1 Mishandeling
(art. 300 lid 4 Sr): opzettelijke benadeling gezondheid. Verstrekken van drugs aan minderjarige kinderen. Rb
Noord-Nederland 23-07-24, ECLI:NL:RBNNE:2024:2809.
18.1 Diefstal:
goed/gegevens (art. 310 Sr). Gegevens kunnen ongeacht hun inhoud niet worden
aangemerkt als een goed in de zin van art. 310 Sr, tenzij deze bestanden zelf
of de omgeving waarin zij zijn opgeslagen zodanige eigenschappen hebben dat bij
het verkrijgen van de feitelijke en exclusieve heerschappij door een persoon de
verstrekker van die bestanden de beschikkingsmacht daarover verliest. Slechts
in bijzondere gevallen zal hiervan sprake zijn (bijv. cryptovaluta). Hof Den Haag 14-02-24, ECLI:NL:GHDHA:2024:217.
18.3 Diefstal met
geweld op de openbare weg (art. 312 lid 2 Sr). Ook als de
wegnemingshandeling zich niet, maar (de bedreiging met) het geweld zich wel op
de openbare weg heeft afgespeeld. Rb
Oost-Brabant 22-02-24, ECLI:NL:RBOBR:2024:604.
23.1 Schuldschending
geweldsinstructie (art. 372 Sr). Verdachte
had geweld gebruikt tijdens zijn werk als hoofdagent bij de politie, door
driemaal met een wapenstok richting het lichaam of het hoofd van aangever te
slaan. Aangever had als gevolg hiervan letsel opgelopen, waaruit kon worden
afgeleid dat hij ten minste eenmaal op zijn hoofd was geraakt. Aan verdachte
was ten laste gelegd dat hij de geweldsinstructie had geschonden en dat die
schending aan zijn schuld te wijten was (het nieuwe art. 372 Sr). Vrijspraak
omdat verdachte in het kader van de zogeheten afweerbevoegdheid gebruik mocht
maken van zijn wapenstok. De manier waarop hij dat gedaan heeft moet op grond
van de objectieve feiten en omstandigheden en de (subjectieve) beleving daarvan
door verdachte, als proportioneel, redelijk en gematigd worden aangemerkt.
Verdachte heeft aldus gehandeld conform de geweldsinstructie. Rb
Midden-Nederland 28-10-24, ECLI:NL:RBMNE:2024:5976.
25.2 Witwassen (art.
420bis Sr)
-
Afkomstig uit
enig misdrijf. Aantreffen van een
groot contant geldbedrag samen met een grote hoeveelheid heroïne op een
ongebruikelijke bewaarplaats (verborgen ruimte in auto). Hof Amsterdam
18-01-24, ECLI:NL:GHAMS:2024:123.
-
Verbergen en
verhullen. Hebben betrekking op
gedragingen die erop zijn gericht het zicht te bemoeilijken op (onder meer) de
herkomst van een voorwerp en wie de rechthebbende op een voorwerp is. HR
23-01-24, ECLI:NL:HR:2024:47.
-
Voorbeeld verbergen/verhullen. Witwassen van geldbedragen door op verzoek van een
ander een bankrekening te openen en de bijbehorende bankpas aan twee jongens te
geven, die op de rekening gestorte bedragen opnamen met de bankpas. HR
23-01-24, ECLI:NL:HR:2024:67 (met noot Lindenberg in NJ 2024/266).
26.3 Gevaarlijk dier
/ aanhitsen dier (art. 425 Sr)
-
Onder zijn hoede staand. Van belang is of de verdachte de zeggenschap of zorg
heeft over een dier, op een zodanige manier dat dit dier aan de verdachte is
toevertrouwd. In het algemeen zal de eigenaar van een gevaarlijk dier degene
zijn die de zeggenschap heeft over de wijze waarop dit dier onschadelijk moet
worden gehouden en deze hierom in beginsel hebben te gelden als degene onder
wiens hoede het gevaarlijke dier staat. De eigenaar zal van die zorg slechts
dan bevrijd zijn wanneer die zeggenschap of zorg aan een ander is toevertrouwd,
op een zodanige wijze dat die ander kan worden aangemerkt als degene bij wie
het dier onder zijn hoede stond. Fysieke aanwezigheid of nabijheid van de
eigenaar is niet vereist voor het onder de hoede staan, maar kan wel een sterke
aanwijzing zijn.
-
Een gevaarlijk
dier kan onder de hoede van meerdere personen staan.
-
Onschadelijk houden. Er wordt alleen niet aan
deze strafrechtelijke zorgplicht voldaan indien en voor zover het dier schade
heeft veroorzaakt.
-
Schuld. Voor bewezenverklaring is geen schuld vereist, wel
enige vorm van verwijtbaarheid. Die verwijtbaarheid dient te worden ingevuld
door de mate waarin degene onder wiens hoede het dier staat bekend was met de
aard van de gevaarlijkheid van het dier, alsmede de vraag in hoeverre is
getracht te voldoen aan de zorgplicht om het dier onschadelijk te houden.
- Een hond kan als gevaarlijk worden beschouwd als hij
door zijn gedrag heeft laten blijken gevaarlijk te zijn voor mens of dier,
bijv. door eerdere bijtincidenten. ‘Ook een hond waarvan op grond van andere
feiten of omstandigheden kan worden aangenomen dat hij gevaren oplevert welke
voormelde wetsbepaling in het algemeen heeft willen voorkomen, moet als
gevaarlijk in de zin van die wetsbepaling worden aangemerkt’.
Hof
‘s-Hertogenbosch 09-09-24, ECLI:NL:GHSHE:2024:2868.
- Geen voldoende zorg. Verdachte was gevallen en had de honden losgelaten of
de honden hadden zich losgetrokken. Verdachte was onder invloed van alcohol,
had last van artrose en zijn evenwicht was niet altijd goed. Aldus onvoldoende
zorg gedragen voor het onschadelijk houden van zijn beide honden door (na het
gebruik van alcohol en wetende dat zijn evenwicht niet altijd goed is) ervoor
te kiezen zijn honden (die bij eerdere bijtincidenten betrokken waren)
tegelijkertijd uit te laten op een moment dat hij moest vermoeden dat hij met
andere honden geconfronteerd kon worden en wetende dat zijn honden daarop
konden reageren terwijl hij onder de gegeven omstandigheden niet in staat was
zijn beide honden voldoende onder controle te houden. Hof ‘s-Hertogenbosch
24-09-24, ECLI:NL:GHSHE:2024:3274.
26.11 Seksuele
intimidatie (art. 429ter Sr)
-
Verdachte had in
de avond een voor hem onbekende vrouw uit het niets aangesproken, was naar haar
toegelopen en had haar bij de heupen vastgepakt. Rb Rotterdam 02-10-24,
ECLI:NL:RBROT:2024:9612 (met omvangrijke motivering en verwijzing naar
Kamerstukken).
-
Verdachte had
tegen twee vrouwelijke politieagenten gezegd ‘ik ga je beffen’. Rb
Midden-Nederland 07-10-24, ECLI:NL:RBMNE:2024:5727.
-
Verdachte had een
vrouw in de trein tegen haar zin vastgepakt en geprobeerd haar te kussen. Rb
Midden-Nederland 07-10-24, ECLI:NL:RBMNE:2024:5729.
27.12 Opiumwet
-
Gelden en/of
andere betaalmiddelen (voorbereiden/bevorderen, art. 10a lid 1 onder 3°). Ook
bitcoins. HR 25-06-24, ECLI:NL:HR:2024:890.
-
Voorwerpen. Ook onroerende zaken. HR 25-06-24,
ECLI:NL:HR:2024:851.
28.18 Anonieme info
wapenbezit (Cobra’s); doorzoeking. TCI-informatie
kan de basis vormen voor een WWM-verdenking mits deze informatie voldoende
concreet en specifiek is, zoals in het betreffende geval de melding over een
partij zeer zwaar vuurwerk (onder andere Cobra’s) in de woning van verdachte.
Algemeen bekend is dat Cobra’s worden gebruikt als en/of verwerkt tot
explosieven. De politie heeft op grond van het TCI pv redelijkerwijs kunnen
vermoeden dat wapens (explosieven) aanwezig waren in de woning, doorzoeking
niet onrechtmatig. Rb Amsterdam 10-07-24, ECLI:NL:RBAMS:2024:4107.
29.4 In ernstige
mate overtreden van verkeersregels (art. 5a WVW 1994). Bij het bewijs van het opzettelijk in ernstige mate
overtreden van de verkeersregels komt het onder meer aan op de feiten en
omstandigheden die zicht bieden op ‘de algehele instelling van de verdachte
waar het in het concrete geval zijn deelname aan het verkeer betreft’. HR
15-10-24, ECLI:NL:HR:2024:1405 (met omvangrijke verwijzingen naar de wetsgeschiedenis).
29.5 Dood
en letsel door schuld in verkeer (art. 6 WVW 1994). Enkel moment
van onoplettendheid. Schuld kan ook bewezenverklaard worden als de gedraging
van de verdachte haar aanleiding vindt in uitsluitend een enkel moment van
onoplettendheid. De omstandigheden van het geval kunnen immers zodanige
aandacht vergen dat ook een kort moment van onoplettendheid als zeer
onvoorzichtig kan worden aangemerkt. HR 15-10-24, ECLI:NL:HR:2024:1398.
29.14 Strafbaarstelling
art. 6 WVW 1994 (art. 175 WVW 1994): roekeloosheid
-
De wetgever heeft geen definitie van roekeloosheid
gegeven, maar heeft wel in art. 5a WVW 1994 een niet alles omvattende opsomming
van gevallen gegeven waarin roekeloosheid in ieder geval kan worden vastgesteld
als ook aan de overige in die bepaling gestelde eisen is voldaan. Ook buiten
die gevallen kan de rechter dus tot het oordeel komen dat sprake is van roekeloosheid.
Onder roekeloosheid moet worden verstaan een buitengewoon onvoorzichtige
gedraging van de verdachte waardoor een zeer ernstig gevaar in het leven is
geroepen, terwijl de verdachte zich daarvan bewust was, althans had moeten
zijn. HR 15-10-24, ECLI:NL:HR:2024:1405 (met omvangrijke verwijzingen
naar de wetsgeschiedenis).
-
Gedragingen van verdachte (zie 29.14) konden worden aangemerkt als
overtreding van art. 5a WVW 1994 en daarmee stond roekeloosheid vast (gelet op
het bepaalde in art. 175,2 WVW 1994). Hof
‘s-Hertogenbosch 05-07-24, ECLI:NL:GHSHE:2024:2202.
Nieuw hoofdstuk 11 (Wet seksuele misdrijven)
Bespreking Wet seksuele misdrijven (wijziging van Sr
en andere wetten in verband met de modernisering van de strafbaarstelling van
verschillende vormen van seksueel grensoverschrijdend gedrag). Stb. 2024, 59,
inwerkingtreding 01-07-24 (Stb. 2024, 61).
Nieuwe paragrafen
5.32 Pornografie (art. 151d Sr)
(Wet seksuele misdrijven).
5.33 Misbruik seksueel
beeldmateriaal tegenover persoon <16j (art. 151e Sr) (Wet seksuele
misdrijven).
5.34 Bedwelmende drank toedienen /
dronken maken (art. 151f Sr) (Wet seksuele misdrijven).
26.11 Seksuele intimidatie (art.
429ter Sr) (Wet seksuele misdrijven).
28.18 Vuurwerk en de WWM/WED.
27.4 Wetsvoorstel verbodsbepalingen
lijst IA (art. 2a Opiumwet).
27.13 Wetsvoorstel strafbaarstelling
art. 2a Opiumwet (art. 10b Opiumwet).
27.14 Wetsvoorstel
voorbereiden/bevorderen lijst 1A (art. 10c Opiumwet).
Herschreven paragrafen
3.3 Voorbereiding (art. 46 Sr).
4.13 Opkoper en opkopen (art. 90bis
Sr).
5.21 Gebruik verborgen camera in
woning / niet publieke plaats (art. 139f Sr).
6.4 Belemmeren blussen brand
(art. 159 Sr).
7.15 Wetsvoorstel verborgen ruimte
in vervoermiddel (art. 189a Sr).
7.17 Aanmatiging van rechten (art.
196 Sr) (bijv. het onbevoegd dragen van (delen van) een politie-uniform).
7.19 Verbreking zegel (art. 199
Sr).
7.20 Meineed (art. 207 Sr).
8.2 e.v. Vals geld.
9.1 Valsheid in geschrift (art.
225 Sr).
9.6 Vals
reisdocument/identiteitsbewijs; identiteitsfraude (art. 231 Sr).
15.1 Mensenhandel (art. 273f Sr).
15.3 Onttrekken minderjarige aan
gezag/opzicht (art. 279 Sr).
15.8 Bedreiging (art. 285 Sr).
17.7 Aanhitsen dier (art. 306a Sr).
26.3 Gevaarlijk dier (art. 425 Sr).
26.14 Burengerucht (art. 431 Sr).
26.20 Gebruik verborgen camera op
publieke plaats (art. 441b Sr).
Inhoudsopgave
1 Enkele studie- en verbetertips 23
1.1 Inleiding 23
1.2 Studietips veel voorkomende misdrijven / dwangmiddelen 23
1.3 Dwangmiddelen/bevoegdheden en digitale maandelijks
geactualiseerde zakboeken 23
1.4 Wetten.nl: actueel en terugkijken op pleegdatum 23
1.5 Bewijsrecht 24
1.6 Beeldmateriaal 25
1.7 Betreden woning 25
1.8 Check opsporingsbevoegdheid boa 25
1.9 Ambtsdwang, verzet, niet voldoen bevel/vordering, beletten/enz. 26
2 Opzet, schuld, oorzakelijkheid, strafuitsluitingsgronden,
enz. 27
2.1 Gevolgs- en gedragsdelicten 27
2.2 Commissie- en omissiedelicten 27
2.3 Aflopende en voortdurende delicten 27
2.4 Kwaliteitsdelicten 28
2.5 Tijd en plaats plegen delict 28
2.6 Oorzakelijkheid (causaliteit/toerekenen) 28
2.7 Opzet 31
2.8 Schuld 44
2.9 Wederrechtelijk 45
2.10 Voorbedachte raad 46
2.11 Geobjectiveerde bestanddelen 48
2.12 Strafuitsluitingsgronden: inleiding 48
2.13 Noodweer(exces) / putatief noodweer (art. 41 Sr) 50
3 Poging, voorbereiding en deelneming 57
3.1 Inleiding 57
3.2 Poging (art. 45 Sr) 57
3.3 Voorbereiding (art. 46 Sr) 59
3.4 Poging uitlokking / doen plegen (art. 46a Sr) 63
3.5 Vrijwillige niet-voltooiing (art. 46b Sr) 63
3.6 Deelneming (daders en medeplichtigen) 66
3.7 Plegen (art. 47 Sr) 67
3.8 Doen plegen (art. 47 Sr) 67
3.9 Medeplegen (art. 47 Sr) 68
3.10 Uitlokken (art. 47 Sr) 77
3.11 Medeplichtigheid (art. 48 Sr) 79
3.12 Verschillen tussen enige vormen van deelneming 82
3.13 Deelneming aan deelneming 83
3.14 Daderschap: rechtspersonen, opdracht-/leidinggever (art. 51 Sr) 84
3.15 Daderschap: publiekrechtelijke rechtspersoon / immuniteit 86
3.16 Functioneel daderschap 88
4 Betekenis van sommige uitdrukkingen 89
4.1 Gegevens (art. 80quinquies Sr) 89
4.2 Geautomatiseerd werk (art. 80sexies Sr) 89
4.3 Niet-contant betaalinstrument (art. 80septies Sr) 90
4.4 Plegen van geweld (art. 81 Sr) 91
4.5 Zwaar lichamelijk letsel (art. 82 Sr) 91
4.6 Doden van een vrucht (art. 82a Sr) 96
4.7 Terroristisch misdrijf (art. 83 Sr) 97
4.8 Terroristisch oogmerk (art. 83a Sr) 97
4.9 Misdrijf ter voorb./makkelijk maken terr. misdrijf (art. 83b Sr) 97
4.10 Ambtenaren (art. 84 Sr) 97
4.11 Inklimming (art. 89 Sr) 98
4.12 Valse sleutels (art. 90 Sr) 99
4.13 Opkoper en opkopen (art. 90bis Sr) 99
4.14 Discriminatie (art. 90quater Sr) 100
4.15 Toepasselijkheid bepalingen uit eerste boek Sr (art. 91 Sr) 101
5 Misdrijven tegen de openbare orde 102
5.1 Inleiding 102
5.2 Opruiing (art. 131 Sr) 102
5.3 Verspreiden opruiend geschrift (art. 132 Sr) 106
5.4 Aanbieden medeplichtigheid (art. 133 Sr) 107
5.5 Verspreiding aanbod tot medeplichtigheid (art. 134 Sr) 107
5.6 Gelegenheid, enz. verschaffen tot terroristisch misdrijf (art.
134a Sr) 108
5.7 Belediging groep mensen (art. 137c Sr) 108
5.8 Aanzetten tot haat, discriminatie of geweld (art. 137d Sr) 113
5.9 Verspreiding discriminatie (art. 137e Sr) 114
5.10 Steunverlening discriminatie (art. 137f Sr) 117
5.11 Discriminatie in uitoefening ambt/beroep/bedrijf (art. 137g Sr) 118
5.12 Ontzetting uit beroep (art. 137h Sr) 119
5.13 Huisvredebreuk (woning, besloten lokaal of erf) (art. 138 Sr) 119
5.14 Kraken (art. 138a Sr) 127
5.15 Wederrechtelijk verblijf op besloten plaats (art. 138aa Sr)
(uithalers) 129
5.16 Computervredebreuk (art. 138ab Sr) 130
5.17 Belemmering toegang/gebruik geautomatiseerd werk (art. 138b Sr) 133
5.18 Overnemen/doorgeven niet-openbare gegevens (art. 138c Sr) 134
5.19 Lokaalvredebreuk (lokaal openbare dienst) (art. 139 Sr) 136
5.20 Plaatsen opname/aftap/afluisterapparatuur; wachtwoord (art. 139d
Sr) 137
5.21 Gebruik verborgen camera in woning / niet publieke plaats (art.
139f Sr) 138
5.22 Heling gegevens (art. 139g Sr) 140
5.23 Seksueel beeldmateriaal / wraakporno (art. 139h Sr) (tot
01-07-24) 141
5.24 Deelneming/voortzetting criminele/verboden organisatie (art. 140
Sr) 144
5.25 Deelneming aan terroristische organisatie (art. 140a Sr) 149
5.26 Openlijke geweldpleging (art. 141 Sr) 150
5.27 Gelegenheid, enz. verschaffen tot plegen geweld (art. 141a Sr) 159
5.28 Vals alarm, gebruik alarmnummer (art. 142 Sr) 159
5.29 Nepbom
/ bommelding
(art. 142a Sr) 160
5.30 Grafschennis (art. 149 Sr) 162
5.31 Onttrekken lijk aan nasporing (art. 151 Sr) 163
5.32 Pornografie (art. 151d Sr) 164
5.33 Misbruik seksueel beeldmateriaal tegenover <16jarige (art.
151e Sr) 165
5.34 Bedwelmende drank toedienen / dronken maken (art. 151f Sr) 165
6 Misdrijven waardoor de algemene veiligheid van personen of
goederen in gevaar wordt gebracht 167
6.1 Inleiding 167
6.2 Brandstichting, ontploffing, overstroming (art. 157 Sr) 167
6.3 Brand enz. door schuld (art. 158 Sr) 169
6.4 Belemmeren blussen brand (art. 159 Sr) 170
6.5 Vernieling, enz. elektriciteitswerk (art. 161bis Sr) 171
6.6 Vernieling, enz. geautom. werk / werk
telecom (art. 161sexies Sr) 173
6.7 Vernielen, versperren, enz. verkeerswerk/weg: opzet (art. 162
Sr) 174
6.8 Vernielen, versperren enz. verkeerswerk/weg: schuld (art. 163
Sr) 176
6.9 Veroorzaken gevaar spoorweg/luchtverkeer: opzet (art. 164 Sr) 176
6.10 Veroorzaken gevaar spoorweg/luchtverkeer: schuld (art. 165 Sr) 177
6.11 Vernielen/beschadigen gebouw: opzet (art. 170 Sr) 178
6.12 Vernielen/beschadigen gebouw: schuld (art. 171 Sr) 178
6.13 Verontreiniging bodem/lucht/oppervlaktewater: opzet (art. 173a
Sr) 178
6.14 Verontreiniging bodem/lucht/oppervlaktewater: schuld (art. 173b
Sr) 179
6.15 Verkoop schadelijke waren: wetende dat (art. 174 Sr) 179
6.16 Verkoop schadelijke waren: schuld (art. 175 Sr) 180
7 Misdrijven tegen openbaar gezag en meineed 181
7.1 Omkoping ambtenaar (art. 177 Sr) 181
7.2 Gelijkstelling ambtenaren (art. 178a Sr) 183
7.3 Ambtsdwang (art. 179 Sr) 183
7.4 Wederspannigheid (art. 180 Sr) 184
7.5 Strafverzwaring ambtsdwang/wederspannigheid (art. 181 Sr) 190
7.6 Strafverzwaring ambtsdwang/wederspannigheid (art. 182 Sr) 191
7.7 Gelijkstelling ambtenaren (art. 183 Sr) 191
7.8 Niet voldoen aan bevel; beletten/belemmeren/verijdelen (art.
184 Sr) 192
7.9 Handelen in strijd met gedragsaanwijzing OvJ (art. 184a Sr) 199
7.10 Bemoeilijken ambtsverrichting (art. 185 Sr) 199
7.11 Met ambtenaren gelijkgestelde personen (art. 185a Sr) 201
7.12 Samenscholing (art. 186 Sr) 201
7.13 Valse aangifte of klacht (art. 188 Sr) 203
7.14 Hulp aan daders van misdrijven (art. 189 Sr) 206
7.15 Wetsvoorstel verborgen ruimte in vervoermiddel (art. 189a Sr) 208
7.16 Bevrijding gedetineerde (art. 191 Sr) 210
7.17 Aanmatiging van rechten (art. 196 Sr) 211
7.18 Goederen onttrekken aan beslag (art. 198 Sr) 212
7.19 Verbreking, enz.
(beslag)zegels (art. 199 Sr) 213
7.20 Meineed (art. 207 Sr) 214
8 Vals geld 218
8.1 Inleiding 218
8.2 Geld namaken / vervalsen (art. 208 Sr) 218
8.3 Vals geld ontvangen, in voorraad, uitgeven, enz. (art. 209 Sr) 219
8.4 Handelingen m.b.t. in omloop te brengen geld (art. 210 Sr) 220
8.5 Uitgeven vals geld te goeder trouw ontvangen (art. 213 Sr) 220
8.6 Stoffen/voorwerpen/gegevens tot vervalsen bestemd (art. 214 Sr) 221
9 Valsheid met geschriften, gegevens en biometrische kenmerken 222
9.1 Valsheid in geschrift (art. 225 Sr) 222
9.2 Valsheid in bijzondere geschriften (art. 226 Sr) 226
9.3 Valse opgave in authentieke akte (art. 227 Sr) 227
9.4 Niet naar waarheid gegevens verstrekken (art. 227a Sr) 227
9.5 Nalaten tijdig verstrekken van gegevens (art. 227b Sr) 228
9.6 Vals reisdocument/identiteitsbewijs; identiteitsfraude (art.
231 Sr) 228
9.7 Valse biometrische kenmerken/persoonsgegevens (art. 231a Sr) 233
9.8 Misbruik identificerende persoonsgegevens (art. 231b Sr) 235
9.9 Vals betaalinstrument/kaart/drager; skimmen (art. 232 Sr) 236
9.10 Stoffen/voorwerpen/gegevens tot plegen misdrijf bestemd (art. 234
Sr) 237
10 Zedenmisdrijven (tot 01-07-24) 239
10.1 Inleiding 239
10.2 Schennis van de eerbaarheid (art. 239 Sr) 239
10.3 Pornografie (art. 240 Sr) 242
10.4 Misbruik seksueel beeldmateriaal tegenover <16jarige (art.
240a Sr) 243
10.5 Kinderpornografie (art. 240b Sr) 244
10.6 Voorbereidingshandelingen seksueel misbruik kinderen (art. 240c
Sr) 254
10.7 Verkrachting (art. 242 Sr) 258
10.8 Seksueel binnendringen bewusteloze/onmachtige/enz. (art. 243 Sr) 265
10.9 Seksueel binnendringen <12jarige (art. 244 Sr) 268
10.10 Seksueel binnendringen 12-16jarige (art. 245 Sr) 269
10.11 Feitelijke aanranding van de eerbaarheid (art. 246 Sr) 272
10.12 Ontucht met bewusteloze/onmachtige/<16jarige/enz. (art. 247 Sr) 275
10.13 Strafverzwaring
(art. 248 Sr) 278
10.14 Verleiden <18jarige tot ontucht (art. 248a Sr) 279
10.15 Ontucht met prostituee 16-18j (art. 248b Sr) 281
10.16 Aanwezigheid bij seksshow <18jarige (art. 248c Sr) 282
10.17 Seksuele corruptie met <16jarige (art. 248d Sr) 283
10.18 Grooming (art. 248e Sr) 285
10.19 Teweegbr./bevorderen ontucht door
<18jarige (art. 248f Sr) 288
10.20 Ontucht met misbruik gezag/vertrouwen/enz. (art. 249 Sr) 288
10.21 Koppelarij (art. 250 Sr) 294
10.22 Bijkomende straffen; ontzetting rechten/beroep(art. 251 Sr) 295
10.23 Bedwelmende drank toedienen / dronken maken (art. 252 Sr) 295
10.24 Ontuchtige handelingen met een dier (art. 254 Sr) 296
10.25 Porno tussen mens en dier (art. 254a Sr) 296
11 Seksuele misdrijven (vanaf 01-07-24) 297
11.1 Inleiding 297
11.2 Overzicht wetswijziging seksuele misdrijven 299
11.3 Transponeringstabel 301
11.4 Seksuele handelingen / visuele weergave (art. 239 Sr) 305
11.5 Inleiding aanranding/verkrachting; bewijsvoering 307
11.6 Schuldaanranding (art. 240 Sr) 310
11.7 Opzetaanranding en gekwalificeerde opzetaanranding (art. 241 Sr) 310
11.8 Schuldverkrachting (art. 242 Sr) 313
11.9 Opzetverkrachting en gekwalificeerde opzetverkrachting (art. 243
Sr) 314
11.10 Ontbrekende wil (art. 244 Sr) 315
11.11 Inleiding seksueel misbruik/benaderen van kinderen 327
11.12 Aanranding en gekwalificeerde aanranding 16-18jarige (art. 245 Sr) 328
11.13 Verkrachting en gekwalificeerde verkrachting 16-18jarige (art. 246
Sr) 331
11.14 Aanranding en gekwalificeerde aanranding 12-16jarige (art. 247 Sr) 332
11.15 Verkrachting en gekwalificeerde verkrachting 12-16jarige (art. 248
Sr) 335
11.16 Aanranding en gekwalificeerde aanranding <12jarige (art. 249 Sr) 335
11.17 Verkrachting en gekwalificeerde verkrachting <12jarige (art. 250
Sr) 336
11.18 Voorbereidingshandelingen seksueel misbruik kinderen (art. 250a Sr) 336
11.19 Sexchatting / seksueel corrumperen / grooming (art. 251 Sr) 337
11.20 Kinderpornografie (art. 252 Sr) 341
11.21 Bijwonen kinderpornografische voorstelling (art. 253 Sr) 343
11.22 Kindersekspoppen (art. 253a Sr) 344
11.23 Strafverzwaringsgronden (art. 254 Sr) 347
11.24 Bijkomende straffen; ontzetting rechten/beroep (art. 254a Sr) 351
11.25 Aanstootgevende handelingen verrichten (art. 254b Sr) 351
11.26 Seksueel beeldmateriaal / wraakporno (art. 254ba Sr) 353
11.27 Porno tussen mens en dier (art. 254c Sr) 354
11.28 Seksuele handelingen met een dier (art. 254d Sr) 355
12 Verlating van hulpbehoevenden 356
12.1 In hulpeloze toestand brengen of laten (art. 255 Sr) 356
12.2 Te vondeling leggen of verlaten (art. 256 Sr) 357
12.3 Strafverzwarende omstandigheden art. 255 en 256 Sr (art. 257 Sr) 358
12.4 Strafverzwaring voor ouders (art. 258 Sr) 359
13 Belediging 360
13.1 Inleiding 360
13.2 Smaad(schrift) (art. 261 Sr) 363
13.3 Laster (art. 262 Sr) 366
13.4 Bewijskracht vonnis (art. 265 Sr) 367
13.5 Eenvoudige belediging (art. 266 Sr) 367
13.6 Belediging Koning, ambtenaar, instelling, enz. (art. 267 Sr) 369
13.7 Lasterlijke aanklacht (art. 268 Sr) 374
13.8 Belediging meestal klachtmisdrijf (art. 269 Sr) 376
13.9 Smaad(schrift) jegens overledene (art. 270 Sr) 376
13.10 Verspreiding/enz. beledigend geschrift (art. 271 Sr) 377
14 Schending van geheimen 378
14.1 Schending van ambts/beroepsgeheim (art.
272 Sr) 378
15 Misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid 381
15.1 Mensenhandel (art. 273f Sr) 381
15.2 Misbruik prostituee (slachtoffer mensenhandel) (art. 273g Sr) 390
15.3 Onttrekken minderjarige aan gezag/opzicht (art. 279 Sr) 391
15.4 Vrijheidsberoving (art. 282 Sr) 394
15.5 Gijzeling (art. 282a Sr) 396
15.6 Vrijheidsberoving door schuld (art. 283 Sr) 396
15.7 Dwang
(art. 284 Sr) 396
15.8 Bedreiging
(art. 285 Sr) 399
15.9 Beïnvloeding getuige (art. 285a Sr) 407
15.10 Belaging (stalking) (art.
285b Sr) 408
15.11 Gebruik persoonsgegevens voor intimidatie (doxing) (art. 285d Sr) 412
16 Misdrijven tegen het leven 420
16.1 Doodslag (art. 287 Sr) 420
16.2 Doodslag in combinatie met ander feit (art. 288 Sr) 422
16.3 Moord (art. 289 Sr) 423
16.4 Kinderdoodslag (art. 290 Sr) 424
16.5 Kindermoord (art. 291 Sr) 425
16.6 Deelneming aan kinderdoodslag/moord (art. 292 Sr) 426
17 Mishandeling en veroorzaken dood of zwaar lichamelijk letsel
door schuld 427
17.1 Eenvoudige mishandeling (art. 300 Sr) 427
17.2 Mishandeling met voorbedachte raad (art. 301 Sr) 430
17.3 Zware mishandeling (art. 302 Sr) 430
17.4 Zware mishandeling met voorbedachte raad (art. 303 Sr) 432
17.5 Strafverzwarende omstandigheden (art. 304 Sr) 432
17.6 Deelneming aan aanval of vechterij (art. 306 Sr) 435
17.7 Aanhitsen dier (art. 306a Sr) 437
17.8 Dood door schuld (art. 307 Sr) 438
17.9 Zwaar lichamelijk letsel door schuld (art. 308 Sr) 439
17.10 In uitoefening van ambt of beroep (art. 309 Sr) 441
18 Diefstal en stroperij 442
18.1 Diefstal (art. 310 Sr) 442
18.2 Diefstal onder verzwarende omstandigheden (art. 311 Sr) 450
18.3 Diefstal met geweld (art. 312 Sr) 452
18.4 Stroperij (art. 314 Sr) 455
18.5 Stroperij onder verzwarende omstandigheden (art. 315 Sr) 456
18.6 Diefstal niet of alleen op klacht vervolgbaar (art. 316 Sr) 456
19 Afpersing en afdreiging 457
19.1 Afpersing (art. 317 Sr) 457
19.2 Afdreiging (art. 318 Sr) 460
19.3 Afpersing/afdreiging niet of alleen op klacht vervolgbaar (art.
319 Sr) 460
20 Verduistering 461
20.1 Verduistering (art. 321 Sr) 461
20.2 Verduistering in dienstbetrekking/beroep (art. 322 Sr) 465
20.3 Verduist. ter voorber./makkelijk
maken terr. misdr. (art.
322a Sr) 466
20.4 Verduistering door voogd, enz. (art. 323 Sr) 466
20.5 Verduistering niet of alleen op klacht vervolgbaar (art. 324 Sr) 467
21 Bedrog 468
21.1 Oplichting (art. 326 Sr) 468
21.2 Flessentrekkerij (art. 326a) 476
21.3 Listig gebruik maken van telecomdienst (art. 326c Sr) 477
21.4 Acquisitiefraude (art. 326d Sr) 478
21.5 Online handelsfraude (internetoplichting) (art. 326e Sr) 480
21.6 Verzekeringsfraude (art. 328 Sr) 481
21.7 Bedrog met merken en handelsnamen (art. 337 Sr) 481
21.8 Bedrog niet of alleen op klacht vervolgbaar (art. 338 Sr) 482
22 Vernieling 484
22.1 Inleiding 484
22.2 Vernieling (art. 350 Sr) 485
22.3 Vernieling computergegevens (art. 350a Sr) 487
22.4 Vernieling computergegevens door schuld (art. 350b Sr) 488
22.5 Vernieling geautomatiseerd/telecom werk (art. 350c Sr) 488
22.6 Voorbereidingshandelingen art. 350a,1 of 350c Sr (art. 350d Sr) 489
22.7 Vernieling werken openbaar nut/ landsverdediging (art. 351 Sr) 490
22.8 Vernieling gebouw of (lucht)vaartuig(lading) (art. 352 Sr) 491
22.9 Vernieling niet of alleen op klacht vervolgbaar (art. 353 Sr) 492
22.10 Strafverzwaringsgronden (art. 354 Sr) 492
22.11 Vernieling gericht op terroristisch misdrijf (art. 354a Sr) 493
23 Ambtsmisdrijven 494
23.1 Schuldschending geweldsinstructie (art. 372 Sr) 494
24 Begunstiging 498
24.1 Inleiding 498
24.2 Opzetheling (art. 416 Sr) 498
24.3 Gewoonteheling (art. 417 Sr) 503
24.4 Schuldheling (art. 417bis Sr) 504
25 Witwassen 508
25.1 Inleiding 508
25.2 Opzettelijk witwassen (art. 420bis Sr) 510
25.3 Eenvoudig witwassen (art. 420bis.1 Sr) 521
25.4 Gewoontewitwassen (art. 420ter Sr) 523
25.5 Schuldwitwassen (art. 420quater Sr) 524
25.6 Eenvoudig schuldwitwassen (art. 420quarter.1) 525
26 Overtredingen 526
26.1 Inleiding 526
26.2 Straatschenderij/baldadigheid (art. 424 Sr) 526
26.3 Gevaarlijk dier (art. 425 Sr) 527
26.4 Handelingen in dronkenschap (art. 426 Sr) 530
26.5 Hinderlijk volgen, enz. op openbare weg (art. 426bis Sr) 531
26.6 Hinderen hulpverlener (art. 426ter Sr) 532
26.7 Veiligheid openbare weg in gevaar brengen (art. 427 Sr) 533
26.8 Eigen onroerende zaak in brand steken (art. 428 Sr) 534
26.9 Gevaarzettingsdelicten (art. 429 Sr) 535
26.10 Verboden voorwerp brengen binnen inrichting/enz. (art. 429a Sr) 536
26.11 Seksuele intimidatie (art. 429ter Sr) 537
26.12 Discriminatie in uitoefening ambt/beroep/bedrijf (429quater Sr) 544
26.13 Openbare dronkenschap (art. 430b Sr) 546
26.14 Burengerucht (art. 431 Sr) 546
26.15 Opgeven valse identificerende pers. gegevens (art. 435,4 Sr) 547
26.16 Verzuim handelaar gebruikt/ongeregeld goed (art. 437 Sr) 548
26.17 Verboden handel (437bis Sr) 550
26.18 Overtreding gemeenteverordening tegen heling (art. 437ter Sr) 550
26.19 Namaken bankbiljet/munt/postzegel/reisdocu/enz.
(art. 440 Sr) 551
26.20 Gebruik verborgen camera op publieke plaats (art. 441b Sr) 551
26.21 Politievoorschrift in buitengewone omstandigheden (art. 443 Sr) 553
26.22 Weigering hulpbetoon (art. 446 Sr) 554
26.23 Niet voldoen aan identificatieplicht (art. 447e Sr) 555
26.24 Nalaten hulpverlening bij levensgevaar (art. 450 Sr) 556
26.25 Zich bevinden op verboden grond (art. 461 Sr) 556
27 Opiumwet 558
27.1 Inleiding 558
27.2 Definitiebepaling (art. 1 Opiumwet) 559
27.3 Verbodsbepalingen lijst I (art. 2 Opiumwet) 560
27.4 Wetsvoorstel verbodsbepalingen lijst IA (art. 2a Opiumwet) 563
27.5 Verbodsbepalingen lijst II (art. 3 Opiumwet) 564
27.6 Verbod aanprijzing/uitzondering (art. 3b Opiumwet) 566
27.7 Recepten middelen lijst I of II (art. 4 Opiumwet) 567
27.8 Toezichthouders (art. 8j Opiumwet) 568
27.9 Opsporingsambtenaren (art. 8k Opiumwet) 568
27.10 Bevoegdheden Opiumwet (art. 9 Opiumwet) 568
27.11 Strafbaarstelling art. 2, 3b, 3c, 4, 8a Opiumwet (art. 10 Opiumwet) 568
27.12 Voorbereiden, enz. art. 10.4 en 10.5 Opiumwet (art. 10a Opiumwet) 569
27.13 Wetsvoorstel strafbaarstelling art. 2a Opiumwet (art. 10b Opiumwet) 572
27.14 Wetsvoorstel voorbereiden/bevorderen lijst IA (art. 10c Opiumwet) 572
27.15 Strafbaarstelling art. 3 Opiumwet (art. 11 Opiumwet) 573
27.16 Voorbereiding/vergemakkelijking hennepteelt (art. 11a Opiumwet) 575
27.17 Deelneming aan criminele Opiumwetorganisatie (art. 11b Opiumwet) 578
27.18 Overtreding/misdrijf; toepasselijkheid Nederlandse strafwet (art.
13 Opiumwet) 578
27.19 Bestuursdwang (art. 13b Opiumwet) 579
27.20 Gemeentelijke strafbepalingen 579
27.21 Coffeeshops en sluiting lokalen/woningen 579
27.22 Overige jurisprudentie excl. hennepkwekerij/drugslab 580
27.23 Jurisprudentie hennepkwekerij / diefstal elektriciteit / drugslab 584
28 Wet wapens en munitie 588
28.1 Inleiding 588
28.2 Definities
(art. 1 WWM) 588
28.3 Categorieën
wapens/munitie (art. 2 WWM) 590
28.4 Hulpstukken/onderdelen (art. 3 WWM) 594
28.5 Art. 3a t/m 7b en art. 9 t/m 12 WWM 595
28.6 In bewaring geven/nemen wapens/munitie (art. 8 WWM) 595
28.7 Verbodsbepalingen categorie I (art. 13 WWM) 596
28.8 Verbodsbepalingen binnenkomen/uitgaan cat. II en III (art. 14
WWM) 601
28.9 Verbodsbepalingen vervoer cat. II en III (art. 22 WWM) 602
28.10 Verlof vervoer wapens/munitie cat. III (art. 24 WWM) 602
28.11 Verbodsbepalingen voorhanden hebben cat. II, III en IV (art. 26
WWM) 602
28.12 Verbodsbepalingen dragen cat. II, III en IV (art. 27 WWM) 603
28.13 Verbodsbepalingen overdragen cat. II, III en IV (art. 31 WWM) 604
28.14 Bevoegdheden WWM (art. 49 e.v. WWM) 604
28.15 Strafbepalingen, misdrijf/overtreding (art. 54, 55 en 56 WWM) 604
28.16 Regeling wapens en munitie / Speelgoedrichtlijn 605
28.17 Overige jurisprudentie WWM 608
28.18 Vuurwerk en de WWM/WED 608
28.19 Vuurwapenbezit en voorgeleiden bij de OvJ/RC 610
29 Wegenverkeerswet 1994 611
29.1 Inleiding WVW 611
29.2 Definities (weg) (art. 1 onder b WVW 1994); geen definitie
verkeer 611
29.3 Gevaar en hinder op de weg (art. 5 WVW 1994) 612
29.4 Zeer gevaarlijk rijgedrag (art. 5a WVW 1994) 615
29.5 Dood en letsel door schuld in verkeer (art. 6 WVW 1994) 618
29.6 Verlaten plaats ongeval (art. 7 WVW 1994) 628
29.7 Besturen onder invloed (art. 8 WVW 1994) 632
29.8 Besturen tijdens OBM/ongeldigverkl./invord./enz. (art. 9 WVW 1994) 632
29.9 Wedstrijdverbod (art. 10
WVW 1994) 636
29.10 Joyriding (art. 11 WVW 1994) 637
29.11 Slecht zichtbaar of vals kenteken (art. 41 WVW 1994) 637
29.12 Rijbewijsplicht / eisen rijbewijs (art. 107 WVW 1994) 639
29.13 Informatieplicht eigenaar/houder motorrijtuig (art. 165 WVW 1994) 639
29.14 Strafbaarstelling art. 6 WVW 1994 (art. 175 WVW 1994) / vh 640
29.15 Ontzegging besturen motorrijtuigen ter zake Sr (art. 179a WVW 1994) 642
30 Register 644